• A
  • A
  • 'Steviger toelating, regulering massa, meer soorten'

    - Rector Dymph van den Boom (UvA) vindt minister Plasterk "voorbarig" over de oplossing van problemen door wijziging van het HO-stelsel. Heterogeniteit en veelvormigheid van de vraag naar kennis en talenten vragen om "meer ruimte om de intakeprocedure een meer verplichtend karakter te geven" en om "meer soorten opleidingen te ontwikkelen."

    In haar Dies-rede van vrijdag j.l. schetste Van den Boom hoe zij het HO-landschap observeert en dat is niet als het ongecompliceerde plaatsje in een fictief Amerika, waar de minister blijkbaar graag rondhangt, in "Lake Wobegon, waar alle vrouwen sterk zijn, alle mannen aantrekkelijk en alle kinderen bovengemiddeld."

    Voor de commissie-Veerman geeft de Amsterdamse rector daarom drie oplossingsrichtingen, die niet zozeer uitgaan van het stelsel, als wel in het stelsel tot doorbraken voor de aandacht voor kwaliteit en veelzijdigheid zouden moeten leiden.

    Tekst Dies-rede

    "Als rector magnificus heb ik het voorrecht om ter gelegenheid van de viering van de Dies Natalis enige bespiegelingen te wijden aan het landschap van het hoger onderwijs.

    Als ik dat landschap overzie, moet ik vaak denken aan Lake Wobegon. Dat is een fictieve Amerikaanse stad in Minnesota die bedacht is door de humorist Garrison Keillor. Het is er altijd mooi weer, de mensen zijn er vriendelijk en het geluk lacht de bewoners van dit kleine plaatsje toe. Elk verhaal over Lake Wobegon begint met: "Welkom in Lake Wobegon, waar alle vrouwen sterk zijn, alle mannen aantrekkelijk en alle kinderen bovengemiddeld."

    In het Nederlandse hoger onderwijs streven wij naar een wereld die lijkt op Lake Wobegon. We willen tot de internationale top behoren. Onze studenten moeten snel studeren en hoge cijfers halen en heel erg tevreden zijn over de opleiding en de instelling.

    Maar de realiteit is weerbarstig. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat misschien wel een heleboel, maar niet al onze studenten bovengemiddeld zijn en datzelfde geldt voor het onderwijs dat de universiteiten hen aanbieden. Dat is wel jammer, maar het is ook begrijpelijk. We maken een enorme groei door en krijgen te maken met studenten van wie de achtergrond, de belangstelling en de kwaliteiten sterk uiteen lopen.

    Niet voor niets zei minister Plasterk afgelopen september dat het hoger onderwijs uit zijn voegen barst. Hij stelde een zeskoppige commissie in, onder leiding van voormalig CDA-minister Veerman, met als opdracht de toekomstbestendigheid van het Nederlandse hoger onderwijsstelsel op de langere termijn onder de loep te nemen.

    U bent waarschijnlijk net zo nieuwsgierig als ik naar de bevindingen die de commissie in februari presenteert. Eigenlijk heeft de minister met de formulering van zijn opdracht al een oplossingsrichting aangegeven. Het stelsel moet mogelijk worden aangepast. Als dat onze problemen oplost, dan moeten we dat vooral doen. Maar het lijkt me wat voorbarig.

    Boordevol onderwijs

    Laten we eerst eens kijken wat de problemen precies zijn. Het kabinet wil dat vijftig procent van de beroepsbevolking op termijn hoogopgeleid is als onderdeel van de Lissabon-agenda. Waar staan we nu? Het aantal studenten in het hoger onderwijs is sinds 1980 bijna verdubbeld naar zo'n 526.000 studenten. Deze groei heeft vooral plaatsgevonden in het hbo, maar ook het wetenschappelijk onderwijs kende een ongekende groei. Vanaf 1980 is tevens de rijksbijdrage per student in het wetenschappelijk onderwijs naar schatting met 40 procent afgenomen.

    In tegenstelling tot in de rest van Europa blijft de binnenlandse vraag naar hoger onderwijs in Nederland stijgen. Volgens ramingen zal het aantal studenten toenemen tot 690.000 in 2020. Dat is nog eens een groei van 30% ten opzichte van 2007.

    Met de groei van de studentenaantallen is ook de heterogeniteit in de studentenpopulatie toegenomen. Tegelijkertijd wil het ministerie bovengemiddelde universiteiten blijven behouden. In Lake Wobegon is dat allemaal mogelijk. Maar bij ons gaat dat niet zo eenvoudig. Daarom heeft de minister de hulp ingeroepen van de commissie Veerman.

