• A
  • A
  • Universitaire lobby: een vals duet

    - Vanaf vandaag gaat er een kleine revolutie plaatsvinden in het hoger onderwijs. Voor het eerst in bijna 25 jaar gaat een minister iets doen aan een ons krankzinnige financieringsstelsel voor wetenschappelijk onderzoek. Daarop vooruitlopend konden we de afgelopen weken de traditionele klaagzang van de universiteiten aanhoren.

    Het is ieder jaar hetzelfde liedje. Het gaat ongeveer zo:

    Oh, oh, Den Haag, Geef ons meer geld,

    Want we worden altijd (ja! echt altijd!!) achtergesteld.

    En vraag ons niet om prestaties die er toe doen,

    Wetenschap is onafhankelijk, kom op met die poen!

    Het werd dit jaar voorgedragen door een illuster duo. De eerste stem werd gezongen door de voorzitter van de VSNU, Sijbolt Noorda. De bariton op de achtergrond was van Roelof de Wijkerslooth, voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Nijmegen. Twee zangers die weten waar ze het over hebben. Noorda was in zijn vorige baan zo'n dertig jaar lid van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft in die tijd veel bereikt. De UvA is berucht om zijn interne bureaucratie en organisatorisch onvermogen, scoort op zijn best middelmatig in internationale vergelijkingen, is berucht om zijn slechte contracten voor jonge onderzoekers en verspeelde zijn positie als de grootste universiteit van Nederland. Van Wijkersloot gaat ook alweer 15 jaar mee in het circuit. Hij was ooit directeur van Royco om daarna DG Hoger Onderwijs te worden. Het leverde hem binnen OCW de bijnaam 'De Soepbaron' op. Daarna volgde de overstap naar Nijmegen.

    De inzet van de jaarlijkse klaagzang was dit jaar een bedrag van 100 miljoen. De VSNU wilde ons doen geloven dat de minister dit bedrag wilde bezuinigen op wetenschappelijk onderzoek. Afgekeken van Greenpeace werd het universitaire equivalent van de weerloze zeehondjes in de strijd gegooid. Door de ingreep van de minister zouden de universiteiten 1100 jonge, getalenteerde onderzoekers op straat moeten zetten. Gelooft u het?

    Eerst maar eens de feiten. Plasterk, de nieuwe minister van OCW gaat 100 miljoen euro overhevelen van de eerste naar de tweede geldstroom. In de eerste geldstroom gaat het geld rechtstreeks naar de universiteit. Die bepaalt zelf hoe het geld over de verschillende faculteiten en vakgroepen verdeeld wordt. In de tweede geldstroom wordt het geld verdeeld door NWO. De procedure bij NWO is dat onderzoekers onderling uitmaken wat de beste onderzoeksvoorstellen zijn. Daar gaat het geld naar toe. De eerste geldstroom bestaat uit grofweg 1,2 miljard, NWO heeft ongeveer 400 mln te besteden. Plasterk wil 100 mln overhevelen van de eerste naar de tweede geldstroom.

    Een bescheiden bedrag, maar een goed begin. De kans dat ons schaarse belastinggeld naar de beste onderzoekers gaat, is in de tweede geldstroom veel groter dan in de eerste. Binnen een universiteit wordt er namelijk enthousiast aan politiek gedaan. Wie het slimste in dit spel opereert kan rekenen op meer geld. Maar politiekje spelen heeft helaas niets te maken met de kwaliteit van onderzoek. Was het maar zo, dan had Nederland heel wat meer toponderzoekers.

    Daar komt bovenop dat de verdeling van het geld over de dertien universiteiten sinds 1983 niet veranderd is. Of een universiteit het nou goed heeft gedaan of niet, het doet er niet toe: al bijna 25 jaar kan een universiteit rekenen op een vast deel van de koek. De oudere universiteiten, zoals Amsterdam, Leiden en Delft, krijgen daardoor een buitenproportionele hoeveelheid geld in verhouding tot nieuwkomers als Twente en Maastricht.

    Het is hoog tijd dat er iets gebeurd aan deze vreemde situatie. Dat heeft vrijwel geen enkele minister aangedurfd. De laatste poging was van Ritzen, maar die krabbelde na een boos liedje van de universiteiten terug. Hulde dus voor Plasterk. Eindelijk een minister die niet alleen spreekt over excellentie, maar dat ook omzet in actie. Hopelijk is het niet meer dan een begin. Als hij de komend drie jaar steeds 100 miljoen overhevelt, zijn de eerste en tweede geldstroom bijna in balans aan het einde van deze regeerperiode.

    Maar die arme zeehondjes  jonge onderzoekers dan, hoor ik u denken? Dat is waarom Noorda en De Wijkerslooth zo'n vals duet zingen. Laten we beginnen met de arbeidssituatie van de meeste AIO's en postdocs. Iedereen die iemand in zo'n situatie kent, weet dat ze meestal niet te benijden zijn. De 'vaste aanstellingen' zijn gevuld door de oudere generatie, waardoor de jongere onderzoekers experts zijn in contracthoppen. Het is een typisch insider-outsider probleem. Wie zijn daar verantwoordelijk voor? Dat zijn de bestuurders van onze universiteiten. Nu opeens die jonge onderzoekers erbij slepen om bestaande belangen te verdedigen is een typisch geval van krokodillentranen.

    Het dreigement om jonge onderzoekers te ontslaan is bovenal loos. Het is alsof Ajax dreigt om zijn talentvolle jonge spelers op straat te zetten omdat Jari Litmanen een contract voor het leven heeft. Als Nijmegen daar echt voor kiest zullen er genoeg andere universiteiten klaarstaan om hen met open armen te ontvangen. Mede omdat Plasterk ervoor gaat zorgen dat de beurzen voor getalenteerde jonge onderzoekers (zogenaamde "Veni, Vidi, Vici beurzen") voor 100% vanuit NWO gefinancierd worden, waar dat vroeger 50% was. Jonge onderzoekers hoeven dus niet meer te bedelen bij hun faculteit om geld, ze kunnen gewoon meteen aan de slag met hun passie. Het wordt een boeiende concurrentieslag tussen universiteiten om het beste talent. Dat werd hoog tijd.

    Frans Nauta

    Lector Innovatie aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen

    www.nauta.org

    NB: de auteur houdt zich aanbevolen voor een passende melodie