• A
  • A
  • 19e eeuwers als vernieuwers

    - Het negatieve beeld van architecten uit de 19e eeuw moet bijgesteld worden. Zij worden meestal bestempeld als ouderwets omdat zij teruggrepen op oude stijlen. Maar deze bouwmeesters zagen dat juist als een vernieuwing.

    Hun nieuwe kennis ondermijnde het eeuwenoude gezag van het klassieke schoonheidsideaal, aldus het VU-proefschrift van Petra Brouwer. Zij bestudeerde handboeken van architecten en geschiedenisboeken over de bouwkunst, en ontdekte dat er in de negentiende eeuw juist veel gebruik werd gemaakt van de nieuw verworven kennis van de natuurwetenschappen.

    Vooruit met het verleden

    Architecten waren niet langer meer gebonden aan kennis die zij opdeden op de werkplaats, maar konden veel kennis uit boeken halen. Materialen werden in de handboeken van de negentiende eeuw bijvoorbeeld uitgebreid omschreven, mede dankzij nieuwe kennis van bijvoorbeeld geologie en biologie.

    Een veelgehoorde kritiek op de negentiende-eeuwse architecten, is dat zij zich lieten sturen door nostalgie. Zij bouwden namelijk veel in neostijlen. Brouwer laat echter zien dat de architecten juist op een hele vernieuwende manier te werk gingen met de bouwstijlen uit het verleden. Zij hielden niet langer vast aan de schoonheidsidealen uit de klassieke oudheid, maar gebruikten verschillende stijlen uit het hele verleden.

    Een klassieke val

    Het vertekende beeld over de architecten wordt volgens Brouwer grotendeels bepaald door het beeld uit het laatste decennium van de 19de eeuw. De architecten die toen terugkeken op de afgelopen eeuw, zagen een veelheid aan bouwstijlen zonder een echte eigen stijl. Volgens hen was er juist in alle voorgaande eeuwen wel een eenduidige stijl geweest.

    Volgens Brouwer stapten deze criticasters in een klassieke val. Het verleden wordt vaak als eenduidig gezien en het heden als complex. Het eenduidige beeld van het verleden is vaak echter niet meer dan het resultaat van selectieve geschiedschrijving.