• A
  • A
  • Ontwerpgericht onderzoek in opmars

    - Enkele jaren geleden ontwikkelde hij ontwerpgericht onderzoek voor de bedrijfskunde. Nu geeft prof. Joan van Aken (TU/e) leiding aan een groep promovendi uit hogescholen en universiteiten die deze methode ook in andere disciplines toepassen, waaronder de onderwijskunde. “We willen niet alleen beschrijven, verklaren en kritiseren, maar ook ontwerpen leveren voor hoe het wel moet”.

    Joan van Aken en lector Daan Andriessen (INHOLLAND) praten met ScienceGuide voorafgaande aan een bijeenkomst van hun Design Science Research Group. De leden van de groep zijn bijna allemaal promovendi. De ene helft is werkzaam aan universiteiten, de andere helft in het hbo. Van huis uit is Van Aken ingenieur, maar hij studeerde ook economie. Tijdens een lange carrière in het bedrijfsleven ontwikkelde hij zich steeds meer tot bedrijfskundige. Tegenwoordig is hij hoogleraar organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven.

    De managementliteratuur voorbij

    De ontwerpgerichte methode ontwikkelde hij uit onvrede over het bestaande onderzoek in de bedrijfskunde. “Sinds de jaren zestig is de bedrijfskunde in Amerika sterk geacademiseerd. Hetzelfde geldt vanaf de jaren negentig voor de Nederlandse bedrijfskunde. Hierdoor hebben business schools zich ontwikkeld van ambachtelijke vakscholen tot gerespecteerde academische instellingen. Daarbij speelde een sterke verhoging van de kwaliteit van hun onderzoek een centrale rol. Dat gebeurde grotendeels door het toepassen van de klassieke methoden voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek.  Deze hebben echter hun beperkingen. Je kunt ermee beschrijven, verklaren en kritiseren. Maar het ontwerpen van nieuwe oplossingen doen sociale wetenschappers niet. Dat laten ze graag aan anderen over.

    Business schools horen toepassingsgericht te zijn. Zoals het er bij medical schools uiteindelijk om gaat mensen te genezen en zoals het er op law schools uiteindelijk om gaat dat mensen hun recht krijgen, zo horen business schools zich te richten op het verbeteren van organisaties en bedrijven.

    In de praktijk zit er echter een groot gat tussen het onderzoek dat op business schools wordt verricht en de praktijk. Inzichten uit het bedrijfskundige onderzoek sijpelen maar mondjesmaat door naar de praktijk. Wat wel veel gelezen wordt, is de managementliteratuur. Maar managementliteratuur is persoonlijk van aard en niet wetenschappelijk verantwoord. Je leest hoe Jack Welsh van General Electric van zijn bedrijf een succes maakt. Maar jij bent niet Jack Welsh en je werkt niet bij General Electric, dus wie zegt dat je wat aan zijn inzichten hebt?

    Met ontwerpgericht onderzoek kun je kennis genereren die organisatieadviseurs en managers daadwerkelijk kunnen gebruiken. Op basis van een probleemstelling uit de praktijk bedenk je een oplossing. Vervolgens moet je verantwoorden waarom je juist die oplossing hebt gekozen en testen of de oplossing die je hebt bedacht, ook in andere contexten werkt. Door die wijze van onderzoek kom je erachter of jouw kennis ook naar andere contexten overgedragen kan worden”.

    In de Amerikaanse bedrijfskunde is het ontwerpgerichte onderzoek nog omstreden. “Veel mensen kunnen zich er niet in verplaatsen. Volgens sommigen riekt het te veel naar managementliteratuur. Daar spelen allerlei prestigekwesties en niveauverschillen een rol bij. Gelukkig zien ook steeds meer onderzoekers in Amerika de waarde van ontwerpgericht onderzoek in”.

