Maatschappelijk werk verandert door de tijd heen. Was het voor
de Tweede Wereldoorlog sterk gekoppeld aan materiële hulp- en
dienstverlening in het kader van armenzorg, in de jaren '60 en '70
kwam er steeds meer ruimte voor immateriële hulpverlening waaronder
therapeutische gespreksvoering. In de zakelijke jaren '90 is het
evenwicht weer verschoven en is er steeds meer druk uitgeoefend op
maatschappelijk werk om haar maatschappelijke waarde zichtbaar te
maken en zich te verantwoorden.
Op dit moment is het, mede door de komst van de Wmo, belangrijk
om het maatschappelijk werk opnieuw te herijken. Het is hierbij
belangrijk is om uit te gaan van 'oude waarden'. Vanuit een vaste,
historisch verankerde kern is het mogelijk de kracht van
maatschappelijk werk te formuleren voor de complexe vraagstukken in
de eerste decennia van de 21e eeuw.
Meer met minder
Maatschappelijk werk handelt vanuit een eigen specialisme
als generalist. De kracht van maatschappelijk werk is 'meer doen
met minder'. De nadruk ligt op eerder ingrijpen; kiezen voor de
meest voor de hand liggende simpele oplossingen; verbindingen
leggen tussen formele en informele netwerken, tussen individuele
hulpverlening en collectieve arrangementen; meer werken aan het
realiseren van de basale bestaansvoorwaarden als fundament voor
verdere ontwikkeling.
Als generalist zijn maatschappelijk werkers bij uitstek in de
positie om vanuit het perspectief van de cliënt mee te denken en
hulp te bieden waar nodig. Meer dan tot nu toe het geval is, zal de
maatschappelijk werker daarbij vanuit een persoonlijk,
professionele betrokkenheid de informele leiding naar zich toe
moeten trekken.
Verheffen en verbinden met lef
Om de positie van de maatschappelijk werker als
verbindingsofficier te versterken, zullen opleidingen en
werkveldorganisaties keuzes moeten maken en hun generalistische
capaciteiten in de breedte moeten versterken. In plaats van de
gebruikelijke carrière-ontwikkeling waarin professionals steeds
meer weten van steeds minder, moeten we zorgen dat ze steeds
meer weten van steeds meer. En zorgen dat ze het lef hebben om in
de leefwereld van hun cliënten contacten te leggen en anderen
aan te spreken op wat zij voor de cliënt kunnen betekenen, opdat de
formele rol van de hulpverlener kleiner kan zijn.
De (lokale) overheid zal moeten beseffen dat minder dure en
specialistische hulp vraagt om uitbreiding van de generalistische,
laagdrempelige hulp aan de voorkant van de samenleving. Dit
betekent inzetten op preventie, ook als de besparing op
balansdag niet direct zichtbaar is.
Het lectoraat zal het thema agenderen in beleid, praktijk
en in opleidingen en zal experimenteren met goede voorbeelden
in uitvoeringspraktijk en in het onderwijs rond het social work in
het algemeen en het Maatschappelijk Werk in het bijzonder. Sociale
kwesties rond armoede, uitsluiting en maatschappelijk lijden
schreeuwen om oplossingen. Die zijn er niet. Maatschappelijk werk
maakt wel, samen met veel anderen, een verschil. Vanuit
betrokkenheid en professionaliteit. Vanuit de overtuiging dat het
altijd beter kan.
Margot Scholte, lector Maatschappelijk Werk, Hogeschool
INHolland.