    Gedifferentieerde differentiatie

    Duidelijk is dat de heterogeniteit in de studentenpopulatie om meer differentiatie vraagt. Dat weten we allemaal en iedereen is vóór meer differentiatie. Ik zal u verrassen. Ik ben tégen meer differentiatie.

    Althans, als dat betekent wat het in de praktijk vaak betekent. Namelijk dat er steeds meer opleidingen bijkomen. In die vorm van differentiatie zie ik niets. Er gaat de suggestie vanuit dat de voorbereiding op specifieke beroepen het beste via (zeer) specifieke opleidingen kan gebeuren. Zo ontstaat een bamboebos aan opleidingen voor allerlei niches van de arbeidsmarkt. Ik denk dat studenten zich beter in een bepaalde basisdiscipline kunnen bekwamen. De vorming die zij op die manier krijgen, zal hen in staat stellen zich ook op andere terreinen te bewegen.

    Wat mij betreft moeten we differentiatie dus vooral niet zoeken in méér opleidingen. Ik noem meteen een tweede oplossing die wat mij betreft niet zonder meer soelaas biedt. En dat is een stelselwijziging.

    We kennen in Nederland twee soorten hoger onderwijs. Het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. In beide gevallen worden studenten voorbereid op het uitoefenen van een beroep. Het verschil zit 'm in het feit dat het wetenschappelijk onderwijs studenten voorbereidt op beroepen waar een academische achtergrond vereist of dienstig is. Waar hbo-opleidingen studenten vanaf dag één klaarstomen voor de praktijk.

    In de praktijk zien we dat het hbo en het wo in toenemende mate aspecten van elkaar overnemen. Hbo-opleidingen zijn anno 2010 veel 'wetenschappelijker' dan pakweg veertig jaar geleden. Dat is een begrijpelijke ontwikkeling, want de hbo'er van vandaag moet geavanceerde wetenschappelijke kennis gebruiken om zijn beroep goed uit te kunnen oefenen en moet in staat zijn zich deze kennis zelfstandig eigen te maken. Aan de andere kant komt door de grote studententoestroom het academisch gehalte van de universitaire opleidingen onder druk te staan.

    Hbo en wo dreigen door deze ontwikkelingen naar elkaar toe te groeien. Tegen de achtergrond van de steeds diversere studentenpopulatie is dat een uitermate onlogische ontwikkeling. We moeten onze studenten niet minder, maar juist méér keuze bieden. Binariteit of niet, laat het hbo en wo ieder hun eigen profiel behouden, zodat studenten wat te kiezen hebben.

    Wat te doen?

    Meer opleidingen in het leven roepen is wat mij betreft dus niet de oplossing. Opheffing van het binaire stelsel op zich ook niet. U vraagt zich misschien af waar ik wél heil in zie. Ik zie drie oplossingen waarmee we een passend antwoord kunnen geven op de groeiende en heterogene studentenpopulatie. Die oplossingen zullen ons bovendien helpen om de studie-uitval te beperken en het studiesucces te verhogen.

    Ten eerste denk ik dat we ons onderwijsaanbod moeten differentiëren door meer soorten opleidingen aan te bieden. Nu laten we vele duizenden studenten kiezen uit slechts twee smaken. Hbo of wo. Ik denk dat er meer te kiezen moet zijn. In het hbo kunnen we dat doen door de associate degree en de hbo-master op grotere schaal in te voeren. Zo ontstaan in die sector meer keuze- en doorgroeimogelijkheden. Wellicht is nadrukkelijker niveaudifferentiatie daar ook een optie.

    In het wetenschappelijk onderwijs denk ik aan ten minste twee zaken. Maar wellicht zijn er meer manieren. Ik zou willen pleiten voor een veel ruimer aanbod van brede bacheloropleidingen. Op dit moment zijn de meeste bacheloropleidingen erg specialistisch. Voor studenten die precies weten wat ze willen en in alle opzichten goed voorbereid zijn op een bepaalde studie, is dat prima. Laat dat vooral zo blijven. Maar dat geldt lang niet voor alle nieuwe eerstejaars die zich bij ons melden.

    Veel jonge mensen die gaan studeren, weten eigenlijk nog niet precies welke richting het beste bij hen past. Veel van die studenten gaan verloren voor het hoger onderwijs, of vinden pas na meerder pogingen hun bestemming. Dat is een verspilling van talent en een verspilling van tijd en energie.

