• A
  • A
  • Voorkomen dat het kwartje te laat valt

    - Er is discussie over de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs. Een discussie die niet alleen gaat over de vraag hoe goed het HBO is, maar vooral over de vraag: 'doet het HBO eigenlijk wel de goede dingen?' Ron Bormans (voorzitter HAN) zet uiteen waarom en met welk resultaat vernieuwing doorzet. Wat is zij en wat is zij niet? En kunnen hbo'ers straks nog wel 'een hamer vasthouden'?



    Waarom vernieuwt het HBO eigenlijk?

    1. We kunnen niet meer volstaan mensen te leren wat ze voor hun eerste beroep moeten kennen en kunnen. Horloges voor 40-jarige dienstverbanden worden nauwelijks nog uitgereikt, mensen hebben meer "grillige" carrières en moeten dus bijgebracht worden hoe ze blijvend kunnen leren. Iets alleen maar inoefenen is niet zo moeilijk én niet zo relevant. Mensen moeten leren hoe ze blijvend aangesloten kunnen zijn op die kennis die voor hen interessant is.
    2. We vernieuwen opdat het HBO beter aansluit bij de beroepspraktijk. We zorgen er als het ware voor dat de beroepspraktijk in het onderwijs kruipt. We leren jonge mensen "de hamer vast te houden" door de werkplaats de school binnen te brengen.
    3. Innovatie is onze toekomst. Een andere hebben we in Nederland niet. En innovatie komt rechtstreeks voort uit mensen die geleerd hebben na te denken en geleerd hebben te reflecteren over de vraag hoe het bestaande steeds maar weer te verbeteren is.
    4. De student bestaat niet. Studenten verschillen meer en meer qua leerstijl, achtergrond en werkervaring. Dus moeten er ook vormen van hoger beroepsonderwijs komen die die verschillen weten te accommoderen; sterker, die daar slim op in spelen door bijvoorbeeld die verschillende ervaringen deel te laten zijn van het leerproces
    5. Onderwijskundig onderzoek laat zien dat studenten beter leren als ze weten waar ze het voor doen. De context begrijpen waarbinnen je integraal rekenen nodig hebt, als voorbeeld, helpt bij de motivatie je aan die lastige klus te zetten én helpt erg bij het duurzaam vasthouden van die kennis.

    Wat is die vernieuwing van het HBO eigenlijk?

    1. De onderwijsvernieuwingen in het HBO zijn divers en leiden tot uiteenlopende vormen, maar één constante is dat geprobeerd wordt studenten nadrukkelijk meer verantwoordelijkheid voor het leerproces zelf te geven. Binnen kaders van afspraken wat een diploma moet inhouden, geholpen door een goed systeem van begeleiding, is het winst als we de studenten weten te bewegen tot een actievere houding.
    2. Daarbij wordt geprobeerd te werken vanuit wat heet competenties. Beroepssituaties zijn nog steeds goed te definiëren in termen van vaardigheden, kennis en inzicht, maar die trits leren studenten pas goed als we hen leren die trits geïntegreerd toe te passen. Dat geïntegreerde geheel noemen we competenties, niet meer en niet minder. Daar van uitgaande wordt vervolgens het onderwijs opgebouwd vanuit een toenemende complexiteit wat de invulling van die competenties betreft. Daarmee voorkomen we dat studenten te laat oefenen met die integratie, c.q. dat te laat "het kwartje valt" en ze te laat zien wat de betekenis is van de verschillende vakken.
    3. Vervolgens wordt gezocht naar een variëteit aan onderwijsvormen in een poging die toe te spitsen op de specifieke leervragen die er zijn. Colleges lenen zich heel goed voor kennisoverdracht, werkgroepen voor het simuleren van werksituaties, één-op-één gesprekken met studenten om na te gaan wat de voortgang inhoudelijk is én om te bepalen of de student in zijn individuele leerweg nog wel op weg is naar het niveau dat recht geeft op een diploma.
    4. In het HBO blijven studenten ook gewoon oefenen. Mondhygiënistes blijven in monden kijken, verpleegkundigen oefenen om te spuiten en in het technieklokaal hangt blijvend een geur van houtsnippers of olie.
    5. Onderwijsvernieuwingen hebben ook vaak als doel het beroep meer centraal te stellen, reden waarom zo veel werkgevers enthousiast zijn. En door die beroepen steeds te laten variëren zorgen hogescholen er ook voor dat studenten niet in een fuik terechtkomen, terwijl ze wel met heel veel kennis van beroepspraktijken aan hun loopbaan gaan beginnen.
    6. Veel vernieuwingen zijn gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die niet direct gekoppeld zijn aan specifieke vakken of beroepen, maar wel van groot belang zijn voor HBO'ers; in de uitoefening van hun eerste functie en al die functies die daar op volgen. Studenten moeten gestimuleerd worden niets als vanzelfsprekend te beschouwen en op zoek te gaan naar de innovatie, studenten moeten leren goed te communiceren, ook in vakgebieden waar dat niet altijd als een belangrijke kwaliteit gezien wordt, studenten moeten onderzoek kunnen doen, moeten burgerschapzin ontwikkelen, enz.
    7. Tenslotte zie je op veel plaatsen onderwijsvernieuwing gepaard gaan met het beter inzetten van de moderne media, waaronder het internet.

