Nederland na 25 jaar in de avant garde
Door het beleid van minister Deetman in de jaren tachtig
zijn universiteiten en hogescholen zelfstandiger gemaakt, waardoor
ze zich sinds de jaren nadien strategisch beter hebben
kunnen positioneren. Daarbij is er door het stelsel van
visitaties en onderzoeksevaluaties een systeem ingevoerd voor
kritische analyses van de kwaliteit van het wetenschappelijk
onderzoek. Dat heeft gezorgd voor meer nadruk op excellent
onderzoek.
Door de oprichting van onderzoeksscholen en de zogeheten
Vernieuwingsimpuls zijn de carrièremogelijkheden van jonge
onderzoekers verbeterd en zijn zij nu eerder in de gelegenheid om
zelfstandig onderzoek te doen. Tenslotte heeft NWO een grotere rol
gekregen in de toekenning van onderzoeksgeld.
Deze maatregelen hebben volgens het Rathenau Instituut bijgedragen aan de
goede prestaties van Nederlandse wetenschappers in vergelijking met
andere landen. Dit terwijl de uitgaven voor onderzoek in ons land
relatief laag zijn: 1,7% van het Bruto Nationaal Product tegen
bijvoorbeeld 2.5% in Duitsland (in 2007).
Tijd voor nieuwe maatregelen
Het Nederlandse HO en R&D beleid, in het bijzonder dat
op basis van de in 2010 25 jaar oude HOAK-nota, is sinds de jaren
tachtig internationaal veel besproken en toonaangevend genoemd.
Andere landen gingen de kunst hier afkijken. Om niet het
slachtoffer te worden van de wet van de remmende voorsprong, doet
Nederland er volgens het Rathenau Instituut verstandig aan nieuwe
verbeteringen door te voeren.
"The Netherlands has no initiatives for explicit priority setting
to be implemented. Some of the organisations in the research system
have set their own priorities and as part of innovation policy,
priorities have been set. More significant are those priorities
that have been set de facto or emerged as a result of
several policy instruments to create strengths, clusters and
collaborations. Such an approach of incremental priority setting
needs a regular impulse to promote research quality as well as
additional funds. Currently, the approach is not institutionally
settled and depends on ad hoc policy," zo analyseert
het rapport van Rathenau het huidige kennisbeleid.
Over de rol van OCW wordt daarbij nog gezegd, dat deze zwak is en
ons land daardoor een nationale visie en strategie ontbeert. "The
role of the government and more specifically of the Ministry of
Education, Culture and Science in strategy and planning is weak
compared to other countries. In other countries we find a tendency
to strengthen coordination at the national level, while in the
Netherlands there is no national strategy.
The idea of "governance at arm's length" is to some extent possible
because reforms have been implemented much earlier. As a result
actors in the research system have comparatively more freedom
regarding strategy. The flip side is that when actors expect the
government to intervene, it has few instruments to do so, though
some actors maintain high expectations of the government."
Weinig inspirerend onderscheid
De taken en verantwoordelijkheden van onderzoeksfinancier NWO
zouden net als in andere landen beter verdeeld kunnen worden over
meer organisaties. Ook het evaluatiesysteem is aan vernieuwing toe.
Vrijwel alle onderzoeksgroepen scoren zeer goed tot excellent,
zodat het echte toponderzoek niet goed wordt onderscheiden.
Ook neemt elders de concurrentie tussen HO-instellingen toe,
terwijl in Nederland de gelijkheid nog wordt gekoesterd. Daardoor
is het moeilijk in internationale rangschikkingen bij de
topscoorders te gaan horen, vreest Rathenau. Om hier verandering in
te brengen, moet de overheid meer verantwoordelijkheid nemen voor
de organisatie en het functioneren van het wetenschapssysteem als
geheel. In vergelijking met andere landen is er weinig regie en
prioriteitstelling.
"In the Netherlands, policy instruments have been implemented which
could have led to quality and reputational differences, like the
systematic evaluation of research, funding of top graduate schools
and the 'Vernieuwingsimpuls', but this has not happened. Instead,
some of these instruments have led to another remarkable system
characteristic: the strong networking of university research into
inter-organisational graduate schools, virtual institutes, research
consortia and the like. These inter-organisational constructions
seem to prevent the differentiation of universities instead of
induce it."
Vergelijking van zes Europese landen
Het Rathenau Instituut vergeleek Duitsland, Denemarken,
Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Er is
gekeken hoe het wetenschapssysteem georganiseerd is, en welke
veranderingen daarin hebben plaatsgevonden in de afgelopen twee
decennia. Ook zijn de uitgaven, de omvang van onderzoekspersoneel
en de output van wetenschappelijk onderzoek vergeleken.