Nu lectoraten voor het eerst gevisiteerd en geaccrediteerd
worden, vinden er op hogescholen levendige debatten plaats over hoe
de kwaliteit van lectoraten vorm zou moeten krijgen.
ScienceGuide vroeg een aantal lectoren en bestuurders om
hun persoonlijke visie te geven op de discussie over
onderzoekskwaliteit in het hbo die momenteel gaande is.
De komende maanden presenteren we de reacties in een serie. Deze
week: AnneLoes van Staa, lector Transities in Zorg, Hogeschool
Rotterdam.
Hoe verloopt de discussie over kwaliteit op jouw
hogeschool?
"Het is voor de Hogeschool Rotterdam een hele toer om na te
denken over kwaliteitszorg bij onderzoek. In het nieuwe
Kenniscentrum Kennis van Zorg (waarin vier kenniskringen van het
Instituut voor Gezondheidszorg zijn verenigd) hebben wij zojuist
onze zelfevaluatie geschreven.
Ingewikkeld daarbij is dat de HR het kenniscentrum als
eenheid van evaluatie had voorgesteld, terwijl er van een
gezamenlijke onderzoekspraktijk, onderzoeksvisie en werkwijze in
het algemeen nog helemaal geen sprake is. De vier kenniskringen
verschillen onderling in mate van ontwikkeling, maar ook in
productiviteit en visie op de rol van onderzoek in het HBO. Hoe ga
je dat evalueren, terwijl ook op de Hogeschool Rotterdam als geheel
nog geen duidelijk idee bestaat over wat goed onderzoek is? De
discussie daarover is nog maar net gestart.
Ik vind zelf dat de discussie bij de Hogeschool Rotterdam nog niet
zoveel verder is gekomen de laatste jaren. Behalve de uitspraak dat
"de maatschappelijke opgaven uit de stad" leidend zijn voor de
onderzoeksactiviteiten, is er geen duidelijke visie of sturing op
de activiteiten van de lectoraten.
Sinds een aantal jaar zijn de lectoraten ondergebracht binnen de
instituten, maar er is geen krachtige ondersteuning voor de
kenniscentra, er is nauwelijks visie op de ontwikkeling van
lectoraten en er is al helemaal geen cultuur van
verantwoording en rekenschap afleggen.
Waar loop je in de discussie tegenaan? Staat ook de invulling
van het lectoraat als zodanig hierbij ter discussie?
De discussie gaat in ons kenniscentrum o.a. over de invulling
van de leus Think Global; Act Local. Het lijkt alsof de
Hogeschool Rotterdam vooral heeft gekozen voor het laatste, en het
eerste over het hoofd ziet. Zo moeten wij ons nogal eens
verantwoorden omdat ons lectoraat Transities in Zorg onderzoeks- en
ontwikkelprojecten doet met een landelijke uitstraling. Wij
beperken ons niet tot de regio, wij werken ook met nationale en
straks ook met internationale partners samen. De opvatting dat het
vooral de stad ten goede moet komen, vind ik in mijn
onderzoeksdomein nogal beperkend.
Natuurlijk zoeken wij ook de samenwerking met locale en regionale
partners. Maar wij zijn er juist trots op dat onze maatschappelijke
impact verder gaat dan dat. Dat blijkt ook uit het feit dat wij
erin slagen om grote subsidies te verwerven bij ZonMw,
zorgverzekeraars, RAAK, collectebusfondsen enzovoort.
Bij de hogeschool bestaat echter soms de neiging om al die
subsidies als 'risico' te zien - men wil dit inperken en inkaderen.
Ik vind juist dat we onze inspanningen om onderzoek te doen en
onderzoeksgelden te verwerven bij de hogescholen moeten
verdubbelen! Dit is trouwens ook de beste manier om goed personeel
binnen te halen - ook voor het onderwijs.
Wat veel discussie oplevert, is de betrokkenheid van lectoren bij
het initiële onderwijs. Ik ben er op tegen dat lectoren
eindverantwoordelijk gemaakt worden voor het onderwijs, voor de
inhoud van minoren of de opzet van masters. Daarmee haal je je niet
alleen veel ellende op de hals (de onderwijsorganisatie voelt als
een moeras dat veel energie uit ons wegzuigt), maar ook blijft er
dan geen tijd of ruimte meer over voor echte
onderzoeksactiviteiten.
Vergeet niet dat wij allemaal part time aangesteld zijn!
Natuurlijk denken wij graag mee met docenten en
onderwijsontwikkelaars en geven wij ook advies en verzorgen we
onderwijs. Maar wij moeten onze kennis overdragen, niet de
verantwoordelijkheid overnemen.
