De HBO-raad discussie over het HO-stelsel en de
commissie-Veerman deed de indruk rijzen dat er eigenlijk weinig
echt inhoudelijke interesse is voor dit thema. De sprekers en de
volle zaal vonden andere punten veel indringender, leek het. Zit
Veerman voor niets zich het hoofd te breken?
Dat is een wel erg stevige conclusie, zeg. Volgens mij is de
conclusie toch meer dat er weinig bezorgdheid bestaat over het
stelsel van nu. Er is niet veel mis mee. Wel zijn er
onvolkomenheden in het bestel die meer, en meer openhartig benoemd
moeten worden en moeten worden aangepakt.
De meeste nadruk werd gelegd op de uitval en het gebrekkige
rendement van hogescholen en universiteiten. Door u ook?
Ik herken dat punt volledig, maar ik vind tegelijkertijd dat het
wel degelijk veel te maken heeft met hoe het stelsel is ingericht!
Het heeft namelijk te maken met de manier waarop we weten om te
gaan met de verscheidenheid van studenten en hun oriëntaties. We
zullen in het binaire stelsel bijvoorbeeld ruimte moeten vinden
voor meer heterogeniteit en variëteit in het aanbod. Daar kan ook
veel gebeuren: kijk maar naar de trajecten voor de associate
degree, naar meer mogelijkheden voor 'matching' voor en na de
poort. Zo zijn er ook voor vwo'ers in het hbo heel goed programma's
te ontwikkelen die meer op hen in weten te spelen.
Zulke stappen om het stelsel aan te passen moeten wel de
toegankelijkheid van de opleidingen overeind houden. Die moeten we
blijven borgen. En stelselingrepen moeten niet gedaan worden
omwille van discussies over het stelsel, maar wel om zo'n groot
vraagstuk als het rendement optimaal te helpen oplossen. De
inhoudelijke motivatie moet voorop staan.
Ook hier moet het niet afzakken naar een 'gelddiscussie'. We
moeten inhoudsgedreven dit debat blijven voeren. Ik vind dat we in
het hoger onderwijs weg moeten van dat geldinfuus waaraan we elke
discussie weer lijken te willen of moeten leggen.
De politici in het debat in de Rode Hoed waren duidelijk
meer gefocust op de 20 heroverwegingscommissies dan op 'Veerman'.
Zij kunnen daar blijkbaar moeilijk omheen in deze fase.
Dat kunnen we geen van allen, de krapte in het budget is een
reëel feit. De oproep die
Jan Jacob van Dijk deed is wat mij betreft niet aan
dovemansoren gericht. We moeten inderdaad kijken hoe we de uitgaven
effectiever kunnen maken en hoe we anderen, zoals het
bedrijfsleven, nadrukkelijker betrekken bij de financiering. We
moeten daarbij vooral een inhoudelijke agenda opstellen en deze als
leidraad volgen.
Wat voor agenda heeft de HBO-raad daarbij voor ogen, gehoord
de discussie?
Ik zie een serie ontwikkelingen waar we op in moeten spelen. Zo
komt er meer 'competitie' tussen instellingen voor hoger onderwijs,
niet alles is overal meer hetzelfde. Dat kan gaan leiden tot
differentiaties, ook in de kosten en tarieven die we vragen. Ook in
collegegelden, denk ik. Daarbij moeten wij de toegankelijkheid
blijven borgen, ook als we de SF zouden aanpassen. Dat vereist die
differentiatie dan wel. En het werkveld, de beroepspraktijk, moet
meer mee willen doen, ook financieel gezien.
Het stelsel is daarin een factor, een aspect. Je moet daar niet
heel principieel over doen, dat heeft weinig zin. Want let maar op,
het erodeert toch wel. Dat zie je in de ontwikkelingen in het hoger
onderwijs in Europa. HBO en WO zijn bijvoorbeeld allang niet meer
zo sterk hiërarchisch in hun opzet, ze worden meer en meer als
gelijkwaardige oriëntaties van hogere opleidingen gezien. Dat is in
eigen land ook merkbaar. De stammenstrijd met de universiteiten is
voorbij.
In de discussie kwam lector Anneloes van Staa van de
Hogeschool Rotterdam met nog een pittig punt voor het hbo: de
docent die soms even weinig intellectuele en professionele
uitdaging krijgt -en neemt- in de uitvoering van het onderwijs als
soms door studenten wordt beklaagd.
Ik vond dat een zeer boeiend punt dat zij op deze manier op de
agenda zet. Het is nieuw om die discussie met de studenten te
verbinden met de aandacht op dat punt voor de rol van de docent.
Dat is een discussie die zo terecht begint.