• A
  • A
  • "Kom maar, vanaf volgende week"

    - Een dialoog met danser Jan Kooijman en trombonist Jörgen van Rijen. Kunstonderwijs is het echte LevenLangLeren. Het houdt nooit op. De Havist wordt student, de student wordt kunstenaar, de kunstenaar wordt docent, de docent wordt inspirator, de inspirator wordt icoon. En die inspirerende mensen zijn weer bronnen van nieuw talent dat de eigen drive en roeping ontdekt. Het is bijna een perpetuum mobile van vorming.

    Jörgen van Rijen en Jan Kooijman zijn Codarts-alumni die middenin dit fenomeen leven en werken. Ze waren havist en student. Ze zijn nieuwe toppers in hun vak, als trombonist en danser/acteur en nu zelfs tv-jurylid. Ze zijn ook docent geworden en genieten van het overdragen van waar het hen echt om gaat. "Dit is de beste dansacademie van Europa. Zo, nou, dat heb ik dus gezegd."

    Jörgen, de eerste trombonist van het Concertgebouworkest, en Jan, Scapino -danser, acteur, model-  gingen met elkaar in dialoog over hun 'Werdegang', die van Codarts en over wat de kern is van werkelijk goed kunstonderwijs.

    Te jong voor alleen nog maar rozige nostalgie, te slim voor 'ik roep maar wat', vertellen ze over hoe ze werden wie ze konden zijn, dankzij Codarts. Over kwaliteit, inspiratie en over hoe ze hun ambities nog meer willen waarmaken.

    Een rukgebouw

    Jörgen van Rijen was een scholier in Dordrecht die natuurkunde wilde studeren. Maar die trombone, dat was ook wel erg, erg leuk.

    Jan Kooijman vond het heerlijk dat hij op zijn fietsje naar de Havo voor muziek en dans kon trappen in Rotterdam. "Ik ben echt geboren en getogen hier. Ik begon met dansen in groep 8 van de basisschool en toen kon ik naar de Havo van Codarts. Heerlijk was dat. Ik hier zo'n geweldige schooltijd gehad."

    Beiden vinden 'toeval' erg belangrijk in hun loopbaan en komst naar Codarts. Maar als je doorvraagt? De een zegt tussen 10 en 18 jaar volledig gefocust te zijn geweest op zijn dansdromen en het waarmaken ervan. De ander vertelt hoe de ene Dordtse muziekschooldocent hem doorgaf aan de volgende tot hij uiteindelijk bij George Wiegel werd 'gedropt'.

    Die had weinig tekst nodig. "Kom maar, vanaf volgende week." Ze lachen beiden hard om het verhaal over het financiële handigheidje dat Wiegel toepaste om ineens een plek voor het jonge trombonetalent te voorschijn te toveren. Ook dat is kunstonderwijs: talent gaat voor geld, als het dan moet.

    Jan was helemaal bezig met dansen, en juist dat maakte dat hij twijfels kreeg. Het Koninklijk Conservatorium trok. Maar dat had een intens klassieke benadering van de dans en hij wilde meer, wilde anders. Het toenmalige schoolgebouw van de Rotterdamse Dansacademie in Rotterdam Zuid was afschrikwekkend. "Dat was een rukgebouw zeg, de locatie was vreselijk. Je moest naar een getto in de stad, meisjes in onze klassen durfden gewoon de straat niet op of op en neer met de metro naar huis. Als je 15 jaar bent en je zit op de HvM&D, is dat geen aanlokkelijk toekomstbeeld."

    Jörgens twijfels waren anders. Hij genoot van de trombone, deed ook de vooropleiding, al had hij daar een jaar eerder mee kunnen beginnen. Zo deed hij als havist de theorieklassen maar vast, hoewel die formeel in het curriculum van het HBO-kunstonderwijs ingeboekt stonden. het gaf hem tijd en ruimte om ernaast in Delft natuurkunde te studeren, toen hij dan echt op de hogeschool kwam. Want die natuurkunde, dat was toch ook wel mooi, intellectueel uitdagend. 

    "Studeren in Delft was voor mij ook erg leuk geweest. Ik vond natuurkunde echt een mooie studie. Maar ik weet nog goed hoe ik allerlei tentamens moest doen daar. Die vielen samen met een solopartij die ik mocht spelen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Tsja…laat zo'n kans maar eens schieten. Ik had die tentamens wel gehaald, daar niet van, maar toch. Ik wilde die partij spelen."

