• A
  • A
  • Nieuwe zijderoute

    - Frans Nauta, oud-secretaris van het Innovatieplatform, werkt voor de Londense denktank Demos aan een studie over de opkomst van Azië.”Ik ben bezig met de nieuwe zijderoute, de kennisvariant van wat Marco Polo heeft gedaan, een brug tussen het oosten en het westen.” Zijn eerste reflecties in een interview in Managementscope bevatten zijn voorpret op de enorme schok die door Nederland nog zal gaan als de werkelijke kwaliteit en inhoud van de kennisrevolutie in Azië zal doordringen, want “daar worden talentpools gecreëerd zo groot als de totale bevolking van Nederland.”

    "Het heersende beeld is nog teveel dat wij iets bedenken, een arm Aziatisch land de opdracht geven dat goedkoop voor ons te produce­ren, waarna wij dat met veel winst gaan verkopen. Ondernemers die richting China of India willen, kunnen beter aan kennis gaan denken dan aan productie. Als je ziet met hoeveel geld en commitment ze in Azië hun onderzoek aan het optuigen zijn, sta je perplex. Daar worden talentpools gecreëerd zo groot als de totale bevolking van Nederland. Die gaan de komende jaren dingen maken die wij nog niet hebben bedacht. Dat wordt een feest, een ontzettende schop onder de kont voor Nederland. Dat gun ik ons.

    Om daar iets mee te doen, ben ik bezig met de nieuwe zijderoute, de kennisvariant van wat Marco Polo heeft gedaan, een brug tussen het oosten en het westen. Je kunt wachten tot de eerste Silicon Valleys ontstaan. Door die te vinden, helpen we Nederlandse bedrijven die op een bepaald technologiegebied voorop willen blijven op weg, om kennis uit te wisselen met universiteiten en bedrijven in China, India en Zuid- Korea.

    Het obstakel van de schijnveiligheid van de vaste baan. Ik heb zelf ook een vaste baan gehad als ambtenaar. Ontslag nemen, was een hele stap. In Nederland gaat het zo ver dat je zonder vast contract geen huis kunt kopen, een bizar fenomeen is dat. Toch is er bijna niemand meer die van zijn eerste baan tot zijn pensioen bij een vaste werkgever zit. Je kunt beter expliciteren dat banen tijdelijk zijn, projec­ten in je leven. Je bent dan geen werknemer meer maar ondernemer in je eigen bedrijf. Ik wil een situatie creëren waarin mensen vaker worden geconfronteerd met de vraag wat ze willen gaan doen. Vol­gens mij is de kans groter dat mensen iets gaan doen wat ze eigenlijk heel erg leuk vinden. Welke prikkels werken innovatieverhogend? Ik stel vast dat de meeste mensen de neiging hebben om als ze hun leven eenmaal geregeld hebben met de voeten op tafel gaan zitten en een sigaar opsteken.

    Endemol organiseert eens in de twee maanden een pitch voor nieuwe programma's. Iedereen mag meedoen, en als het lukt en het format wordt verkocht dan krijg je daar een deel van de opbrengst van. Dat is erg on- Nederlands en ik vind het steengoed. Ook medewerkers die geen programma's maken, denken daar elke maand na over formats. Een ander voorbeeld is 3M. Mensen mogen daar vijftien procent van hun tijd rommelen, levert het wat op dan is daar ook beloning aan gekoppeld. Bij een lezing voor ondernemers vroeg ik: 'Welke bedrijven hebben een omzetdoelstelling voor nieuwe producten?' Nul vingers in een zaal met vierhonderd ondernemers. Dat is heel erg. Aan de top kun je maar een paar dingen doen en die moet je dus heel goed doen. Als je de goede incentives inzet, gaan mensen zich daarop richten. Stel je zegt: dertig procent omzet moet uit producten en diensten zijn die minder oud zijn dan twee jaar. Om te beginnen ga je dat meten. Die vraag komt de organisatie in, alleen dat al heeft effect. Dat staat voor die permanente uitnodiging. Die mecha­nismen doen veel. Als mensen met mooie nieuwe dingen bezig zijn, maakt dat energie los.