    Twee jaar geleden zette Van Aken samen met Daan Andriessen de Design Science Research Group op. Andriessen had in zijn proefschrift namelijk gebruik gemaakt van Van Akens methode van ontwerpgericht onderzoek, daardoor op het spoor gezet door zijn promotor Matthieu Weggeman. “In het hbo is er veel minder aversie tegen ontwerpgericht onderzoek”, weet Andriessen. Een van de leden van de groep, Don Ropes, doet onderzoek naar het functioneren van communities of practice. De Design Science Research Group (DSRG) functioneert uitstekend als community of practice, zo constateert Andriessen. “Dit is al de 21e bijeenkomst. We komen maandelijks bijeen. Dat is een hoge frequentie. Iedere maand ontwikkelen we weer nieuwe dingen”.

    Evidence- based benadering is niet altijd evident

    Tijdens het gesprek ontspint zich een discussie tussen Andriessen en Van Aken over de verschillen tussen evidence- based research en ontwerpgericht onderzoek. “Evidence-based onderzoek komt uit de geneeskunde. Met name de regering-Blair heeft de toepassing op andere wetenschapsgebieden sterk gestimuleerd, vanuit de gedachte: wat levert het onderzoek op voor de maatschappij? Ook in de bedrijfskunde worden nu benaderingen ontwikkeld voor evidence-based practice, waarbij ontwerpgericht onderzoek dan die ‘evidence’ moet leveren. Er wordt daar echter vaak nog wat naïef over gedacht”.
     
    Andriessen: “In het onderwijs heb je ook een stroming die zegt dat je evidence-based te werk moet gaan. Dat houdt dan ook in dat je geen lesmethoden mag toepassen die niet bewezen zijn”.

    Van Aken: “Dat is de dark side van die stroming. Mijn vrouw is psychotherapeut en die loopt daar ook tegenaan. In sommige vakgebieden kun je ver komen met wetenschappelijke bewijzen en protocollen, maar op haar vakgebied, de psychotherapie, werkt dat niet op die manier. Je kunt niet al het professionele handelen protocolleren. Helemaal slecht is het als men na de ontwikkeling van protocollen lager geschoolde functionarissen aanstelt vanuit de gedachte dat de handelingsmogelijkheden nu immers geprotocolleerd zijn. Vaak wordt ook gedacht dat protocollen de handelingsmogelijkheden beperken. Maar als een goed bedrijfskundig protocol wordt gehanteerd door een goede bedrijfskundige, dan heeft die juist meer handelingsmogelijkheden”.  

    Andriessen: “Er zijn wel meer methoden van praktijkgericht onderzoek, bijvoorbeeld het actiegerichte onderzoek. Maar bij ontwerpgericht onderzoek help je bedrijven al tijdens het onderzoek. Je bent dan zowel onderzoeker als adviseur”.

    Van Aken: “Daarbij is het ook essentieel dat je daarna de ambitie hebt met je kennis alle bedrijven te bereiken. In het mode-2 onderzoek is men heel bescheiden over wat je met de verkregen kennis kunt in andere contexten. Maar ik vind het wezenlijk om de opgedane kennis toepasbaar te maken in andere contexten. Anders ben je bezig met consultancy”.

    Onderwijskunde

    In hun ambities met het praktijkgerichte onderzoek gaan Van Aken en Andriessen verder dan het bedrijfskundige onderzoek. Om die reden participeren onderzoekers uit verschillende disciplines in deze onderzoeksgroep. Vandaag is de vraag aan de orde hoe het ontwerpgerichte onderzoek wordt toegepast in de onderwijskunde.

    Onlangs promoveerdeDSRG- lid  Anke Brokmöller aan de RUG op een bedrijfskundig onderzoek naar meester-gezelrelaties. Tijdens haar verdediging bleken er fundamentele vragen te zijn over het gebruik van het ontwerpgerichte onderzoek. Is de methode eigenlijk wel voldragen?