    De treinrit Dordrecht-Delft via Rotterdam legde Jörgen steeds minder af, Rotterdam CS werd vaker eindstation. Hij begreep wat zijn reisgedrag hem vertelde.

    Aquagymmen

    Jans verhaal is er een van de concentratie. Hij koos voor Codarts, voor Rotterdam, ondanks de verlokkingen elders. Hij deed twee jaar dansacademie en ging de bühne op. "Wel met een diploma, hè! Anders krijg je dat weer: 'Oh, hij vertrok al na twee jaar'. Nou, mooi niet dus. Ik heb tussen mijn 10e en 18e het hele traject doorlopen."

    "Op je 18e gaan werken in het vak is het beste dat je kunt meemaken. Je zult toch niet vele jaren je vak kunnen uitoefenen. Dus tegen de opleidingen zeg ik: hou ze niet te lang vast. Ze moeten rijpen, natuurlijk. Maar het is heel persoonlijk hoe ze gaan rijpen."

    Jörgen fronst even. Hij vindt dat vasthouden toch wel belangrijk, hoe moeilijk dat soms ook is. "Je hebt studenten die zich zo ontwikkelen dat ze eigenlijk al een baan hebben, spelen bij gezelschappen! Die willen de opleiding dan soms niet meer helemaal afmaken. Jammer is dat. Het doel van onze opleiding is niet het diploma op zich, maar dat we het talent weten te ontplooien. En toch…"

    "Hoe overtuig je je studenten ervan in zo'n geval toch door te gaan?", vraagt Jan direct. "Ik vertel ze mijn eigen verhaal, hoe ik het als student beleefde. Ik bleef komen, omdat ik de theorielessen bijvoorbeeld echt interessant vond. Ik deed het omdat ik me wilde ontwikkelen en dat doen die studenten nu ook weer. Ze maken zelf kamermuziekprogramma's en dan komt die belangstelling om door te gaan, ook in de theorie, alsnog weer boven."

    Jan zegt dan ineens: "Let dus op de gedemotiveerde student . Iemand die twijfelt. Die kan juist wel eens iemand zijn die heel erg wil, die enorm kan groeien. Zij zijn er zo mee bezig dat ze hun gedrevenheid uitstralen in twijfels. 'Wil ik dit wel?' 'Ben ik wel goed genoeg?' Dan moet je dat niet te snel als gebrek aan motivatie bestempelen. Het kan het omgekeerde blijken te zijn."

    Als de vraag op tafel komt of het kunstonderwijs - en hun eigen loopbaan- niet allang dat LevenLangLeren is waar politiek, onderwijs en sociale partners vooral veel over praten, zegt Jan: "Ja, helemaal. Ik ben hier niet weg hè? Nog steeds niet. Je bent eerst een scholier die graag danst. Jong kun je heel goed worden, maar hoe dat verder loopt weet je niet. Geen scholier wil van beroep 'professioneel danser' worden. Brandweerman misschien."

    "Dan ga je toch door. Ik had de ambitie, het doel voor ogen, ik had het op de Havo allemaal. Nou, mijn eerste half jaar in het hbo was dus niet zo'n succes. Ik was 16, ze vonden me een dun mannetje. In mijn klas hadden ze jongens toegelaten, buitenlandse dansers van 22, van die klerenkasten. Ik moest eerst maar eens op aquagym zeiden ze. Ze wilden me dus tussen van die dikke huisvrouwen het zwembad in…"

    Niet allemaal ego's en gedoe

    Nadat de hilariteit is weggeëbd - het web zit immers inmiddels vol met Jan-Kooijman-Hyves van tienermeisjes die helemaal weg zijn van Danny in GTST - komt het LLL terug. Jörgen vertelt hoe de twee elementen van 'sfeer' en 'ambitie' de loopbaan van de kunststudent uiteindelijk sturen.

    "Sfeer in de opleiding is belangrijk, maar je wilt ook gewoon trombone spelen. En dan wil je naar de beste afdeling die er is. Er was hier bovendien in mijn jaar een flinke groep van gelijkgezinden met allemaal evenveel ambitie. Je was vriend en concurrent tegelijk. Elkaar pesten voorafgaand aan audities en dan vieren als iemand erdoor was gekomen. Op zijn kosten, tot laat in de nacht. Maar we belden elkaar de volgende dag wel op als er één brak in zijn bed bleef liggen."

