• A
  • A
  • Complexe oplossingen als probleem

    - Het sociaal beleid wordt geteisterd door een hardnekkig virus: de oplossingen voor problemen waar mensen mee kampen worden steeds complexer. Complexe oplossingen zijn een probleem op zich geworden. Margot Scholte (INHolland) betoogt in haar lectorale rede dat het Maatschappelijk Werk bij uitstek de werksoort is die de paradoxale weg terug én vooruit kan leiden.

    Maatschappelijk werk verandert door de tijd heen. Was het voor de Tweede Wereldoorlog sterk gekoppeld aan materiële hulp- en dienstverlening in het kader van armenzorg, in de jaren '60 en '70 kwam er steeds meer ruimte voor immateriële hulpverlening waaronder therapeutische gespreksvoering. In de zakelijke jaren '90 is het evenwicht weer verschoven en is er steeds meer druk uitgeoefend op maatschappelijk werk om haar maatschappelijke waarde zichtbaar te maken en zich te verantwoorden.

    Op dit moment is het, mede door de komst van de Wmo, belangrijk om het maatschappelijk werk opnieuw te herijken. Het is hierbij belangrijk is om uit te gaan van 'oude waarden'. Vanuit een vaste, historisch verankerde kern is het mogelijk de kracht van maatschappelijk werk te formuleren voor de complexe vraagstukken in de eerste decennia van de 21e eeuw.

    Meer met minder

    Maatschappelijk werk handelt vanuit een eigen specialisme als generalist. De kracht van maatschappelijk werk is 'meer doen met minder'. De nadruk ligt op eerder ingrijpen; kiezen voor de meest voor de hand liggende simpele oplossingen; verbindingen leggen tussen formele en informele netwerken, tussen individuele hulpverlening en collectieve arrangementen; meer werken aan het realiseren van de basale bestaansvoorwaarden als fundament voor verdere ontwikkeling.

    Als generalist zijn maatschappelijk werkers bij uitstek in de positie om vanuit het perspectief van de cliënt mee te denken en hulp te bieden waar nodig. Meer dan tot nu toe het geval is, zal de maatschappelijk werker daarbij vanuit een persoonlijk, professionele betrokkenheid de informele leiding naar zich toe moeten trekken.

    Verheffen en verbinden met lef

    Om de positie van de maatschappelijk werker als verbindingsofficier te versterken, zullen opleidingen en werkveldorganisaties keuzes moeten maken en hun generalistische capaciteiten in de breedte moeten versterken. In plaats van de gebruikelijke carrière-ontwikkeling waarin professionals steeds meer weten van steeds minder, moeten we zorgen dat ze steeds meer weten van steeds meer. En zorgen dat ze het lef hebben om in de leefwereld van hun cliënten contacten te leggen en anderen aan te spreken op wat zij voor de cliënt kunnen betekenen, opdat de formele rol van de hulpverlener kleiner kan zijn.

    De (lokale) overheid zal moeten beseffen dat minder dure en specialistische hulp vraagt om uitbreiding van de generalistische, laagdrempelige hulp aan de voorkant van de samenleving. Dit betekent inzetten op preventie, ook als de besparing op balansdag niet direct zichtbaar is.

    Het lectoraat zal het thema agenderen in beleid, praktijk en in opleidingen en zal experimenteren met goede voorbeelden in uitvoeringspraktijk en in het onderwijs rond het social work in het algemeen en het Maatschappelijk Werk in het bijzonder. Sociale kwesties rond armoede, uitsluiting en maatschappelijk lijden schreeuwen om oplossingen. Die zijn er niet. Maatschappelijk werk maakt wel, samen met veel anderen, een verschil. Vanuit betrokkenheid en professionaliteit. Vanuit de overtuiging dat het altijd beter kan.

    Margot Scholte, lector Maatschappelijk Werk, Hogeschool INHolland.