    Van Aken begrijpt die vragen wel omdat die hun oorsprong vinden in het meer gebruikelijke verklarende opnderzoek. “Bij ontwerpgericht onderzoek werk je van ontwerp naar specificaties en niet omgekeerd. Bij verklarend onderzoek heb je een ongebroken logica tussen vraag, aanpak en antwoord. Bij ontwerpgericht onderzoek zit een creatieve sprong tussen ontwerp en specificatie.  Maar als je een antwoord hebt, moet je dat wel verantwoorden, bijvoorbeeld door te testen. Testen is het beste bewijsmateriaal. Uiteindelijk gaat het ons om pragmatische validiteit. We kijken niet naar de waarheidsvraag, maar naar de vraag of iets werkt (kwadrant Edison). Daarbij wil je ook graag weten waarom iets werkt (kwadrant Pasteur), anders kun je je kennis in andere settings niet toepassen”. 

    Twee heren dienen

    INHOLLAND-docent Don Ropes promoveert bij Sjoerd Karsten aan de UvA. De heersende onderzoeksbenadering in de onderwijskunde is post-positivistisch, zo geeft hij aan. “Veel onderzoeken draaien om het toetsen van theorieën in de praktijk of het meten van effecten. Kwalitatief onderzoek maakt hooguit 15% uit van het Amerikaanse onderzoek. Er is ook wel sociaal onderzoek, gericht op het verbeteren van leerachterstanden, zoals het USA-brede project No Child Left Behind, maar dat blijkt vaak niet te werken. Het maakt ook dat onderzoekers kwalitatief onderzoek niet meer vertrouwen. Overigens wordt erin de onderwijskunde wel steeds meer gewerkt vanuit de ontwerpgerichte benadering, met name in Nederland en België”.

    Don Ropes participeert met veel enthousiasme in de Design Science Research Group. Maar hij promoveert ook aan de UvA, waar het post-positivisme de norm is. Aan de Research Group legt hij de vraag voor of beide benaderingen wel te verenigen zijn. Want terwijl in het onderwijskundig onderzoek het post-positivisme de norm is, is het ontwerpgerichte onderzoek pragmatisch van aard. Kun je hierin wel twee heren dienen?

    De aanwezige senior-onderzoekers benadrukken dat beide benaderingen elkaar niet hoeven uit te sluiten. Ropes doet onderzoek naar het functioneren van communities of practice. Ropes gelooft dat communities of practice toegevoegde waarde hebben, maar ziet dat ze in de praktijk niet werken. In zijn  onderzoek kijkt hij naar de vraag hoe communities of practice wel vruchtbaar kunnen zijn voor de deelnemers en kunnen leiden tot kennisproducten. Zijn vraagstelling is dus pragmatisch. Maar vervolgens wil hij wel empirisch observeren en meten wat er gebeurt. In die zin maakt hij ook gebruik van het post- positivisme. Ropes moet er bovendien rekening mee houden dat leden van een community of practice op verschillende manieren betekenissen verlenen aan hun community of practice . Bij zijn onderzoek komt dus  ook een constructivistische benadering kijken.

    Kenmerk van pragmatisch onderzoek is nu juist dat andere benaderingen, zoals post-postivisme en constructivisme, niet geschuwd worden. Er is wel een grens aan deze eclectische wijze van omgaan met onderzoeksmethoden, want op epistemologisch niveau sluiten deze benaderingen elkaar deels uit.

    Wat maakt onderzoek dan tot ontwerpgericht onderzoek? Andriessen: “In de eerste plaats is ontwerpgericht onderzoek oplossingsgericht. In de tweede plaats maakt ontwerpgericht onderzoek gebruik van de metafoor van ‘het ontwerp’ en ‘de ontwerper’. Je maakt een ontwerp en je test dingen. Je bent dus weloverwogen bezig met praktijkgericht onderzoek”.


    Bij de Design Science Research Group is nog plaats voor enkele promovendi. Heeft u belangstelling, neem dan contact op met dr Daan Andriessen, daan.andriessen@inholland.nl, of met prof. Joan van Aken, j.e.v.aken@tue.nl.