Van Duijn reageert tegenover ScienceGuide gebelgd op de
reactie van de minister aan de Kamer over de impact van de
verschuivingen in de toedeling van onderzoeksgeld vanuit NWO. "Uit
de antwoorden van minister Plasterk blijkt dat hij het probleem om
politieke redenen niet wíl snappen."
De overheveling van €100 mijoen onderzoeksgelden naar NWO door
OCW heeft effecten waar de minister nu een eigen interpretatie van
bekend heeft gemaakt. De Eindhovense rector vindt die weergave der
dingen "het omgekeerde" van wat de minister zou moeten willen
zien en doen. "Feit is dat een groot deel van het onderzoek
aan de technische universiteiten, de zogenaamde ontwerpende en
construerende wetenschappen, in de Vernieuwingsimpuls van NWO
simpelweg niet of nauwelijks aan de bak komen.
Dat heeft niks met kwaliteit te maken, maar met het feit dat de
beoordelings- en selectiemechanismen die NWO bij de
Vernieuwingsimpuls gebruikt, gewoon niet deugdelijk zijn voor het
naar waarde schatten van hoge kwaliteit in de ontwerpende
ingenieurswetenschappen. In feite erkent de minister dat ook. Hij
wijst in zijn antwoorden zelf namelijk op het initiatief van de
drie TU's om tot betere beoordelingscriteria te komen voor de
ontwerpende en construerende wetenschappen."
De suggestie van minister Plasterk dat de TU's minder goed scoren
in de Vernieuwingsimpuls omdat hun onderzoek van mindere kwaliteit
zou zijn dan dat aan andere Nederlandse universiteiten, noemt de
rector "rondweg schandelijk. Volgens het CWTS in Leiden is de
gemiddelde science citation impactscore van de Nederlandse
universiteiten in de periode 2003-2006 1,33. De drie TU's scoren
alle drie boven dit gemiddelde, de TU/e 1,50 (en daarmee na de EUR
de best scorende Nederlandse universiteit), de TUD 1,40 en de UT
1.35."
Hij voegt daar aan toe: "Plasterk suggereert verder ten onrechte
dat de drie TU´s zich meer op andere subsidieregelingen zouden
richten dan de Vernieuwingsimpuls. De drie TU´s zetten juist alles
op alles om hun wetenschappelijk medewerkers te stimuleren en te
ondersteunen bij het indienen van aanvragen in het kader van de
Vernieuwingsimpuls. Qua aantallen aanvragen doen de drie TU´s ook
niet onder voor de andere universiteiten."
Hij kan hier "maar één conclusie trekken: minister Plasterk
verdedigt hier tegen beter weten in een buitengewoon omstreden
maatregel die geheel volgens de voorspellingen buitengewoon
negatief uitwerkt op de technische universiteiten. En dat in een
tijd waarin de kenniseconomie in het belang van de high tech
industrie in ons land juist schreeuwt om extra investeringen in de
technische wetenschappen."
De oproep vanuit de TU/e is daarom vurig: "Plasterk zou er goed aan
doen zijn maatregel ongedaan te maken of op zijn minst de drie
technische universiteiten te compenseren. Hij doet echter het
omgekeerde, hij heeft eerder aan de 3TU.Federatie toegezegde
middelen uit zijn begroting geschrapt en overgeheveld naar de
sociale wetenschappen."