    Wat is die vernieuwing eigenlijk niet?

    1. Deze vernieuwingen moeten niet leiden tot het verdrijven van kennis en inzicht. Onderwijs is veel meer dan een proces en moet blijvend gericht zijn op het meegeven van bagage aan jonge mensen. Met andere woorden: het Grote Misverstand dat onderwijsvernieuwing gelijk staat met het marginaliseren van kennis, moet van tafel.
    2. Competenties zijn niet vaag. HBO leidt op voor een beroep en stelt de kenmerken van beroepen centraal bij het ontwerpen van onderwijs. Maar zorgt er tevens voor dat mensen in staat zijn om ook na de eerste functie met succes de volgende stap te maken.
    3. Deze vernieuwing moet niet gelijkgesteld worden met het aan hun lot overlaten van studenten. Studenten stimuleren zelf actief te zijn is iets anders dan studenten het maar laten uitzoeken. Onderwijsvernieuwing is ook iets anders dan "U vraagt, wij draaien"; ofwel een plat soort onderwijsconsumentisme is uit den boze.
    4. Dat is een andere manier om te zeggen dat deze nieuwe vorm van hoger onderwijs niet structuurloos is; ook vanuit het besef dat jonge mensen verschillend zijn en de een veel structuur nodig heeft en de ander juist gedijt bij weinig structuur.
    5. Deze vernieuwing moet eveneens niet gelijkgesteld worden met het drastisch terugbrengen van het contact tussen de hogeschool en de student. Het soort contact zal veranderen, de intensiteit niet.
    6. Door deze vernieuwing wordt de mens niet ingeruild voor de machine. Docenten, enthousiast en bevlogen, blijven de kern van het onderwijsproces. Ze doen andere dingen, hun taak is meer gevarieerd, maar hun inbreng maakt het verschil tussen mooi en niet-mooi onderwijs.

    Gaat alles dan goed in het HBO?

    1. Het eerste antwoord is "ja", als we "alles" voor "veel" inruilen. Al zo'n 15 jaar verantwoorden de hogescholen zich voor hun kwaliteit; recent in de vorm van een door de overheid bij wet geregeld, accrediteringsmechanisme, dat bij een negatief oordeel de subsidie doet intrekken. En als we met zijn allen vinden dat dat omvattende systeem nog niet streng genoeg is, dan moeten we de criteria aanpassen. Maar, vooralsnog, komt het HBO er goed vanaf bij die minutieuze metingen.
    2. Het tweede antwoord is "nee". Er zijn docenten die zich verloren voelen, er wordt veel te weinig gedaan aan professionalisering van docenten, er zijn studenten die zich niet meer herkennen in dit onderwijs en er zijn vakgebieden waar de inhoud veel te dun is. Binnen veel onderwijsinstellingen heerst ook nog onvoldoende een cultuur waarbij men de student bij het denken als uitgangspunt neemt. Dat vaststellen moet leiden tot een correctie ter plaatse. Maar moet niet leiden tot een integraal veroordelen van een vernieuwingsbeweging waar Nederland beter van wordt.

    Ron Bormans
    College van bestuur HAN