"Het heersende beeld is nog teveel dat wij iets bedenken, een arm
Aziatisch land de opdracht geven dat goedkoop voor ons te
produceren, waarna wij dat met veel winst gaan verkopen.
Ondernemers die richting China of India willen, kunnen beter aan
kennis gaan denken dan aan productie. Als je ziet met hoeveel geld
en commitment ze in Azië hun onderzoek aan het optuigen zijn, sta
je perplex. Daar worden talentpools gecreëerd zo groot als de
totale bevolking van Nederland. Die gaan de komende jaren dingen
maken die wij nog niet hebben bedacht. Dat wordt een feest, een
ontzettende schop onder de kont voor Nederland. Dat gun ik
ons.
Om daar iets mee te doen, ben ik bezig met de nieuwe zijderoute, de
kennisvariant van wat Marco Polo heeft gedaan, een brug tussen het
oosten en het westen. Je kunt wachten tot de eerste Silicon Valleys
ontstaan. Door die te vinden, helpen we Nederlandse bedrijven die
op een bepaald technologiegebied voorop willen blijven op weg, om
kennis uit te wisselen met universiteiten en bedrijven in China,
India en Zuid- Korea.
Het obstakel van de schijnveiligheid van de vaste baan. Ik heb zelf
ook een vaste baan gehad als ambtenaar. Ontslag nemen, was een hele
stap. In Nederland gaat het zo ver dat je zonder vast contract geen
huis kunt kopen, een bizar fenomeen is dat. Toch is er bijna
niemand meer die van zijn eerste baan tot zijn pensioen bij een
vaste werkgever zit. Je kunt beter expliciteren dat banen tijdelijk
zijn, projecten in je leven. Je bent dan geen werknemer meer maar
ondernemer in je eigen bedrijf. Ik wil een situatie creëren waarin
mensen vaker worden geconfronteerd met de vraag wat ze willen gaan
doen. Volgens mij is de kans groter dat mensen iets gaan doen wat
ze eigenlijk heel erg leuk vinden. Welke prikkels werken
innovatieverhogend? Ik stel vast dat de meeste mensen de neiging
hebben om als ze hun leven eenmaal geregeld hebben met de voeten op
tafel gaan zitten en een sigaar opsteken.
Endemol organiseert eens in de twee maanden een pitch voor nieuwe
programma's. Iedereen mag meedoen, en als het lukt en het format
wordt verkocht dan krijg je daar een deel van de opbrengst van. Dat
is erg on- Nederlands en ik vind het steengoed. Ook medewerkers die
geen programma's maken, denken daar elke maand na over formats. Een
ander voorbeeld is 3M. Mensen mogen daar vijftien procent van hun
tijd rommelen, levert het wat op dan is daar ook beloning aan
gekoppeld. Bij een lezing voor ondernemers vroeg ik: 'Welke
bedrijven hebben een omzetdoelstelling voor nieuwe producten?' Nul
vingers in een zaal met vierhonderd ondernemers. Dat is heel erg.
Aan de top kun je maar een paar dingen doen en die moet je dus heel
goed doen. Als je de goede incentives inzet, gaan mensen zich
daarop richten. Stel je zegt: dertig procent omzet moet uit
producten en diensten zijn die minder oud zijn dan twee jaar. Om te
beginnen ga je dat meten. Die vraag komt de organisatie in, alleen
dat al heeft effect. Dat staat voor die permanente uitnodiging. Die
mechanismen doen veel. Als mensen met mooie nieuwe dingen bezig
zijn, maakt dat energie los.
Er zijn helaas veel mensen die klem zitten in hun organisatie,
waarbij het denken totaal wordt afgeleerd. Dat is pijnlijk. Als je
dat los kunt maken, wordt het leven een stuk leuker. Daar gaat het
mij allemaal om, dat geldt voor een land, voor een bedrijf, voor
jezelf. Innoveren is tegen de stroom in en dat heeft wel iets
eenzaams bij tijd en wijle. Innovators zien meer mogelijkheden dan
anderen, ze zien het sneller dan anderen, hebben daar misschien
minder angst voor. Die mensen zijn ook vermoeiend voor hun
omgeving. Als iedereen permanent met vernieuwing bezig is, worden
we allemaal horendol. Stabiliteit is ook een kwaliteit.
Ik dacht zeven jaar geleden: we zitten hier met zestien miljoen
mensen aan zee en er zit minstens twee keer zoveel in dit land,
maar we halen het er niet uit. Toen heb ik Nederland Kennisland
opgericht om Nederland iets slimmer te maken, met denken maar ook
met praktische projecten. De digitale trapvelden vind ik nog
steeds ons mooiste project. In achterstandswijken kwamen
computerlokalen waar honderdduizenden mensen zichzelf hebben leren
internetten en vaardig zijn geworden met computers. Bijvoorbeeld
een Turkse mevrouw die kan mailen met haar familie in Turkije,
terwijl ze eerst heel duur moest bellen. Hier in Amsterdam-Oost en
Zeeburg leidde dat tot het kinderpersbureau: kinderen rukken uit,
de buurt in, om verhalen te maken over wat zich in de buurt
afspeelt. Dat doet veel met de kinderen, die leren zich suf: nieuws
en foto's maken, met multimedia omgaan, ze leren de buurt kennen en
andersom. Op een gegeven moment was er een spreekuur voor de
ouderen en gingen de jongeren daar lesgeven. Dat is prachtig spul.
Zo heeft elk trapveldje zijn eigen verhaal. Kleine verhaaltjes,
maar het waren er op het hoogtepunt wel vierhonderd.
Inmiddels heeft iedereen het in Nederland over innovatie, het staat
massief op de agenda. Misschien is dat belangrijker dan een hoop
maatregelen. Het werkt door in de corporate wereld. Hogescholen,
universiteiten en bedrijven zoeken elkaar op. Soms heeft dat nog
wel een hoog 'laten we geen subsidie in Den Haag laten
liggen'-gehalte. Dat is een gevaar. Als jonge bedrijfjes te veel
met subsidie in aanraking komen, werken ze uiteindelijk vaak niet
meer voor de klant maar voor meer subsidie, daar word je geen
gezond bedrijf mee. Wat in de periode van het Innovatieplatform
ook is gelukt, is erkenning dat onderwijs geen kostenpost is maar
een investering in de toekomst. En dan nog een nieuwe
migratieregeling die er nu net doorheen is: aan de poort van
Nederland gaan we selecteren op talent. Ondernemers, onderzoekers
en creatieve talenten die in Nederland willen werken, kunnen met
een puntensysteem worden toegelaten op basis van talent.
Bij een multinational krijg je een redelijk veilige carrière met
hoog salaris en leaseauto. Daar is op zich niks mis mee, maar die
multinationals zijn heel goed in het harken van de talenten op
universiteiten. Dus onze allerbeste talenten gaan niet ondernemen,
maar worden bureaucraat in een onderneming. Om daar iets aan te
doen, zouden we kunnen beginnen met het aanpassen van de
faillissementswet, zodat er iets gebeurt aan een van de risicovolle
kanten van ondernemen in Nederland."
U kunt het onderzoekswerk van Nauta volgen via zijn weblog
www.nauta.org/blog.