Op dit moment kunnen instellingen bij de NVAO vrijwillig het
kenmerk 'internationalisering' mee laten beoordelen tijdens een
accreditatie. Maar dat is nog niet genoeg, vindt Karl Dittrich,
voorzitter van de NVAO.
Er is meer nodig om het niveau van internationalisering omhoog
te brengen, en om meer erkenning te geven aan opleidingen die daar
goed mee bezig zijn. Hij wil bovendien dat niet instellingen, maar
opleidingen beoordeeld worden op internationalisering.
Dittrich zette uiteen dat de accreditatie voor het certificaat
gelijktijdig met een gewone accreditatie moet plaatsvinden, op
vrijwillige basis. Een aparte commissie zou een opleiding op zes
punten moeten beoordelen. Zo zou worden bekeken of een opleiding
haar eigen doelstellingen op het gebied van internationalisering
haalt, of studenten de leeruitkomsten behalen, en of faciliteiten
zoals informatievoorziening over een buitenlandverblijf voldoen.
Een certificaat wordt uitgereikt als de opleiding als 'goed' of
'excellent' wordt beoordeeld.
De plannen van de NVAO riepen tijdens het seminar rond dit thema
veel vragen op. Veldexperts vroegen zich
af of niet eerst een basisniveau internationalisering
moet zijn vastgesteld voordat er 'goede' of 'excellente' stempels
worden uitgedeeld. Ander punt van kritiek was dat
internationalisering voor komt in veel verschillende vormen en dat
het daarom moeilijk te meten en te vergelijken is.
De voorzitter van het Europese Consortium voor Accreditatie,
Rolf Heusser, sprak zijn steun uit voor het certificaat en wil er
ook in andere landen mee experimenteren. De NVAO is daarom
nu op zoek naar Nederlandse en Belgische instellingen die
volgend jaar aan de pilot willen deelnemen om het
accreditatie-instrument te testen.
Dit is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in
Transfer, een
magazine van de Nuffic.