Hamer en Knottnerus: "Laat duidelijk zijn, de opdracht van het
Platform Bèta Techniek is te zorgen voor voldoende bètatechnici op
de langere termijn. Vanuit deze optiek concentreren wij ons
vanzelfsprekend niet alleen op de instroom, maar ook op de door- en
uitstroom: de aanpak van het Platform richt zich op alle schakels
in de keten van voorschoolse opvang tot de arbeidsmarkt en alle
opleidingen er tussen in. In het Sprint Programma, gericht op het
bètatechnisch hoger onderwijs, is naast de inspanningen gericht op
het aantrekken van meer studenten, altijd ook aandacht gevraagd
voor het verbeteren van de doorstroming en het bestrijden van
studie-uitval. Niet alleen zijn deze aspecten in de Sprintevaluatie
en aansturende gesprekken met (bestuurlijke) vertegenwoordigers van
de Sprintinstellingen altijd betrokken in de prestatieafspraken,
ook worden er workshops op deze onderwerpen georganiseerd. Sprint
baseert zich hierbij op doortimmerd onderzoek.
1 op de 5 switcht of stopt
In de Technomonitor 2008 was al een eerste analyse van eerstejaars
studie-uitval te vinden. Hieruit bleek dat de grootste uitstroom
uit de bètatechniek naar economie (vooral jongens) en geneeskunde
(vooral wo-meisjes) was. Meer recent onderzoek geeft aan 1 op de 5
eerstejaars bètatechnische studenten zich niet opnieuw inschrijft
voor een exacte studie. Ruim een derde van deze studenten studeert
wel verder in een niet exacte studie terwijl 13% na 1 jaar het
hoger onderwijs verlaat. Bij niet-bètastudies verlaat 17% na het
eerste jaar het hoger onderwijs. Eerstejaars bètatechniek
studenten van scholen die participeren in het Universumprogramma of
Jet-Net programma vallen minder vaak uit. Tegelijk blijkt dat de
uitval onder jongens groter is dan onder meisjes, en het laagst is
voor studenten met een NT-profiel (inclusief dubbelprofielen), dus
met wiskunde B. Maar dit lijkt toch in niets op de griezelverhalen
die ons via borreltafels bereiken zult u zeggen. Nee, die verhalen
gaan altijd over specifieke studies.
Grote leegloop bij biomedische wetenschappen
Laten we een aantal specifieke studies met relatief veel
eerstejaars uitval eens onder de loep nemen. Van alle
bètatechnische eerstejaars switcht ca. 2% na het eerste jaar naar
geneeskunde, waarbij de grote leegloop (41%) ontstaat bij
biomedische wetenschappen. Deze studenten zijn meestal in eerste
instantie uitgeloot en proberen het na een jaar nog eens. Van deze
grote groep valt 4% echt uit, 20% gaat naar geneeskunde en 17%
studeert iets anders. Een derde van de herinschrijvers in
geneeskunde komt hier vandaan. Werktuigbouw verliest bijna 38% van
de eerstejaars: 13% valt uit, maar 20% switcht naar een andere
bètatechnische studie en nog eens 5% studeert verder buiten de
bètatechniek. Ook informatica verliest veel studenten, 16% switcht,
7% valt uit. Grootste afnemers zijn bedrijfsinformatica (ruim 2%),
technische informatica (1,3%) en twee communicatie gerichte studies
(samen 2%). Kijken we tenslotte naar bouwkunde, daar schrijft 20%
zich niet opnieuw voor in (14% switcht en 6% valt uit). Verreweg de
meesten stromen door naar andere bètatechnische opleidingen, de
belangrijkste daarvan zijn civiele techniek, bachelor bouwkunde en
technische bedrijfskunde.
Vanuit civiele techniek echter stromen ook weer studenten juist
naar bouwkunde toe. Een kleine groep bouwkunde studenten schrijft
zich (gelukkig!) in voor de exacte lerarenopleidingen. Nu geeft
deze analyse natuurlijk geen inzicht in het studiesucces van de
eerstejaars van 2009/2010. Daarvoor moeten we nog even wachten op
de Technomonitor 2010.
Hand aan de pols
Alles bij elkaar lijkt een grote groep met ernstige onvoldoendes
bij één studie toch niet gelijk tot massale uitval te leiden. Dat
wil zeker niet zeggen dat het niet beter kan. Hogescholen hebben
inmiddels veel mogelijkheden geboden om de instroom met
deficiënties op te vangen. Bijvoorbeeld het invoeren van
matchingsgesprekken tussen de hogescholen en aankomende studenten
zijn mogelijk een goed instrument te zijn maar deze aanpak is nog
te recent om daar onderbouwde uitspraken over te kunnen doen. Het
Sprintteam spreekt regelmatig met instellingen hoe dat nog
verbeterd kan worden, en baseert zich dan op cijfers. Graag hadden
we daarom wat concrete informatie gekregen over de opleiding waar
het om ging, maar dat werd ons, ondanks ons herhaalde verzoek
daarom, niet doorgegeven.
Rebecca Hamer (coördinator onderzoek Platform Bèta
Techniek)
Annemarie Knottnerus (programmaregisseur Sprint)
Het verhaal van Gilissen leest u
hier.