Het is hetzelfde koninkrijk, maar ook een wereld van verschil.
Gedeputeerde Marylin Alcala-Walle van Curaçao memoreerde hoe mager
de begeleiding twintig jaar geleden was, toen ze in Groningen
ging studeren. "Ik kreeg een mentor die gepensioneerd was en boven
de 60. Tijdens de eerste bijeenkomst zei hij: 'Voortaan moeten
jullie je eigen boontjes doppen.' Daarna heb ik nooit meer iets van
hem gehoord. Gelukkig had ik lieve familie die me opving". Als
gedeputeerde Onderwijs van Curaçao wil ze nu werk maken van een
goede aansluiting van Antilliaanse studenten op Nederland. De
Stichting Studiefinanciering Curaçao bereidt de studenten voor die
naar Nederland gaan en verzorgt ook een deel van de introductie van
de studenten in Nederland.
De bedoeling van de intentieovereenkomst is dat overheden en
onderwijsinstellingen de handen ineen slaan om het studiesucces van
Antillianse studenten te bevorderen. Alkalla-Walle: "We weten dat
papier geduldig is. Daarom hebben we afgesproken elkaar iedere 2
maanden op ambtelijk niveau te zien en een keer per jaar op
bestuurlijk niveau". De intentieovereenkomst is getekend door de
Erasmus Universiteit, de hogescholen Rotterdam en INHolland, ROC
Zadkine, de gemeente Rotterdam en het eilandbestuur van Curaçao,
mede namens Bonaire. Trekker van het project is de hogeschool
Rotterdam, dat al jaren actief beleid voert voor de opvang en
begeleiding van Antilliaanse studenten.
Loco-burgemeester Jantine Kriens prees de keuze van de studenten
voor Rotterdam: "Het College van Burgemeester en Wethouders van de
gemeente Rotterdam vindt dat Amsterdam een museum is en Rotterdam
de stad van de toekomst".