• A
  • A
  • Derek Bok: 'We’re still searching'

    - “If you think education is expensive, try ignorance.” Bij deze opening van het academisch jaar spreekt tot u de man die deze klassieker formuleerde. De icoon onder de collegevoorzitters, de Dean of Deans, professor Derek Bok.

    Derek Bok was niet alleen van 1968 tot 1971 Dean van de Harvard Law School en tussen 1971 en 1991 de president van Harvard, hij werd in 2006 teruggeroepen om in een bestuurscrisis opnieuw de teugels in handen te nemen. Na een jaar kon hij zijn universiteit in rustiger vaarwater overhandigen aan de eerste vrouw die tot president werd gekozen.

    In gesprek met ScienceGuide geeft hij verrassende visies en zijn ervaring bij onderwerpen als excellentie en het Sirius-programma, de missie van het hoger onderwijs in een kennissamenleving, de noodzaak van veel meer allochtoon studiesucces, de dilemma's en rijkdom van het leraarschap, zijn alumnus Barack Obama en Nederland als inspirator. Ook brengt hij eer aan de man die decennia voor zijn homestate Massachusetts en het onderwijs opkwam in de Senaat, zijn vriend Edward Kennedy.

    Father of them all

    'Ted Kennedy was a great champion of education,' en vooral een ware voorvechter van goede studiefinanciering. Hij was iemand die steeds verder groeide, als mens en als 'public servant'. Dat is een bijzondere eigenschap en die maakte dat hij met iedereen leerde samenwerken voor het nationaal welzijn. Hij kreeg het vermogen politieke opponenten bij elkaar te brengen en dingen waar te maken, wetten, nieuwe programma's. 'It was a pleasure to see him grow, to witness this.'

    'Ted was een alumnus van ons in Harvard, zijn grootste faam kreeg hij als lid van het footballteam in de wedstrijd tegen Yale. Mind you, that's very important! Ik kreeg als nieuwe president van de universiteit direct met hem van doen. De familie Kennedy wilde na de moord op Jack zijn 'Presidential Libarary' bij ons vestigen. Ook stichtten zij het Institute of Politics ter nagedachtenis aan de president aan onze universiteit, zijn alma mater.

    Dat was een grote eer. Maar de Library zou ontegenzeggelijk miljoenen bezoekers gaan trekken. De plaats die Jacky daarvoor wilde hebben was alleen helemaal niet geschikt. Ik liet daarom eerst maar een milieueffectrapportage opstellen en die leidde ertoe dat zij de JFK-Library verplaatsten. 'Ted was not too happy with Harvard and with me when we first met like this.'

    Dat werd gelukkig anders nadien. We speelden zelfs samen tennis. Toen het Institute en de JFK School of Government bij ons opbloeiden, waren zij erg gelukkig. Beide waren aan het hart gebakken van Jacky en Ted. Als we een nieuwe Dean benoemden, dan gingen we met zijn drieën lunchen ter kennismaking, ze wilden er zelf persoonlijk betrokken bij blijven.'

    Na enkele jaren gebeurde bij die lunches iets aardigs. Er kwamen steeds meer Kennedy's bij op zijn verzoek. 'Caroline joined him to talk to the new Dean. Then he brought John jr., Joe jr. came as well. It was so obvious that he had become the father of them all, Jacks children, Bobby's children, all of them. That was a remarkable gift he had and in the Senate a similar thing happened. He became the father figure there as well.'

    Weet u, de Kennedy-broers waren in hun jonge jaren allemaal…. Losbollen zal ik maar zeggen. Alleen de oudste, Joe, niet en die sneuvelde al jong in de oorlog. Maar zijn jongere broers bleken na hun 25e enorm te kunnen groeien, als karakter, intellectueel, als mens ook. Zo konden ze alle verwachtingen die men had van hen overtreffen in hun leven en hun carrières.

    Dankzij Ted weten we nu dat zij bovendien de gave hadden ook na hun 40e nog eens opnieuw door te groeien, 'becoming better and better. More serious, dedicated to the poor, much more impressive persons and leaders.' De minst hoog ingeschatte van de drie broers kreeg als enige de kans zo uit te groeien en decennia lang veel te betekenen voor anderen, vooral voor de minder bedeelden.

