Waarom vernieuwt het HBO eigenlijk?
1. We kunnen niet meer volstaan mensen te leren wat ze voor hun
eerste beroep moeten kennen en kunnen. Horloges voor 40-jarige
dienstverbanden worden nauwelijks nog uitgereikt, mensen hebben
meer "grillige" carrières en moeten dus bijgebracht worden hoe ze
blijvend kunnen leren. Iets alleen maar inoefenen is niet zo
moeilijk én niet zo relevant. Mensen moeten leren hoe ze blijvend
aangesloten kunnen zijn op die kennis die voor hen interessant
is.
2. We vernieuwen opdat het HBO beter aansluit bij de
beroepspraktijk. We zorgen er als het ware voor dat de
beroepspraktijk in het onderwijs kruipt. We leren jonge mensen "de
hamer vast te houden" door de werkplaats de school binnen te
brengen.
3. Innovatie is onze toekomst. Een andere hebben we in Nederland
niet. En innovatie komt rechtstreeks voort uit mensen die geleerd
hebben na te denken en geleerd hebben te reflecteren over de vraag
hoe het bestaande steeds maar weer te verbeteren is.
4. De student bestaat niet. Studenten verschillen meer en meer qua
leerstijl, achtergrond en werkervaring. Dus moeten er ook vormen
van hoger beroepsonderwijs komen die die verschillen weten te
accommoderen; sterker, die daar slim op in spelen door bijvoorbeeld
die verschillende ervaringen deel te laten zijn van het
leerproces
5. Onderwijskundig onderzoek laat zien dat studenten beter leren
als ze weten waar ze het voor doen. De context begrijpen waarbinnen
je integraal rekenen nodig hebt, als voorbeeld, helpt bij de
motivatie je aan die lastige klus te zetten én helpt erg bij het
duurzaam vasthouden van die kennis.
Wat is die vernieuwing van het HBO
eigenlijk?
1. De onderwijsvernieuwingen in het HBO zijn divers en leiden tot
uiteenlopende vormen, maar één constante is dat geprobeerd wordt
studenten nadrukkelijk meer verantwoordelijkheid voor het
leerproces zelf te geven. Binnen kaders van afspraken wat een
diploma moet inhouden, geholpen door een goed systeem van
begeleiding, is het winst als we de studenten weten te bewegen tot
een actievere houding.
2. Daarbij wordt geprobeerd te werken vanuit wat heet competenties.
Beroepssituaties zijn nog steeds goed te definiëren in termen van
vaardigheden, kennis en inzicht, maar die trits leren studenten pas
goed als we hen leren die trits geïntegreerd toe te passen. Dat
geïntegreerde geheel noemen we competenties, niet meer en niet
minder. Daar van uitgaande wordt vervolgens het onderwijs opgebouwd
vanuit een toenemende complexiteit wat de invulling van die
competenties betreft. Daarmee voorkomen we dat studenten te laat
oefenen met die integratie, c.q. dat te laat "het kwartje valt" en
ze te laat zien wat de betekenis is van de verschillende
vakken.
3. Vervolgens wordt gezocht naar een variëteit aan onderwijsvormen
in een poging die toe te spitsen op de specifieke leervragen die er
zijn. Colleges lenen zich heel goed voor kennisoverdracht,
werkgroepen voor het simuleren van werksituaties, één-op-één
gesprekken met studenten om na te gaan wat de voortgang inhoudelijk
is én om te bepalen of de student in zijn individuele leerweg nog
wel op weg is naar het niveau dat recht geeft op een diploma.
4. In het HBO blijven studenten ook gewoon oefenen. Mondhygiënistes
blijven in monden kijken, verpleegkundigen oefenen om te spuiten en
in het technieklokaal hangt blijvend een geur van houtsnippers of
olie.
5. Onderwijsvernieuwingen hebben ook vaak als doel het beroep meer
centraal te stellen, reden waarom zo veel werkgevers enthousiast
zijn. En door die beroepen steeds te laten variëren zorgen
hogescholen er ook voor dat studenten niet in een fuik
terechtkomen, terwijl ze wel met heel veel kennis van
beroepspraktijken aan hun loopbaan gaan beginnen.
