De nieuwe PISA-studie The high cost of low educational
performance laat de welvaartseffecten zien van verhoging van
PISA-scores. Een toename van 25 punten in de PISA-scores in de
komende 20 jaar zou al resulteren in een toename van het BNP in
OESO-landen van 115 biljoen dollar. Dit is geen aberratie,
want bijvoorbeeld Polen heeft de voorbije 6 jaar zo'n verbetering
van schoolprestaties al overtroffen. U kunt hier Schleicher zelf zijn onderzoek zien en
horen toelichten op youtube.
Finland
Het best presterende OESO-land in de PISA-studies is Finland.
Wanneer alle OESO-landen net zo zouden presteren, leidt dit tot een
BNP-toename van 260 biljoen dollar. "In Finland blijven
leerlingen niet zitten, maar krijgen juist extra aandacht en
begeleiding het jaar erop. Ze worden zo weer bij de groep gebracht
en verliezen geen kostbare tijd."
Zittenblijvers en uitvallers kosten de samenleving heel veel geld,
want "the tolerance for failure is too high in Europe", zegt
Andreas Schleicher (hoofdonderzoeker PISA). Dirk van Damme
(OESO-denktank CERI) noemde de uitval en het daardoor toenemende
reservoir van onontwikkeld talent onlangs op
ScienceGuide al een economische ramp.
De lange termijn impact van het verhogen van leeruitkomsten is veel
groter dan de korte termijn impact. Politici komen nu nog weg met
onderwijsinvesteringen in een voetnoot van een begroting, schampte
Schleicher. Dat kunnen hoogontwikkelde landen zich niet meer
permitteren.
Een opvallend voorbeeld biedt Polen. Daar heeft men de voorbije
jaren in het kader van de modernisering naar een Europese
kenniseconomie het onderwijs hervormd langs lijnen van de meest
succesvolle voorbeelden die uit de OECD-analyses naar voren komen.
De stijging van de scores als die bij PISA en bij de emancipatoire
doorstroom naar en binnen het hoger onderwijs zijn er nu markant.
"We make reality in education transparent," aldus
Schleicher. Paul Hofheinz, president van de Lisbon Council,
voegde daar als conclusie aan toe, dat "change begins with
transparency".
Nederland
De OESO-cijfers zijn ook voor ons land specifiek opmerkelijk. Zo
blijkt, dat Nederland relatief hoog scoort en daardoor 'weinig'
hoeft te doen om Finland bij of in te halen. Daarin lijken wij op
een beperkt aantal landen aan de Pacific Rim, als Korea, Japan,
Nieuw Zeeland en Australië. Niettemin levert ook voor ons land zo'n
Fins PISA-niveau nog zeer veel op: een BBP-stijging van 177%.
Aan de andere kant schuilt hierin ook een gevaar, zo laten de
cijfers zien. Zou Nederland wat zelfgenoegzaam op de huidige
niveaus blijven scoren, dan worden wij in hoog tempo ingehaald bij
de PISA-scores door landen die daar bovendien een forse extra in
hun BBP mee gaan bereiken. De middelmaat is dan al snel
bereikt.
Nut van investeren in onderwijsinnovaties die de leeruitkomsten van
leerlingen verhogen, wordt met deze studie duidelijk. Want de
cijfers laten zien, dat 'meer geld per student' alleen in het
systeem niet tot betere uitkomsten en welvaartsgroei leidt.
Relatief hoge uitgaven, zoals die in de USA, hebben niet
automatisch veel effect. Veeleer blijkt, dat een combinatie
van adequate investeringen met een stelsel en beleid, die fors
inzetten op stimulering van onderwijsloopbanen en levenlangleren,
tot de optimale resultaten leidt. Daarin blijken landen als Finland
uit te blinken.
De gegevens over Nederland laten dit ook zien. De in ons land
opvallend hoge PISA-scores kunnen namelijk een nog
krachtiger welvaartseffect krijgen als het onderwijsbestel minder
het karakter van een 'hordenloop' met veel uitvalmomenten zou
kennen. Bij het mitigeren van die factor in het bestel, zo laat de
berekening van Schleicher zien, is ook de impact van de
sociaaleconomische positie van een student en zijn ouders op de
kennisloopbaan op langere termijn veel minder groot. Daardoor
gaat de talentontplooiing sterk omhoog en de uitval omlaag, met de
aanzienlijke welvaartseffecten waar zijn rapport op duidt voor de
komende generaties.
Europa
Het onderzoek van de OESO zal worden meegenomen in de EU2020
strategie. "Nadat Europa de Lissabon-doelstellingen niet heeft
gehaald is investeren in het verhogen van leeruitkomsten cruciaal",
aldus Jan Truszczyński, plaatsvervangend Directeur-generaal
Onderzoek bij de Europese Commissie.
Dit OESO-onderzoek is zeer interessant voor de uitvoerders van de
motie-Hamer, de makers van de KIA-foto van het innovatieplatform en
de '20 commissies heroverweging'. Joeri van den Steenhoven van
Kennisland, en bestuurslid van de Lisbon
Council, interpreteert het onderzoek op zijn blog als "een
niet te negeren boodschap". Zijn analyse van de cijfers van
Schleicher en de conclusies die daar uit te trekken zijn, leest u
hier.
Het volledige OESO-rapport leest u hier.