    A really serious person

    De stap naar Barack Obama is nu niet zo groot. Wat bij de president zo opvalt is dat hij colleges en universiteiten hogelijk waardeert. Van hen verwacht hij veel en eist hij veel! Maar vergis u niet, hij kan ook precies melden wat er niet goed loopt, wat echt beter moet. He is a most clearheaded person and unsentimental when it comes to education and universities. He values them highly, but knows what to do, to improve, and says so.

    Als student was Obama bij ons al een uitblinker. Alleen al om toegelaten te worden tot de Law School moest hij 'extremely good' zijn. En om hoofdredacteur van de Law Review , het meest gezaghebbende blad in deze discipline, te worden moet je tot de bovenste 2% van de studenten binnen de School behoren. Om tegen zulke klippen op de eerste African American op die stoel te worden…..tsjonge, dan moet je echt heel erg goed zijn.

    Wat zo bijzonder is aan Obama, is dat je kunt merken dat hij op een bepaald moment in zijn leven een besluit heeft genomen. He decided to become a really serious person. This man has read so many books, thought about so many serious problems. He has good values, is clearly very smart and knows how to attract and handle good people. 

    If this doesn't work…..

    Deze president en zijn mensen vormen zo'n beetje het beste wat Amerika in huis heeft. Het is zo verfrissend dit te beleven na wat de voorbije acht jaren bon ton was. Tegelijk denk ik af en toe wel: 'stellen we onze eisen niet erg hoog? If this doesn't work, what else is there?

    Arne Duncan ken ik al uit de tijd dat hij basketballer was. Hij is de ideale schoonzoon. 'Handsome, modest, smart, dedicated, athletic, cares deeply bout education.' En hij is echt zo. Die liefde voor onderwijs is hem met de paplepel ingegoten. Zijn moeder leidde 40 jaar lang naschoolse opvang en bijspijkerklassen in de sloppenwijken van Chicago. Hij kent de levens van arme kinderen van dichtbij. School is the true 'home' for many of them, don't underestimate this.

    Overal in Amerika zijn prachtige projecten gaande om probleemscholen te verbeteren. Daar haalt men uitstekende resultaten met heel diverse, multiculturele klassen. Maar op stelselniveau lukt het ons niet. De onderwijsprestaties gaan op het niveau van de steden en de staten niet omhoog. Arne Duncan ziet dat. Hij legt er de nadruk op dat we oplossingen voor de problemen naar het systeemniveau moeten zien te tillen. Dat hebben we nog niet voor elkaar, ook 30 jaar na het baanbrekende rapport A Nation at Risk niet.

    Not a popular view

    Het is niet erg geliefd wat ik verkondig, maar deze crisis is best zinvol voor universiteiten. De klappen die het vermogen van Harvard krijgt zijn nu wel een forse terugslag. Maar vergeet niet dat dit vermogen in de voorbije jaren enorm groeide. De actuele cijfers wijzen op een neergang met zo 25 tot 30% in een jaar. Andere universiteiten kennen een vergelijkbare situatie, maar fijn is anders.

    Zulke barre tijden zijn toch af en toe nuttig, meen ik. Elke universiteit moet ook wel kijken naar overtollig vet in de eigen organisatie en activiteiten. Dat is nooit prettig. But universities have never been good at getting rid of things. Starting things in research or education is not so hard, stopping things is. And this accumulates inevitably some slack, some fat. Therefore a crisis like this is a big worry but also a healthy process of weeding things out. This is not a popular view, I know.

    Hieruit komen twee vraagstukken naar voren, meen ik. Ten eerste: wat doe je met je vermogen, je bekostiging, dat het verschil maakt als universiteit in de kennissamenleving? Voor mij stelde die vraag zich altijd zo: wat maakte Florence of Athene in hun tijd tot dat wat ze waren en hoe kan ik dat met onze materieel oneindig meer mogelijkheden zien te evenaren?

    Ten tweede: nu we van elite-instelling naar massaal hoger onderwijs zijn gegroeid, moeten we de kwaliteit van de vorming optimaliseren. Hoe doen we dit en how do we achieve a sharing of this quality by everyone involved? Quantity is no longer the problem today, so the full focus should be on quality.