    Er zijn helaas veel mensen die klem zitten in hun organisatie, waarbij het denken totaal wordt afgeleerd. Dat is pijnlijk. Als je dat los kunt maken, wordt het leven een stuk leuker. Daar gaat het mij allemaal om, dat geldt voor een land, voor een bedrijf, voor jezelf. Innoveren is tegen de stroom in en dat heeft wel iets eenzaams bij tijd en wijle. Innovators zien meer mogelijkheden dan anderen, ze zien het sneller dan anderen, hebben daar misschien minder angst voor. Die mensen zijn ook vermoeiend voor hun omgeving. Als iedereen perma­nent met vernieuwing bezig is, worden we allemaal horendol. Stabiliteit is ook een kwaliteit.

    Ik dacht zeven jaar geleden: we zitten hier met zestien miljoen men­sen aan zee en er zit minstens twee keer zoveel in dit land, maar we halen het er niet uit. Toen heb ik Nederland Kennisland opgericht om Nederland iets slimmer te maken, met denken maar ook met prakti­sche projecten. De digitale trapvelden vind ik nog steeds ons mooiste project. In achterstandswijken kwamen computerlokalen waar honderd­duizenden mensen zichzelf hebben leren internetten en vaardig zijn geworden met computers. Bijvoorbeeld een Turkse mevrouw die kan mailen met haar familie in Turkije, terwijl ze eerst heel duur moest bellen. Hier in Amsterdam-Oost en Zeeburg leidde dat tot het kinderpersbureau: kinderen rukken uit, de buurt in, om verhalen te maken over wat zich in de buurt afspeelt. Dat doet veel met de kinderen, die leren zich suf: nieuws en foto's maken, met multimedia omgaan, ze leren de buurt kennen en andersom. Op een gegeven moment was er een spreekuur voor de ouderen en gingen de jongeren daar lesgeven. Dat is prachtig spul. Zo heeft elk trapveldje zijn eigen verhaal. Kleine verhaaltjes, maar het waren er op het hoogte­punt wel vierhonderd.

    Inmiddels heeft iedereen het in Nederland over innovatie, het staat massief op de agenda. Misschien is dat belangrijker dan een hoop maatregelen. Het werkt door in de corporate wereld. Hogescholen, universiteiten en bedrijven zoeken elkaar op. Soms heeft dat nog wel een hoog 'laten we geen subsidie in Den Haag laten liggen'-gehalte. Dat is een gevaar. Als jonge bedrijfjes te veel met subsidie in aanraking komen, werken ze uiteindelijk vaak niet meer voor de klant maar voor meer subsidie, daar word je geen gezond bedrijf mee. Wat in de peri­ode van het Innovatieplatform ook is gelukt, is erkenning dat onderwijs geen kostenpost is maar een investering in de toekomst. En dan nog een nieuwe migratieregeling die er nu net doorheen is: aan de poort van Nederland gaan we selecteren op talent. Ondernemers, onderzoe­kers en creatieve talenten die in Nederland willen werken, kunnen met een puntensysteem worden toegelaten op basis van talent.

    Bij een multina­tional krijg je een redelijk veilige carrière met hoog salaris en leaseauto. Daar is op zich niks mis mee, maar die multinationals zijn heel goed in het harken van de talenten op universiteiten. Dus onze allerbeste talen­ten gaan niet ondernemen, maar worden bureaucraat in een onderne­ming. Om daar iets aan te doen, zouden we kunnen beginnen met het aanpassen van de faillissementswet, zodat er iets gebeurt aan een van de risicovolle kanten van ondernemen in Nederland."

    U kunt het onderzoekswerk van Nauta volgen via zijn weblog www.nauta.org/blog.