    "Uit dit groepje is Slide Factory ontstaan. Nu is het een internationaal festival geworden, over twee weken komen de trombonisten van de Berliner Philharmoniker, uit New York, de Fransen, allemaal hier naar Rotterdam. Zo'n club samen is het allerleukste. Je bent dan sterker dan alleen. En het wordt zo ook allemaal niet meteen een egogedoe."

    Jan merkte na dat eerste half jaar op het HBO, een periode waarin hij op zichzelf teruggeworpen werd, waar zijn motivatie écht zat. "Dan leer je repertoire kennen, ga je toewerken naar voorstellingen, je gaat de diepte in. Ik leerde toen choreografen kennen, je gaat de praktijk echt in."

    Jörgen onderging eenzelfde ervaring. Zijn docenten stuurden hem regelmatig naar anderen. "Ik werd naar Lyon gestuurd om les te nemen bij Michel Becquet. In New York deed ik baroktrombone bij Daniel Lasalle. En dan kwam ik terug in Rotterdam om te toetsen of ik echt iets geleerd had, om te vragen 'hoe verder'?"

    "Je wordt zo geconfronteerd met je wat je echt kent en wilt. Natuurlijk kon ik goed trombone spelen, anders was ik niet eens toegelaten. Maar nu kreeg ik ook te horen 'je hebt een slechte laagte'. En dan kon je een ander horen die sommige dingen misschien niet zo goed spelen kon als ik, maar die wel een geweldige laagte had."

    Leren hard durven zijn

    Beide alumni leren door, nu als docenten aan Codarts. Jan werd regelmatig teruggevraagd om 'zijn verhaal te vertellen'. "Ik werd een beetje een voorbeeld, want ik was een echte Rotterdammer en had na de opleiding mooie banen gevonden, zoals bij Introdans, Scapino. En dat was ook weer hier in Rotterdam. Bovendien was ik ook nog een jongen."

    Toen werd hij ineens invaller, op zaterdagen. "Mijn vriendin is hier docent geworden en ik viel af en toe in voor haar collega's. Nu ben ik gastdocent en maak een choreografie die volgend jaar hier uitgevoerd zal worden bij de eindvoorstelling van de Havo voor Muziek en Dans. Ook weer LevenLangLeren dus, inderdaad. Het lesgeven is ook zoiets. Ik heb er geen opleiding voor gedaan, het is 'learning by doing' geworden."

    Jörgen geeft inmiddels al zo'n 10 jaar les. Hij noemt het een "grote, grote verantwoordelijkheid die je neemt voor zulke jonge mensen. Ze komen overal vandaan en denken dat jij ze aan de top brengt. Je moet leren om hard durven te zijn, bijvoorbeeld."

    "We doen hier aan 'team teaching'. De student heeft niet één docent waar alles aan hangt, maar bereidt veel meer zelf voor en wordt door een groep docenten begeleidt en gevormd. Dat is ook voor ons als docenten goed, want je kunt veel meer met elkaar de kwaliteit en de aanpak bepalen en waarmaken. Ik geef nu vaker masterclasses, in heel de wereld, en daardoor leer ik zelf weer veel over het docent zijn."

    Jezelf overbodig maken

    Zien de twee hun eigen opvolgers zich al klaarstromen? Hun radar blijkt in ieder geval aan te staan. "Een poos geleden zag ik in de Havo 3-klas een meisje," zegt Jan, "die nu in het eerste jaar van de Hbo-opleiding zit. Ed Wubbe heeft haar ook opgemerkt. Ook in de Havo 1 zag ik een veelbelovend ventje. Hij zit nu in de vierde klas."

    Jörgen viel op zijn eerste dag als docent in op een Open Dag. "Het was de eerste jongen die ik daar sprak. Net als ik afkomstig uit Dordrecht. Die zit nu met mij in de trombonegroep van het Concertgebouworkest."

    Het ontdekken, koesteren en loslaten van talent heeft ze te pakken, zo blijkt al snel. Indringend vertellen ze over wat de kunstopleiding kan, niet kan, en doen moet, laten moet. "Ze komen enthousiast maar groen binnen, zijn 18 jaar of iets dergelijks. Ze moeten zich dan gaan settelen in een nieuwe omgeving en jij moet ze leren zichzelf te sturen. Je leert ze nadenken over hun vak, over zichzelf. Dat moet in vier jaar."

