• A
  • A
  • De stammenstrijd voorbij

    - Doekle Terpstra (HBO-raad) vindt het terecht dat over het HO-stelsel weinig bezorgdheid bestaat. Hij meent dat de discussie vanzelf erodeert door de ontwikkelingen in Europa. In eigen land is ‘de stammenstrijd’ met de universiteiten voorbij. Dat neemt niet weg dat zware tijden dreigen en “we weg moeten van het geldinfuus in onze discussies”, aldus Terpstra.

    De HBO-raad discussie over het HO-stelsel en de commissie-Veerman deed de indruk rijzen dat er eigenlijk weinig echt inhoudelijke interesse is voor dit thema. De sprekers en de volle zaal vonden andere punten veel indringender, leek het. Zit Veerman voor niets zich het hoofd te breken?

    Dat is een wel erg stevige conclusie, zeg. Volgens mij is de conclusie toch meer dat er weinig bezorgdheid bestaat over het stelsel van nu. Er is niet veel mis mee. Wel zijn er onvolkomenheden in het bestel die meer, en meer openhartig benoemd moeten worden en moeten worden aangepakt.

    De meeste nadruk werd gelegd op de uitval en het gebrekkige rendement van hogescholen en universiteiten. Door u ook?

    Ik herken dat punt volledig, maar ik vind tegelijkertijd dat het wel degelijk veel te maken heeft met hoe het stelsel is ingericht! Het heeft namelijk te maken met de manier waarop we weten om te gaan met de verscheidenheid van studenten en hun oriëntaties. We zullen in het binaire stelsel bijvoorbeeld ruimte moeten vinden voor meer heterogeniteit en variëteit in het aanbod. Daar kan ook veel gebeuren: kijk maar naar de trajecten voor de associate degree, naar meer mogelijkheden voor 'matching' voor en na de poort. Zo zijn er ook voor vwo'ers in het hbo heel goed programma's te ontwikkelen die meer op hen in weten te spelen.

    Zulke stappen om het stelsel aan te passen moeten wel de toegankelijkheid van de opleidingen overeind houden. Die moeten we blijven borgen. En stelselingrepen moeten niet gedaan worden omwille van discussies over het stelsel, maar wel om zo'n groot vraagstuk als het rendement optimaal te helpen oplossen. De inhoudelijke motivatie moet voorop staan.

    Ook hier moet het niet afzakken naar een 'gelddiscussie'. We moeten inhoudsgedreven dit debat blijven voeren. Ik vind dat we in het hoger onderwijs weg moeten van dat geldinfuus waaraan we elke discussie weer lijken te willen of moeten leggen.

    De politici in het debat in de Rode Hoed waren duidelijk meer gefocust op de 20 heroverwegingscommissies dan op 'Veerman'. Zij kunnen daar blijkbaar moeilijk omheen in deze fase.

    Dat kunnen we geen van allen, de krapte in het budget is een reëel feit. De oproep die Jan Jacob van Dijk deed is wat mij betreft niet aan dovemansoren gericht. We moeten inderdaad kijken hoe we de uitgaven effectiever kunnen maken en hoe we anderen, zoals het bedrijfsleven, nadrukkelijker betrekken bij de financiering. We moeten daarbij vooral een inhoudelijke agenda opstellen en deze als leidraad volgen.

    Wat voor agenda heeft de HBO-raad daarbij voor ogen, gehoord de discussie?

    Ik zie een serie ontwikkelingen waar we op in moeten spelen. Zo komt er meer 'competitie' tussen instellingen voor hoger onderwijs, niet alles is overal meer hetzelfde. Dat kan gaan leiden tot differentiaties, ook in de kosten en tarieven die we vragen. Ook in collegegelden, denk ik. Daarbij moeten wij de toegankelijkheid blijven borgen, ook als we de SF zouden aanpassen. Dat vereist die differentiatie dan wel. En het werkveld, de beroepspraktijk, moet meer mee willen doen, ook financieel gezien.

    Het stelsel is daarin een factor, een aspect. Je moet daar niet heel principieel over doen, dat heeft weinig zin. Want let maar op, het erodeert toch wel. Dat zie je in de ontwikkelingen in het hoger onderwijs in Europa. HBO en WO zijn bijvoorbeeld allang niet meer zo sterk hiërarchisch in hun opzet, ze worden meer en meer als gelijkwaardige oriëntaties van hogere opleidingen gezien. Dat is in eigen land ook merkbaar. De stammenstrijd met de universiteiten is voorbij.

    In de discussie kwam lector Anneloes van Staa van de Hogeschool Rotterdam met nog een pittig punt voor het hbo: de docent die soms even weinig intellectuele en professionele uitdaging krijgt -en neemt- in de uitvoering van het onderwijs als soms door studenten wordt beklaagd.

    Ik vond dat een zeer boeiend punt dat zij op deze manier op de agenda zet. Het is nieuw om die discussie met de studenten te verbinden met de aandacht op dat punt voor de rol van de docent. Dat is een discussie die zo terecht begint.