Ik zie geen enkele tegenstelling tussen "het beroepenveld" en
onderzoek doen. Het enige dat van belang is, is dat je onderzoek en
praktijkprojecten doet waar het werkveld écht wat aan heeft. Dat
betekent dat je steeds de vraag moet stellen: wat doen we met de
resultaten? Hoe vertalen we die? En dus ook: hoe publiceren we die?
Binnen de gezondheidszorg zijn er zoveel vragen waar professionals
dagelijks mee te maken hebben, maar die nooit onderwerp van studie
zijn. Praktijkgericht onderzoek voorziet echt in een
behoefte."
Zijn er bepaalde aanpassingen binnen de hogeschool
nodig?
"Ja, beslist. Het zwakste punt is en blijft de ondersteuning van
lectoraten. Die is bij ons op de Hogeschool Rotterdam niet
voldoende. Na zes jaar modderen we nog steeds met gebrekkige
ondersteuning: onvoldoende werkplekken, administratieve en
logistieke chaos, geen sterke organisatie of leiding voor de
kenniscentra en een beleidsvacuüm, waarin lectoren niet betrokken
zijn bij het ontwikkelen van beleid over hen.
Bij ons instituut hebben we zelf een goed functionerend
secretariaat en een eigen financiële administratie opgezet, maar
dat is alleen gelukt dankzij onze eigen inzet. Zo hebben wij ook
onze eigen websites en een eigen communicatiemedewerker aangesteld,
omdat de hogeschool in dat opzicht in gebreke blijft. Feitelijk
doen we alles zelf en dat bevalt het beste. Als je gezagsgetrouw
bent zoals sommige van mijn collega's, heb je het zwaar hoor! Ik
draag de titel 'Lastige Lector' echt als Geuzennaam.
Ik zeg altijd tegen beginnende collega's dat je als lector moet
werken alsof je een startende ondernemer bent. Als je niet bereid
bent dag en nacht te werken, je eigen administratie te doen en te
knokken voor elke opdracht (hoe klein of onbeduidend ook), dan kun
je nooit je vleugels uitslaan en werkelijk spannende dingen gaan
doen. Het is écht verschrikkelijk uitdagend en ik heb me in twintig
jaar als universitair medewerker nooit zo geïnspireerd gevoeld.
Werken aan onderzoek op een hogeschool is echt pionieren - en dat
is geweldig. Niemand heeft het pad nog voor je gebaand, je moet (en
mag!) het allemaal grotendeels zelf uitzoeken."
Is het validatiekader een keurslijf of een dankbare aanleiding
om de stap van vrijblijvendheid naar rekenschap te maken?
"Het Brancheprotocol vind ik een prima kader bieden: de
omschrijving van onderzoek aan hogescholen geeft een duidelijke
richting aan met ruimte voor variatie en eigen invulling, maar toch
ook ondubbelzinnige uitspraken over waar onderzoek aan dient te
voldoen.
Volgens mij kan het niet meer dat een onderzoekseenheid als een
kenniscentrum binnen een hogeschool géén kwalitatief hoogwaardig
onderzoek doet (ook al kan er best één lector tussen zitten die
vooral boegbeeld en bruggenbouwer naar het veld is). Ik vind het
ontzettend belangrijk dat vast te houden. Wat mij betreft mag er
dus best kritischer naar de huidige activiteiten van lectoraten
gekeken worden. De tijd van Spielerei en vrijblijvend
experimenteren is wat mij betreft een beetje voorbij.
Intern en extern adviseren, praktijkprojecten uitvoeren, meedenken
over curriculumvernieuwing, ik vind het allemaal best. Maar het mag
wat mij betreft nooit de hoofdtaak van de lectoren worden! Wij zijn
de hogeschool binnengebracht om iets nieuws te doen. Wij zijn er
voor kenniscirculatie: binnen en buiten de hogeschool.
Kenniscirculatie is wat mij betreft kennis ontwikkelen, dus
onderzoek doen, én nieuwe inzichten helpen implementeren in de
hogeschool en in de beroepspraktijk. We moeten er naar toe dat
lectoren zich daarop gaan verantwoorden.
Als lector moet je inzichtelijk kunnen maken wat je concrete
bijdrage is aan kenniscirculatie. Zowel kwalitatief op een bepaald
kennisdomein, als kwantitatief in de vorm van presentaties aan het
werkveld of binnen de hogeschool; publicaties op alle fronten -óók
in de peer-reviewed internationale tijdschriften-, innovatieve
projecten en nieuwe onderzoeksmethoden initiëren, promovendi
opleiden, docenten en studenten kennis laten maken met onderzoek.
In onze Zelfevaluatie hebben we getracht deze bijdrage inzichtelijk
trachten te maken. Transities in Zorg vervult volgens mij echt een
voorbeeldrol binnen de Hogeschool Rotterdam, samen met een aantal
andere."