    "Een groot deel van het lesgeven is daarom vragen stellen. De student moet geen kloon worden van de docent. Ze raken daar een tijdje in de war van. Dat is leuk! Dan gaan ze zichzelf sturen, hun eigen vakbekwaamheid ontwikkelen. Je moet je als docent overbodig maken."

    Waanzinnige locatie

    Hoe gaat Codarts op zo'n basis van talentspotting en gedrevenheid de komende 10 jaar verder? Waar moet het heen willen, welke ambitie dient het te koesteren?

    Jan springt er bovenop. Met besliste gebaren zegt hij: "Onze studenten gaan nog meer naar de grote gezelschappen. Nederlands Danstheater, Scapino, natuurlijk. Dat gaat gebeuren. Die tendens moet zich nu doorzetten. Dit is de beste dansacademie van Europa. Zo, nou, dat heb ik dus gezegd."

    Wat voor beiden een grote factor blijkt, is het gebouw, de locatie van de hogeschool en de volledige integratie van de opleidingsstromen, van Havo, de vooropleiding en het Hbo-kunstonderwijs dat dit gebouw mogelijk maakt. "Dit is zo luxe, waanzinnig vind ik het", zegt Jan. "Echt een geweldige locatie, vooral ook voor de studenten en de scholieren. De Havo zit er bij in en de scholier ziet er alle dagen zijn voorland in het Hbo direct om zich heen. Dat is zo'n motivatie, je beleeft elke dag al waar je naar toe wilt."

    Jörgen trekt een lijn uit de recente jaren door naar de toekomst. "Het verschil tussen 1989, het jaar dat ik hier binnenkwam, en nu in 2009 is enorm. Een overgroot deel van de studenten is nu internationaal. Wij halen voor ons vak de studenten uit het buitenland én uit de harmonie en brassband traditie in eigen land. De studenten komen van buiten de Randstad dus. Twente, Friesland, Brabant en Limburg, daar leeft de verenigingscultuur met die orkesten. Ook als je zelf niets speelt, 'ben' je van één van de orkesten in je dorp of streek."

    "Hoe gaat dit zich ontwikkelen? Wordt het voor studenten van buiten de EU duurder, moeilijker om te komen? Blijft die cultuur van de orkesten buiten de Randstad bloeien? De vormen van klassieke muziek gaan veranderen. De aankleding van kamermuziek wordt diverser, niet bij elke uitvoering moet het in rokkostuum. Dat kan beter."

    Jan ziet in de vooropleiding nog andere allochtonen opduiken dan die van buiten de Randstad. "Hun aantal groeit, het worden er nu meer. De opleiding speelt ook in op de vernieuwing in de moderne muziek. 'Urban dance' is nu in opkomst. Dat past bij Rotterdam."

    Vruchten plukken

    Uiteindelijk draait het om de kwaliteit, het onderscheidende van de kwaliteit. Jan vertelt hoe dit wordt beleefd en tot stand wordt gebracht. "Je ziet dat in de trend bij gezelschappen. Scapino wil meer stagiairs uit Rotterdam. Je ziet het in de samenwerking die nu gaande is met de 'Ailey School' in New York.

    "Codarts stond al lang bekend als een goede opleiding voor de moderne dans. Maar dan werd erbij gezegd 'technisch zijn het niet de beste dansers die daar vandaan komen.' Dit is nu echt veel beter. Veel beter! Dat is dus wel het beleid van Jikkie geweest om daar aan te gaan werken. Dat begon al bij Cisca van Dijk, dat die technische kwaliteit meer nadruk kreeg."

    "We gaan daar nu de vruchten van plukken. Dat is een tijdgeest die doorwerkt: in moderne dans blijven we heel goed en in de techniek zijn we minstens zo goed als de andere besten. Daar moet je als hogeschool dus de komende tien jaar op inspelen."

    Annette Roeters vindt Jan en Jörgen inspirerend voor de debatten over de rollen van de student in de HO-gemeenschap. "Wat opvalt is hoe sterk bij hen de verbinding tussen kennis en praktijk is. Voordurend moeten die twee aan elkaar gescherpt worden, voortdurend moeten ze oefenen. Alleen zo kun je in hun disciplines niet alleen heel goed worden, maar ook zo goed blijven. Dat is niet iets voor het kunstonderwijs alleen, zou ik zo denken. Daar kunnen heel het hbo en het wo iets van leren."

    Foto 1: Jan Kooijman, [bron GTSTistop Blog]. Foto 2: Jörgen van Rijen [fotograaf: Marco Borggreve]