• A
  • A
  • ‘Weg met managementschaamte’

    - Lector Frans de Vijlder en zijn HAN-collega Hans van Gansewinkel keren zich tegen de Volkskrant Onderwijsagenda en het oude, romantische idee van het leraarschap. Zij betogen dat het onderwijs af moet van de aanname dat aandacht voor sturing, leiderschap en organisatie verspilde moeite is. ‘We moeten deze ongepaste managementschaamte vervangen door ‘organiseertrots’.’

    'Organisatorische rompslomp belemmert steeds vaker het gewone lesgeven'. Deze stelling staat royaal 'op één' in de Volkskrant Onderwijsagenda. Dat is veelzeggend! Op de website overheersen de invalshoeken die de professional - de onderwijsgevende - op de troon zetten en de bestuurders en managers afserveren. Onze minister doet daar op zijn slechtere dagen doodleuk aan mee, evenals de vakbonden en single issue clubs als Beter Onderwijs Nederland. Het zij hen vergeven, maar volgens ons zijn ze te lief voor de professional.

    Geen vrijplaats voor professionals

    Wij juichen de herwaardering van de professional van harte toe. Het zal tijd worden. Meer geld, aandacht en waardering voor hen, allicht. Maar de samenleving is veranderd, ze is complexer geworden. Zo ook het onderwijs. Ouders en burgers zijn kritischer geworden op wat leraren en scholen presteren. Dat is terecht, want de samenleving mag de professional, die uit publieke kas wordt betaald, ter verantwoording roepen: beschikt het schoolteam over alle kennis en vaardigheden om zo goed mogelijk onderwijs te verzorgen? Doet het zijn stinkende best om alle talenten in onze jongste generaties te ontwikkelen? Kan het onderwijs soms nog beter en doelmatiger georganiseerd worden? De school is geen vrijplaats voor professionals, maar een organisatie die publieke diensten verleent. Daar hoort bij dat scholen vertrouwen genieten van de samenleving, maar dat vertrouwen moeten ze wel verdienen. Soms lijkt het alsof er geen kritische vraag aan de professional gesteld mag worden. Alsof hij met die bejegening de waardering gaat krijgen die hem toehoort. 

    Wij zien veel goede, nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs. Lerarenteams werken zich uit de naad om leerlingen en hun ouders zo goed mogelijk te bedienen. Schoolleiders motiveren hun team en bewegen de teamleden tot betere samenwerking. Bestuurders en managers zoeken naarstig naar oplossingen voor de gevolgen van demografische krimp, de ontplooiing van talent uit niet traditionele doelgroepen, de agressie op de scholen die ze onder hun hoede hebben, hoe ze met gemeenten en andere organisaties er samen het beste van kunnen maken en hoe ze de bezuinigingen het beste kunnen opvangen. Daarnaast zijn tegen de stroom welwillende geesten bezig met het opbouwen van een volwassen personeelsbeleid. Langzaam maar zeker leren schoolteams hun eigen praktijk te analyseren en te verbeteren.

    Steeds meer mensen in het onderwijs begrijpen dat leerprocessen anders georganiseerd moeten worden om aan de eisen van de tijd te kunnen voldoen en dat de zaak ook bedrijfsorganisatorisch op orde moet zijn om goed te kunnen presteren. Onderwijs op maat organiseren is logistiek een knap ingewikkelde zaak. Wie dat miskent, is ronduit dom. Scholen en bestuurders begrijpen zo langzamerhand maar al te goed dat ze meer naar buiten moeten treden en beter moeten uitleggen waarom en hoe het onderwijs mee moet veranderen met de rest van de samenleving.

    Managementschaamte

    Laten we bovenstaande kasplantjes van initiatieven kapotmaken door een populistische beeldvorming van overhead en management? Door een achterhaald beeld van een professional die lekker kan zwelgen in de romantiek van het klaslokaal? Deze doorgeschoten pedagogische gedrevenheid staat het begrip voor beter organiseren en vernieuwen in de weg. 'Bescherming tegen buiten' lijkt een hogere waarde te hebben dan 'leren in de wind te staan'. Het onderwijs moet af van de aanname dat aandacht voor sturing, leiderschap en organisatie verspilde moeite is. Dat is ongepaste 'managementschaamte'.

    We moeten van 'managementschaamte' naar 'organiseertrots'. In dat opzicht biedt het recente rapport van de Onderwijsraad Naar doelmatiger onderwijs interessante aanknopingspunten. Terecht adviseert de Onderwijsraad het doelmatigheidsbesef te versterken. Anders gesteld: onderwijsinstellingen moeten leren begrijpen hoe ze van middelen tot resultaten komen. Wie dat van zichzelf begrijpt, kan systematisch verbeteren en innoveren. Zo noemt de Onderwijsraad het tijdschrijven en het meten van prestaties als middel om bij de betrokken medewerkers het besef te vergroten hoe tijd en geld in het onderwijs worden besteed. Een analyse van die eigen werkprocessen (de logistiek en organisatie van het onderwijs) naar leerlingen toe biedt tal van aanknopingspunten om doelmatiger, professioneler te werken en beter te presteren, juist in het lesgeven zelf. 

    De ideale lichtval

    Er is wel één randvoorwaarde: dergelijke maatregelen werken alleen als deze op het niveau van de eigen organisatie bedacht en ingevoerd worden: door professionals en managers samen! Het werkt niet wanneer de staatssecretaris of minister het tijdschrijven gaat dicteren. Vanuit het Rijk bezien is het slimmer de verwachte bezuinigingen te combineren met investeringen in het zelfsturend vermogen van onderwijsorganisaties. Professionalisering en aandacht voor de professional én de manager. Vergroting van de capaciteit om door samenwerking de kwaliteit te vergroten.

    Vervang managementschaamte door organiseertrots: de condities voor het lesgeven zullen uiteindelijk verbeteren. Leraren kunnen veilig, professioneel en rustig werken onder de hier aangereikte benadering van het begrip management. Onder die definitie van overhead schijnt een ideale lichtval om krachtig lesgeven te ontwikkelen.

    Frans de Vijlder, lector Governance & Innovatiedynamiek Hogeschool van Arnhem en Nijmegen - HAN

    Hans van Gansewinkel, voorzitter Raad van Toezicht Openbaar Primair Onderwijs Utrecht en directeur onderwijsadviesbureau Interstudie NDO - HAN