    Why nag us?     

    Voor beide vragen is de sleutel dat hoger onderwijsinstellingen zich echt ontwikkelen als voorhoede van innovatie en nieuwe inzichten. Tegelijkertijd weten we dat onderwijsmensen ten diepste zeer behouden zijn. De kunst is to persuade them to do better. Seduce them? Well, yes, I could say that as well.

    Je moet willen begrijpen waarom ze zo denken. Anders zul je weinig veranderen of verbeteren. Ze zijn in hun onderzoekswerk meestal heel erg goed bij ons, bijvoorbeeld. Ze weten zo veel derde geldstroommiddelen en zo te verweven, staan in de rankings goed genoteerd. De alumni - bij ons een grote factor - geven prachtige bedragen om de goede zaak te steunen. Blijkbaar doen we het lang niet slecht en we kregen weer een Nobelprijs voor een of meer collega's. So, why nag us with all this? Ga er maar aan staan.

    En toch wil je dan excellent onderwijs, net zo goed, vooral net zo vanzelfsprekend goed als het onderzoek. In mijn masterclass voor het Siriusproject is dat natuurlijk de kern, de ambitie waar het om gaat.

    Bij het stimuleren van excellentie gaat het uiteindelijk om leiderschap Je moet de docenten, de staf de feiten laten zien en begrijpen. Dat kan ook prima. Ze zijn vanuit hun onderzoek allemaal geconditioneerd daarvoor. Finding out the facts, investigate them, formulate hypotheses, test these, analyze the outcomes, debate those. They're all wonderful about this, dedicated.

    Maar dat stopt zodra het over hun onderwijs gaat. They don't handle their own teaching the same way at all. There they 'just know what works', relying on intuition, on hunches and anecdote. Their students never complain they tell you, indeed they love their teachers and the quirky ways they act in class. It's fascinating how faculty rationalize fully unfactual approaches tot this part of their vital work.

    Fine as we are

    Ik heb jaren geleden een survey laten doen naar de schrijfvaardigheid en taalbeheersing van onze studenten. Want het verhaal was dat die veel slechter was dan vroeger. Maar dat lag niet aan onze mensen, dat lag aan het voortgezet onderwijs, werd erbij gezegd.

    De uitkomst was erg interessant. De alfa's leerden als undergraduates duidelijk beter schrijven en formuleren en als graduates nog meer. De gamma's gingen iets vooruit, maar niet markant. De bèta's ging fors achteruit, graduates schreven nog slechter dan de undergraduates bij instroom.

    Die survey dwong tot nadenken. Make them see the facts of the situation. They couldn't continue to say: we're doing fine as we are. We hebben toen niet gezegd wát ze moesten gan doen hieraan, ze wisten dat zelf best en gingen er mee aan de slag. Het was immers duidelijk: als goede taalvaardigheid een lastige afleiding is voor het doen van 'goed onderzoek' gaan de studenten zich daarnaar gedragen. Ze zijn altijd zeer efficiënt: Good writing was dysfunctional for succes.

    Only out of ignorance

    Wat die survey deed, was laten zien dat de waarden die mensen zeiden te koesteren, niet overeenkwamen met wat er de facto gebeurde. Hun werkelijkheid moest weer verbonden worden met hun missie.

    En dat is broodnodig in het hoger onderwijs! Getting the most out of education is now more important than it has ever been. Underachievement exists today only out of ignorance.

    Daarom zijn velen wat schichtig voor het meten, zichtbaar maken en benutten van studieprestaties en - resultaten voor beleid. Ik snap dat best: Assessing our students is not good for us, it will lead to questions about what we do, to improvements, to problems. De fysicus Carl Wieman is een voorbeeld voor iedereen die dit doorprikken wil. Die kreeg de Nobelprijs, dus als onderzoeker staat hij boven verdenking. Tegelijk is hij een denker en doener van onderwijsvernieuwing, juist in de bètavakken. Zijn college daarover op het web is meeslepend goed.

