• A
  • A
  • Lectoren en hbo moeten minder provinciaals zijn

    - De internationale dimensie van het hbo-onderzoek krijgt nog weinig aandacht en is "volgens sommigen zelfs in tegenspraak met de focus op de lokale beroepspraktijk", schrijft Hans de Wit, lector internationalisering aan de HvA. Geen geldig excuus, vindt hij.

    'Waar op de universiteiten onderzoek per definitie als internationaal wordt getypeerd, lijkt het of bij de hogescholen wel het omgekeerde beeld bestaat. Lectoren stellen dat voor zover zij internationaal actief zijn dit meer gerelateerd is aan hun andere activiteiten en persoonlijke expertise en contacten dan aan het lectoraat. Internationale expertise en contacten lijken geen essentieel onderdeel van het selectieproces te zijn en onderzoek als onderdeel van internationaliseringsbeleid staat nog in de kinderschoenen.

    Dit in tegenstelling tot de universities of applied sciences in bijvoorbeeld Scandinavië, waar veel meer aandacht bestaat voor internationaal onderzoek. Diverse hogescholen merken in contacten met potentiële strategische partners in bijvoorbeeld Zweden en Noorwegen dat men daar tamelijk teleurgesteld is in de onderzoekskwaliteit en -samenwerking van de Nederlandse HBO-instellingen.

    De start van Raak Internationaal kan gezien worden als een stimulans om meer internationaal gericht onderzoek te stimuleren, tegelijkertijd is het een indicatie dat zonder deze speciale focus het blijkbaar niet mogelijk is dat van de grond te krijgen. De HBO-raad erkent het probleem en is in het kader van het 'European Network for Universities of Applied Sciences' (UASNET) met dit onderwerp bezig via het zogenaamde EDUPROF project ("Educating the new European Professional in the Knowledge Society"). Daarin werkt men samen met tien Europese partner HBO-koepels aan een Europese dimensie op het gebied van praktijkgericht onderzoek.

    De HAN is een voorbeeld van een instelling waar internationalisering van het onderzoek in het nieuwe strategisch beleidsplan internationalisering een belangrijke plaats krijgt. Het Adviesbureau Subsidies krijgt ruimte om meer ondersteuning te bieden aan internationale subsidieaanvragen. 

    Doelstellingen daarvan zijn: elke lector en kenniskring streeft ernaar in 2013 tenminste in één onderzoek samenwerken met buitenlandse collega's; in 2012 heeft elke faculteit tenminste één buitenlandse gastonderzoeker binnengehaald die een substantiële bijdrage levert aan het onderwijs en onderzoek van de faculteit; de deelname van docenten/promovendi aan internationale congressen wordt gestimuleerd; gestimuleerd wordt de deelname in internationale digitale gemeenschappen ter bevordering van onderzoek en onderwijs; en bevorderd wordt dat zowel buitenlandse als Nederlandse studenten participeren in onderzoeksprogramma's.

    Wat beperkt de aandacht voor meer internationale onderzoeksamenwerking binnen het HBO? Uit gesprekken met lectoren, onder andere tijdens de recente bijeenkomst van het landelijke lectorenplatform in oktober in Utrecht, komt het volgende beeld naar voren. 

    Om te beginnen zou de nadruk zozeer op samenwerking met het lokale beroepenveld liggen, dat er geen ruimte en tijd zou zijn voor internationale samenwerking. Bovendien zou veel onderzoek nu eenmaal geen internationale dimensie kunnen hebben. Onderzoekssamenwerking lijkt nog onvoldoende ingebed in de internationale samenwerking van hogescholen, waardoor een netwerk van contacten ontbreekt om daartoe te komen.

    Bovendien missen de HBO-instellingen nog een helder beeld wie hun strategische buitenlandse partners zijn. Lectoren worden vooral afgerekend op hun samenwerking met het beroepenveld en niet op internationale samenwerking. Toegang tot Europese subsidies voor onderzoek is voor het HBO lastiger dan voor de universiteiten, mede ook omdat er een infrastructuur voor ondersteuning van dergelijke aanvragen ontbreekt.

    Al deze constateringen zijn op zich juist, maar mogen geen excuus zijn om niet meer te werken aan internationale onderzoekssamenwerking. Waar het beroepenveld steeds meer internationaal en intercultureel wordt - ook bij de lerarenopleidingen en verpleegkunde die veelal als voorbeelden worden aangehaald als het gaat om het sterke lokale karakter van praktijkgericht onderzoek - ligt internationale vergelijking en samenwerking voor de hand.

    En juist door die internationale vergelijking en samenwerking kan de kwaliteit van het onderzoek toenemen, zoals ze bijvoorbeeld in Scandinavië allang hebben begrepen. Met andere woorden, lokaal en internationaal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ook in onderzoek. Lectoren hebben een taak onderzoek in te bedden in het onderwijs. Internationalisering is bedoeld om een internationale dimensie in het onderwijs te realiseren. Deze twee ambities moeten hand in hand gaan als basis voor meer onderwijskwaliteit.'

    Hans de Wit, Lector Internationalisering, domein Economie en Management, HvA