8 januari 2010 - Kan Amsterdam nou niks, als het om grote projecten gaat? Dat idee leeft elders in Nederland nog wel eens, na de NZ-lijn, Rijks en Stedelijk, en zo meer. Jaap Evert Abrahamse onderzocht hoe de stad in de gloriejaren slaagde een 500% stadsvergroting in stedenbouwkundig, infrastructureel, logistiek en financieel opzicht in banen te leiden. Het kan dus wel.
Explosive groei
De transformatie die Amsterdam tegenwoordig ondergaat is bescheiden
vergeleken met die in de Gouden Eeuw. Tussen 1585 en 1685 groeide
Amsterdam uit van regionale havenstad tot centrum van de
wereldhandel en de derde stad van Europa. De snel stijgende vraag
naar ruimte voor havens en industrie ging gepaard met een
explosieve bevolkingsgroei.
Dit leidde tot een uitzonderlijke stedenbouwkundige opgave,
culminerend in twee op elkaar aansluitende vergrotingen van 1613 en
van 1663 waarmee de stad vijfmaal zo groot werd. Rondom de oude
stad ontstond de grachtengordel als exclusief woongebied, omringd
door de Jordaan en andere gemengde woon- en werkwijken, met aan de
waterkant een reeks eilanden voor handel en scheepsbouw.
Icoon en planmatige metropool
Het resultaat was een voor die tijd hypermoderne stad naar de
drievoudige eis van nut, schoonheid en profijt. De stad bezet door
zijn grootte, ligging en ontwerp een unieke plaats in de
geschiedenis van de stedenbouw, enerzijds als icoon van het
handelskapitalisme en anderzijds als meest planmatige Europese
metropool.
Jaap Evert Abrahamse onderzocht hoe het stadsbestuur erin slaagde
deze immense tweeledige vergroting in stedenbouwkundig,
infrastructureel, logistiek en financieel opzicht in banen te
leiden. Dankzij een analyse van de bestuurlijke archieven komt hij
tot een complete reconstructie van de besluitvorming over omvang,
ontwerp en aanleg van de stadsuitbreidingen.
Hij promoveert aan -uiteraard- de UvA op zijn dissertatie 'De grote
uitleg van Amsterdam: stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw' op
20 januari a.s.