    Coming to terms

    Het studiesucces van allochtone jongeren is een enorm thema. En het is veel complexer, veel gelaagder dan velen aannemen. Kijk ik naar Harvard, dan bestaat het vraagstuk bijvoorbeeld niet. Ons diplomarendement is zo'n 96%, bij African American studenten 95%. Die 4 of 5% zijn mensen die ziek worden of heel andere dingen met hun leven willen gaan doen. En Bill Gates, okay, die schenk ik u.

    Elders in ons land zijn de cijfers echt anders: 40% haalt het niet, een factor 10 meer. De oorzaken daarvan zijn vaak heel anders dan men aanneemt. Bij minderheden spelen bijvoorbeeld economische redenen, armoede, veel minder een rol bij de uitval dan vaak gedacht. Opvallend is een veel krachtiger factor: het is niet 'niet moeilijk genoeg'. Men voelt zich underchallenged, verwacht meer, een grotere omslag in hun levenslot en loopbanen dan de opleiding werkelijk blijken te bieden.

    Die indruk wordt bevestigd door een ander gegeven. De studenten uit minderheidsgroepen  die naar zeer veel eisende instellingen gaan slagen vaker. En ook het tegenovergestelde blijkt: de uitval is hoger bij die colleges en universiteiten die zich speciaal richten op minderheden en dat doen door van wat minder zware eisen te stellen.

    We must come to terms with this. And it's not easy. Hier moeten zowel het toelatingsbeleid als de aanpak van de onderwijsuitvoering binnen de curricula kritisch bekeken worden. Veeleisende instellingen moeten volgens mij ruimer durven toe te laten, omdat het studiesucces erop wijst dat veel jongeren uit minderheidsgroepen in zulke opleidingen kunnen doorbreken. Om het geld hoeft het daarbij meestal niet te gaan. Dat misverstand is vaak hardnekkig onder de mensen met lage inkomens en hun kinderen.

    Bij ons op Harvard bijvoorbeeld kunnen zij gratis komen studeren, wist u dat? Ouders met een inkomen beneden de $60.000 kunnen een beurs krijgen voor hun dochter of zoon als deze de capaciteiten heeft om bij ons te komen studeren. Ze betalen dan geen collegegeld. Dan heb je het over jongeren uit gezinnen tot onder in de middenklasse die deze mogelijkheid wordt aangeboden.

    Wasting minds

    Hoe nodig dat is, laten de cijfers over heel ons land zien. De groei van de toestroom van jong talent naar het hoger onderwijs is onevenredig geworden. De middenklasse en hoger hebben een fikse groei laten zien in de deelname en doorstroom naar het hoger onderwijs. Er is geen navenante toename uit de lagere sociale en economische groepen in de samenleving. Dat is slecht voor de natie. A mind is a terrible thing to waste. Dat motto staat recht overeind, wat mij betreft.

    Deze cijfers laten nog iets zien dat mij verontrust. Het hoger onderwijs in de USA verliest aan dynamiek en talentontwikkeling. Het Europees hoger onderwijs blijkt nu in een fase van meer ingrijpende vernieuwingsimpulsen te leven. Dat was 30 jaar geleden nog echt niet zo.

    Een van mijn voorgangers ging in de jaren '20 en '30 nog uitgebreid op bezoek bij de topuniversiteiten in Europa, voordat hij aantrad als president van Harvard. De voorbije decennia waren dat soort trips echt niet langer de gewoonte meer. Men kwam naar ons om te kijken wat je kon leren van vernieuwing en dynamiek. Die periode lijkt voorbij. Kijk nou naar mij, ik ben hier toch ook maar langs gekomen in uw land bij de Roosevelt Academy!

    In zulke dingen ben ik een optimist. Zo vind ik dat die nieuwe situatie allereerst betekent dat we weer veel van elkaar kunnen leren. Dat is geweldig. De innovatie van het hoger onderwijs is hier in Europa, zeker in Nederland, opvallend. Of ik hier nu rond kijk in Middelburg bij Roosevelt of naar het Sirius-project en de onderwerpen die ik hier mag komen bediscussiëren in de masterclass, daar spreekt een geest uit van dynamiek die mij enorm aanspreekt. We don't have all the answers, we're still searching. Maar dat maakt het juist zo interessant.


    Gerelateerd nieuws:
    20 maart  Obama: “Shift our cars entirely off oil”