Familiezin en versnippering
"De biografie van Vondel! Mag ik die nog noemen?", vraagt Job
Cohen, terwijl hij zijn hoofd nog even om de deur van zijn
vergaderkamer steekt. De vraag van ScienceGuide was eerder
geweest welk boek uit de geesteswetenschappen hem de laatste tijd
het meeste getroffen had. De voorzitter van de commissie over deze
discipline begon toen over het boek van zijn broer Floris over het
wezen van de moderniteit in de westerse geschiedenis. "Hij heeft
daar twintig jaar aan gewerkt en pas toen de Engelse editie
vertaald werd, sloeg het aan. Vijf drukken achter elkaar ineens!"
Maar zoveel familiezin zat hem tegelijk een tikje dwars, hij wilde
toch ook nog werk van buiten de eigen kring noemen.
Het lijkt een weergave in het klein van het probleem van de
geesteswetenschappen zelf. De commissie-Cohen schetst een beeld van
vele kleine tot zeer kleine kringen van gedreven, maar vaak als los
zand en naar binnen gekeerd functionerende groepen, groepjes en
individuen. Tegelijkertijd laat het
rapport 'Duurzame Geesteswetenschappen' successen en kansen
zien, die vaak nauwelijks opgemerkt of 'gepakt' worden.
Commissielid Frits van Oostrom beaamt dit in het gesprek met
Cohen samen. "Er is veel meer dynamiek in deze disciplines
dan men zelf veelal opmerkt en uitdraagt. Dat komt ook door de
grote versnippering van studies en opleidingsdomeinen. Er zijn niet
alleen zo'n 150 verschillende bacheloropleidingen, maar ook nog
eens 261 masters in de aanbieding. Gekscherend zeggen we onderling
wel eens 'voor elke docent een eigen master'. Nou klopt dat niet
helemaal, maar toch hè? Dit gaat zo niet".
Cohen onderstreept daarom het belang van de strategische plannen
die per universiteit nu opgesteld moeten gaan worden. Wat wil men
als eigen profiel, parels en zwaartepunten nu écht verder
ontwikkelen? En waar zien ze witte vlekken en gebreken ontstaan?
"De faculteiten en de colleges van bestuur gaan zich daar nu over
buigen: wat willen we en wat kunnen we? Deze colleges, dat zijn
allemaal toch slimme mensen. Die gaan echt niet allemaal dezelfde
onderwerpen of 'gouwe ouwen' opschrijven. Want duidelijk is dat het
zoveel beter en rijker zou kunnen. We kunnen aan de
geesteswetenschappen zoveel meer hebben."
Gedreven door zorg
Van Oostrom gaat het regieorgaan trekken dat de uitkomsten van deze
profieldefinities moet analyseren en daar conclusies aan verbinden.
Alleen zo zal de voorgestelde impuls van 70 miljoen euro vrucht
kunnen dragen, zo is de overtuiging van minister Plasterk. Deze
zette daarom vast 15 miljoen euro klaar voor zo'n impuls. "Ik vind
dat de minister zijn nek daarmee wel uitsteekt", zegt Cohen. "Hij
geeft aan dat de impuls echt iets kan opleveren en het regieorgaan
ook echt aan de slag moet kunnen om die te realiseren. Dat beseffen
de instellingen, de decanen voor de geesteswetenschappen zijn hier
zeer serieus mee bezig, merken wij."
En dat moet ook, want Cohen en Van Oostrom bevestigen beiden dat
zorg om het perspectief van de geesteswetenschappen hun werk in de
commissie dreef. De dilemma's zijn groot, de problemen ook. "De
vergrijzing gaat juist in zo'n versnipperd geheel extra toeslaan.
Hoe vind je tijdig genoeg goede, nieuwe mensen op posten en
leerstoelen? Hoe trek je nieuw talent?", vraagt Van Oostrom zich
af. Ook het 'talige', cultuurgebonden karakter van de vele kleine
specialismen heeft een nadelig effect. Het zorgt voor een zeer
geringe instroom van allochtoon talent in de
studierichtingen.
Bovendien blijkt de ontwikkeling van vele vakgebieden te zeer naar
binnen gekeerd. De maatschappelijke impact en 'uitwisseling' blijft
vaak beperkt, terwijl de thema's volop op de agenda van politiek en
samenleving staan. "We missen daarmee kansen", zegt Cohen. Van
Oostrom stelt dat "veel goed werk in splendid isolation
wordt gedaan. Vaak is dat niet zo splendid. Voor je het
weet, krijg je 'Het Bureau'. Vreselijk is dat, ook al levert het
natuurlijk prachtige literatuur op" Hij noemt het hem verbluffende
voorbeeld dat in ons land geen enkele internationale, Engelstalige
master aangeboden wordt voor de studie van de 17e eeuwse
schilderkunst. "Dat is toch gekkigheid?"
