• A
  • A
  • Alles is politiek, zelfs een potscherf

    - Een onderzoeker in Jeruzalem meldde in januari dat hij met potscherven had aangetoond dat de bijbel eeuwen ouder is dan tot nu toe is aangenomen. Volgens bijbelwetenschapper Klaas Spronk ligt het genuanceerder. Hij wijst erop dat in de discussie over de ouderdom van bijbelse teksten ook heel andere motieven een rol spelen.

    Almanah

    Meer dan een jaar geleden ontdekte archeoloog Yosef Garfinkel van de Hebrew University bijzondere potscherven bij een opgraving nabij Jeruzalem. Aanvankelijk lukte het de geleerden niet om te ontcijferen of de inscripties inderdaad Hebreeuws waren of een andere lokale taal.

    Na enige tijd lukte het Gerson Galil, hoogleraar bijbelse studies aan de Haifa Universiteit, er wel wijs uit te worden. Galil stelde vast dat het inderdaad om Hebreeuws ging. "It uses verbs that were characteristic of Hebrew, such as asah ('did') and avad ('worked'), which were rarely used in other regional languages," zei Galil tegen LiveScience. "Particular words that appear in the text, such as almanah ('widow') are specific to Hebrew and are written differently in other local languages."

    Honderden jaren ouder?

    Hij voegde daar een bredere conclusie aan toe: "It indicates that the Kingdom of Israel already existed in the 10th century BCE and that at least some of the biblical texts were written hundreds of years before the dates presented in current research." Zijn collega Klaas Spronk, hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit, geeft aan dat deze vondst inderdaad heel bijzonder is, "omdat er - als de interpretatie van de archeologische gegevens klopt - nog nooit zo'n oude tekst in het Hebreeuws is gevonden."

    Maar met de daaraan verbonden conclusies heeft Spronk meer moeite. "De conclusies die eraan verbonden worden zeggen echter meer over de voortgaande discussie over de ouderdom van de teksten van het Oude Testament en de historische betrouwbaarheid van de daarin beschreven verhalen dan over de gevonden tekst zelf."

    Historische wortels

    Over het algemeen wordt aangenomen dat grote delen van het Oude Testament de ons bekende vorm gekregen hebben in de zesde eeuw voor Christus. "Daarbij gaat men er wel van uit dat men gebruik maakte van bestaande bronnen die soms al vele eeuwen ouder waren. Dus zo nieuw is de in het artikel weergegeven opvatting niet." Ook kan op grond van de gevonden potscherven niet worden vastgesteld dat het koninkrijk Israël inderdaad in de 10e eeuw voor Christus al bestond.

    "Een element dat in dit soort berichten ook nog wel eens een rol speelt is dat de nu gevonden oude Hebreeuwse tekst nog eens bewijst hoezeer Israël historisch geworteld is in dit gebied. In de huidige discussies over het land en zijn rechtmatige eigenaars wordt dit door sommigen gebruikt als argument tegen Palestijnse claims. Het geeft nog eens aan dat de berichtgeving over deze vondst vermengd is met archeologisch gezien onzuivere motieven", zo stelt Klaas Spronk.