• A
  • A
  • CDA zet in op kennis

    - “Toepassen van kennis is misschien wel de belangrijkste manier om waarde toe te voegen.” De denktank van het CDA bepleit het inzetten op kennis en hoger onderwijs om zowel de effecten van de crisis voor de staatsschuld als de versnelling van het economisch herstel optimaal aan te pakken. Het CDA-WI biedt daarmee een eigen invulling van ‘de motie-Hamer’ en het toekomstig kennisbeleid op weg naar de top 5 in de wereld.

    "Het beleid op het gebied van onderwijs en wetenschap en het innovatiebeleid leveren zo een bijdrage aan de groei van de arbeidsproductiviteit. Wel is het essentieel om knelpunten aan te pakken die een obstakel voor productiviteitsgroei vormen. Er zijn al geruime tijd signalen dat bedrijven deze kennis onvoldoende weten te gebruiken." Dit is een van de invalshoeken van het CDA-WI rapport, waarvan u de kernpunten ten aanzien van kennisbeleid en investeringen daarin hier vindt.

    SF en investeringen beschermen

    Op een reeks van punten moet daarom fors geïnvesteerd worden in kennis en kunde, terwijl de studiefinanciering niet op de schop zou moeten, aldus Smit en de zijnen in advies aan Balkenende en zijn geestverwanten. De huidige opzet van de leningen acht men een goede garantie van de toegankelijkheid.

    Tevens moet de rantsoenering van de instroom in zorgopleidingen, met name die van artsen en medisch specialisten, ophouden. Dit kan de kosten van de zorg in ons land helpen drukken en de feitelijke uitvoering van die zorg in een vergrijzende samenleving verbeteren.

    Als prijs daarvoor zullen HO-deelnemers wel hogere collegegelden gaan betalen, mede om uitval en vage studiekeuzes tegen te gaan. "Dit kan de kwaliteit van het hoger onderwijs verbeteren. Daarbij zijn ook vormen van collegegelddifferentiatie van belang en verdient het aanbeveling om de instellingen meer armslag te geven."

    Met blik op de OECD-review

    Met een beroep op de OECD-review wijst men er op, dat het hoger onderwijs in ons land maar matig flexibel is en dat afschrikeffecten op de toegankelijkheid niet verwacht hoeven te worden, zeker niet bij bestendiging van het huidige leenstelsel.

    Versnipperd en weinig effectief wordt op basis van diezelfde analyses van de OECD de infrastructuur van R&D en toegepast onderzoek genoemd. Organisaties als SenterNovem, Syntens en NWO moeten zich opmaken voor een zeer kritische blik vanuit de grootste regeringspartij ten aanzien van hun rollen bij het verdelen en rondpompen van kennisgelden. "Er wordt ook gekeken naar de huidige instituties en arrangementen en de vraag wordt gesteld of die onze prestaties verlagen dan wel blokkeren."

    Levenlangleren als arbeidsmarktbeleid

    Opmerkelijk is dat men zowel bij de noodzaak tot hogere deelname aan arbeid als bij de aanpak van de Wajong-explosie eveneens de deelname aan het onderwijs op alle niveaus voorop zet en de middelen daarheen ook wil leiden.

    Ook wordt de financiering van het arbeidsmarktbeleid aangepast aan Levenlangleren, oftewel de hardnekkige blokkade daarvan zou nu dan toch worden weggenomen. "Dit is daarom ook het moment om een nieuwe Werkloosheidswet in te voeren. Een manier van werken, waarin we investeren in mensen belonen en niet zoals nu ontslag belonen. Wie schoolt en bemiddelt, wie zorgt dat zijn mensen inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt, kortom: wie een goede werkgever is, hoort daar de vruchten van te plukken. Het doel moet zijn dat niemand meer langdurig werkloos wordt."

    Langs onder meer deze route wil het CDA de coherentie in het beleid versterken, waardoor kosten omlaag kunnen, arbeidsparticipatie omhoog gaat, de economische groei versnelt en de noodzaak tot ingrepen in de collectieve uitgaven beperkt kunnen worden. Bij een gunstig scenario kan die noodzaak ongeveer zo'n 25 mld belopen in twee kabinetsperioden, bij een achterblijvend herstel loopt dit op tot 50 mld. Een succesvol kennis- en innovatiebeleid bevat dus de sleutel tot het voorkomen van een noodgedwongen expansie van bezuinigingen in de collectieve voorzieningen met een factor 2.

    Spannende vraag naar extra geld

    Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, waar Balkenende en Klink zelf werkten, houdt in zijn huidige berekening nog wel een slag om de arm wat betreft extra investeringen in kennis en HO bovenop de geraamde: "Spannende vraag is of extra publieke middelen voor de kennisinfrastructuur nodig zijn (en dus op andere terreinen extra omgebogen moet worden) of dat volstaan kan worden met een beter verdelingsmechanisme, minder rompslomp, inzet van begrotingsmiddelen elders of het aantrekken van meer Europees geld."

    Men kiest hier impliciet voor de benadering van PvdA-fractieleider Hamer: uitgangspunt is 'topkennis' als ambitie en als na analyses en hervormingen nog extra nodig is, dan moet dat.

    De slag om de arm daarbij is niet verwonderlijk. De voorzitter van de commissie die het stuk schreef is René Smit, die zowel lid van het Innovatieplatform is, als door het kabinet aangetrokken om de heroverwegingscommissie die het thema 'productiviteit van de uitgaven voor onderwijs' moet onderzoeken.