Translatio
Cohen bevestigt tegen die achtergrond dat zowel de universiteiten
als hun maatschappelijke omgeving hier veel actiever met elkaar
zouden kunnen omgaan. Want ook zijn eigen Amsterdam biedt dus zo'n
master in de schilderkunst van de Gouden Eeuw niet aan.
Het rapport van oud-gemeentesecretaris Erik Gerritsen over de
hoofdstad is een voorbeeld. "Hij laat
inderdaad zien dat er allerlei incidentele dingen gebeuren bij de
kennisuitwisseling tussen de stad, de stedelijke omgeving en de
universiteiten en hogescholen. Wij proberen daar bij de financiële
sector al veel aan te doen. Bij de geesteswetenschappen geldt
dezelfde analyse, dat het incidenteel is en er nog onvoldoende lijn
en duurzame relaties in zitten". De strategische plannen en
profielen van de instellingen en het werk van het regieorgaan staan
hier voor een duidelijke opdracht.
De geesteswetenschappen ondergaan ingrijpende veranderingen, onder
meer door de impact van technologische middelen op hun
onderzoeksmogelijkheden en door de globalisering van het onderzoek.
Van Oostrom noemt het een translatio studii hoe het
zwaartepunt van de topkwaliteit is verschoven van Europa naar
Noord-Amerika. Ook in zijn eigen vakgebied, de mediëvistiek, zijn
van daaruit nieuwe impulsen gekomen. "Vanuit de vrouwenstudies zijn
bijvoorbeeld nieuwe visies gegroeid op het werk en het leven van
Hadewych. Het inzicht in haar rol als vrouw in de middeleeuwen en
in de letterkunde en mystiek van die tijd is daardoor veranderd.
Daar zijn nieuwe ideeën en analyses uit voort gekomen".
Uit deze ontwikkeling trekt hij enkele stevige conclusies die de
positie van de geesteswetenschappen nieuwe perspectieven zouden
bieden. "Er is een brede belangstelling voor elementen uit onze
disciplines. Bovendien zou eigenlijk iedereen die hoger onderwijs
volgt van de hoofdzaken van de geesteswetenschappen kennis moeten
nemen. Academische vorming houdt ook in dat je van cultuur,
identiteit en het denken over de wetenschap en maatschappij kennis
leert nemen. Dat de toonaangevende Amerikaanse universiteiten daar
een core curriculum voor kennen is niet zo vreemd. Zij
kennen zo'n bredere liberal arts traditie, die wij -ook
door de versnippering en proliferatie van opleidingen- niet hebben
ontwikkeld en dat terwijl het ten diepste toch een Europees model
is."
In zekere zin zijn de university colleges toch een zijpad om
alsnog zulk een 'liberal arts' aanbod mogelijk te maken?
"Ja, die springen als het ware in het gat dat de faculteiten hebben
laten vallen en zorgen voor de veel bredere benadering, die door de
versnippering verhinderd werd."
Liever een topper
Van Oostrom acht een dergelijk core curriculum van belang
voor de belangstelling die geesteswetenschappen ook buiten de eigen
academische omgeving moeten zien te trekken. "En dan moeten die
colleges ook door de allerbeste docenten gegeven worden. Zij moeten
dat als een erezaak zien, zoals je dat in het buitenland tegenkomt.
Wanneer je elke student studiepunten laat halen in zo'n core
curriculum, dan ga je als student daarin toch ook liever
naar een college van een topper onder de docenten?"
Zowel Cohen als van Oostrom beseffen dat zij met deze perspectieven
veel overhoop halen. Hun rapport laat zien dat de
geesteswetenschappen met de invoering van BaMa al verbeteringen van
de resultaten wisten te boeken. Zo is het studierendement markant
verbeterd en zijn curricula eigentijdser geworden. Cohen geeft dit
het vertrouwen dat de zorg die hem dreef bij het opstellen van het
rapport vruchten zal dragen. "Het zijn slimme mensen in deze sector
en de decanen werken goed samen. Hier gaat iets goeds uit komen,
dat vertrouwen heb ik wel".
Het rapport van de commissie-Cohen is hardcopy
hier te bestellen.