    Deze groep is gebaat bij een brede bachelor, waar ruime aandacht is voor academische vorming en waarbij men de tijd krijgt om een beter beeld te krijgen van de verschillende disciplines en de eigen belangstelling en kwaliteiten. Daarna kunnen deze studenten alsnog kiezen voor een bepaald specialisme.

    Bij de UvA hebben we verschillende van dergelijke brede bachelorprogramma's in huis, zoals de bètagamma-bachelor en future planet studies, en de liberal arts-bachelor in het university college. Een bachelor op het snijvlak van rechten, economie en sociale wetenschappen is in de maak.

    Een tweede nieuw soort opleidingen waar ik aan denk zijn honoursprogramma's voor geselecteerde groepen van zeer goede studenten. Dan bedoel ik niet de extra programma's van 30 ECTS die we nu vaak aanbieden in het kader van een honourstraject. Dat noem ik verbreding. Ik wil echte verdieping bieden. Onderwijs op een hoger niveau voor de allerbeste studenten vanaf dag één.

    Ik vertelde u dat ik drie oplossingen zie. De eerste is keuze uit meer soorten onderwijs. De tweede is het reguleren van de schaal van de hele grote opleidingen. In Amsterdam hebben wij een aantal zeer grote opleidingen, waar zich veel studenten voor aanmelden die we allemaal moeten toelaten. En dan moeten we op het laatste moment weer tijdelijke docenten aan ons binden om het onderwijs te verzorgen. Het zou de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen als we met een stabiele stafbezetting kunnen werken. En dat kan als de instroom bekend is.

    Er lijkt daarom wat voor te zeggen om het aantal studenten dat we toelaten in de grote opleidingen wat meer te reguleren. Maar als de ene universiteit dat op eigen houtje doet, hollen de studenten met z'n allen naar een andere universiteit. Dit gaat dus alleen goed werken als die regulering op landelijk niveau plaatsvindt.

    De derde oplossing die ik voor ogen heb, is uitbreiding van intake-procedures. Dat doen we niet vóór, maar na de poort. De toegankelijkheid van het hoger onderwijs moet overeind blijven. Maar als het aan mij ligt gaan we wél zorgen dat iedere student sneller op de juiste plaats terecht komt. Als tijdens de intakeprocedure blijkt dat een student nog niet klaar is voor een bepaalde opleiding of de verkeerde opleiding heeft gekozen, kunnen wij die student nu adviseren om nog eens goed na te denken over die keuze. Maar dat is nogal vrijblijvend. Ik denk dat universiteiten, maar vooral ook de studenten zelf, erbij gebaat zijn als wij meer mogelijkheden krijgen om studenten in de juiste richting te sturen.

    Studenten die meer op de praktijk gericht zijn dan op academische vorming moeten tijdig doorverwezen kunnen worden naar een passende hbo-opleiding. Wij prijzen ons gelukkig met de intensieve samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam, die het mogelijk maakt studenten die mogelijkheid te bieden. Door in een vroegtijdig stadium te zorgen dat de juiste student op de juiste plek zit, kunnen we de uitval beperken en het studiesucces verhogen. Dat moet minister Plasterk toch als muziek in de oren klinken.

    Conclusie

    Ik ga afsluiten. Ik begon met een verwijzing naar de commissie Veerman die in opdracht van minister Plasterk de toekomst van het stelsel onderzoekt. Mijn conclusie is dat een stelselwijziging op zich niet de oplossing zal bieden voor de groei en toenemende heterogeniteit van de studentenpopulatie. Er is meer nodig.

    Meer ruimte om de intakeprocedure een meer verplichtend karakter te geven. Laat ons meer soorten opleidingen ontwikkelen en aanbieden. Maar het belangrijkste is misschien wel dat wij de middelen moeten krijgen om iedere student de aandacht te geven waar hij recht op heeft.

    En zo sluit ik toch weer af met een constatering die al zovele malen gedaan is. Maar die ik toch ook vandaag weer moet herhalen. De huidige financiering is voor de door mij genoemde oplossingen ontoereikend. Geef ons een vaste, reële vergoeding per student. Dan zorgen wij voor goed onderwijs voor iedereen. Want één illusie moet ik de minister ontnemen. Wij leven niet in Lake Wobegon. Onze studenten en docenten zijn mensen van vlees en bloed. Ze hebben ruimte en aandacht nodig. Gelukkig wel."