6. Veel vernieuwingen zijn gericht op het ontwikkelen van
vaardigheden die niet direct gekoppeld zijn aan specifieke vakken
of beroepen, maar wel van groot belang zijn voor HBO'ers; in de
uitoefening van hun eerste functie en al die functies die daar op
volgen. Studenten moeten gestimuleerd worden niets als
vanzelfsprekend te beschouwen en op zoek te gaan naar de innovatie,
studenten moeten leren goed te communiceren, ook in vakgebieden
waar dat niet altijd als een belangrijke kwaliteit gezien wordt,
studenten moeten onderzoek kunnen doen, moeten burgerschapzin
ontwikkelen, enz.
7. Tenslotte zie je op veel plaatsen onderwijsvernieuwing gepaard
gaan met het beter inzetten van de moderne media, waaronder het
internet.
Wat is die vernieuwing eigenlijk niet?
1. Deze vernieuwingen moeten niet leiden tot het verdrijven van
kennis en inzicht. Onderwijs is veel meer dan een proces en moet
blijvend gericht zijn op het meegeven van bagage aan jonge mensen.
Met andere woorden: het Grote Misverstand dat onderwijsvernieuwing
gelijk staat met het marginaliseren van kennis, moet van
tafel.
2. Competenties zijn niet vaag. HBO leidt op voor een beroep en
stelt de kenmerken van beroepen centraal bij het ontwerpen van
onderwijs. Maar zorgt er tevens voor dat mensen in staat zijn om
ook na de eerste functie met succes de volgende stap te
maken.
3. Deze vernieuwing moet niet gelijkgesteld worden met het aan hun
lot overlaten van studenten. Studenten stimuleren zelf actief te
zijn is iets anders dan studenten het maar laten uitzoeken.
Onderwijsvernieuwing is ook iets anders dan "U vraagt, wij
draaien"; ofwel een plat soort onderwijsconsumentisme is uit den
boze.
4. Dat is een andere manier om te zeggen dat deze nieuwe vorm van
hoger onderwijs niet structuurloos is; ook vanuit het besef dat
jonge mensen verschillend zijn en de een veel structuur nodig heeft
en de ander juist gedijt bij weinig structuur.
5. Deze vernieuwing moet eveneens niet gelijkgesteld worden met het
drastisch terugbrengen van het contact tussen de hogeschool en de
student. Het soort contact zal veranderen, de intensiteit
niet.
6. Door deze vernieuwing wordt de mens niet ingeruild voor de
machine. Docenten, enthousiast en bevlogen, blijven de kern van het
onderwijsproces. Ze doen andere dingen, hun taak is meer
gevarieerd, maar hun inbreng maakt het verschil tussen mooi en
niet-mooi onderwijs.
Gaat alles dan goed in het HBO?
1. Het eerste antwoord is "ja", als we "alles" voor "veel"
inruilen. Al zo'n 15 jaar verantwoorden de hogescholen zich voor
hun kwaliteit; recent in de vorm van een door de overheid bij wet
geregeld, accrediteringsmechanisme, dat bij een negatief oordeel de
subsidie doet intrekken. En als we met zijn allen vinden dat dat
omvattende systeem nog niet streng genoeg is, dan moeten we de
criteria aanpassen. Maar, vooralsnog, komt het HBO er goed vanaf
bij die minutieuze metingen.
2. Het tweede antwoord is "nee". Er zijn docenten die zich verloren
voelen, er wordt veel te weinig gedaan aan professionalisering van
docenten, er zijn studenten die zich niet meer herkennen in dit
onderwijs en er zijn vakgebieden waar de inhoud veel te dun is.
Binnen veel onderwijsinstellingen heerst ook nog onvoldoende een
cultuur waarbij men de student bij het denken als uitgangspunt
neemt. Dat vaststellen moet leiden tot een correctie ter plaatse.
Maar moet niet leiden tot een integraal veroordelen van een
vernieuwingsbeweging waar Nederland beter van wordt.
Ron Bormans
College van bestuur HAN
