• A
  • A
  • Geen massale uitval hbo-techniek

    - Vorige week schreef Piet Gilissen (KIVI NIRIA) een alarmerend verhaal op ScienceGuide over grote aantallen eerstejaars hbo-studenten die diepe onvoldoendes haalden voor wiskunde. Rebecca Hamer en Annemarie Knottnerus (Platform Bèta Techniek) noemen dit 'borrelpraat'.

    Hamer en Knottnerus: "Laat duidelijk zijn, de opdracht van het Platform Bèta Techniek is te zorgen voor voldoende bètatechnici op de langere termijn. Vanuit deze optiek concentreren wij ons vanzelfsprekend niet alleen op de instroom, maar ook op de door- en uitstroom: de aanpak van het Platform richt zich op alle schakels in de keten van voorschoolse opvang tot de arbeidsmarkt en alle opleidingen er tussen in. In het Sprint Programma, gericht op het bètatechnisch hoger onderwijs, is naast de inspanningen gericht op het aantrekken van meer studenten, altijd ook aandacht gevraagd voor het verbeteren van de doorstroming en het bestrijden van studie-uitval. Niet alleen zijn deze aspecten in de Sprintevaluatie en aansturende gesprekken met (bestuurlijke) vertegenwoordigers van de Sprintinstellingen altijd betrokken in de prestatieafspraken, ook worden er workshops op deze onderwerpen georganiseerd. Sprint baseert zich hierbij op doortimmerd onderzoek. 

    1 op de 5 switcht of stopt

    In de Technomonitor 2008 was al een eerste analyse van eerstejaars studie-uitval te vinden. Hieruit bleek dat de grootste uitstroom uit de bètatechniek naar economie (vooral jongens) en geneeskunde (vooral wo-meisjes) was. Meer recent onderzoek geeft aan 1 op de 5 eerstejaars bètatechnische studenten zich niet opnieuw inschrijft voor een exacte studie. Ruim een derde van deze studenten studeert wel verder in een niet exacte studie terwijl 13% na 1 jaar het hoger onderwijs verlaat. Bij niet-bètastudies verlaat 17% na het eerste jaar het hoger onderwijs.  Eerstejaars bètatechniek studenten van scholen die participeren in het Universumprogramma of Jet-Net programma vallen minder vaak uit. Tegelijk blijkt dat de uitval onder jongens groter is dan onder meisjes, en het laagst is voor studenten met een NT-profiel (inclusief dubbelprofielen), dus met wiskunde B. Maar dit lijkt toch in niets op de griezelverhalen die ons via borreltafels bereiken zult u zeggen. Nee, die verhalen gaan altijd over specifieke studies.

    Grote leegloop bij biomedische wetenschappen

    Laten we een aantal specifieke studies met relatief veel eerstejaars uitval eens onder de loep nemen. Van alle bètatechnische eerstejaars switcht ca. 2% na het eerste jaar naar geneeskunde, waarbij de grote leegloop (41%) ontstaat bij biomedische wetenschappen. Deze studenten zijn meestal in eerste instantie uitgeloot en proberen het na een jaar nog eens. Van deze grote groep valt 4% echt uit, 20% gaat naar geneeskunde en 17% studeert iets anders. Een derde van de herinschrijvers in geneeskunde komt hier vandaan. Werktuigbouw verliest bijna 38% van de eerstejaars: 13% valt uit, maar 20% switcht naar een andere bètatechnische studie en nog eens 5% studeert verder buiten de bètatechniek. Ook informatica verliest veel studenten, 16% switcht, 7% valt uit. Grootste afnemers zijn bedrijfsinformatica (ruim 2%), technische informatica (1,3%) en twee communicatie gerichte studies (samen 2%). Kijken we tenslotte naar bouwkunde, daar schrijft 20% zich niet opnieuw voor in (14% switcht en 6% valt uit). Verreweg de meesten stromen door naar andere bètatechnische opleidingen, de belangrijkste daarvan zijn civiele techniek, bachelor bouwkunde en technische bedrijfskunde.

    Vanuit civiele techniek echter stromen ook weer studenten juist naar bouwkunde toe. Een kleine groep bouwkunde studenten schrijft zich (gelukkig!) in voor de exacte lerarenopleidingen. Nu geeft deze analyse natuurlijk geen inzicht in het studiesucces van de eerstejaars van 2009/2010. Daarvoor moeten we nog even wachten op de Technomonitor 2010.

    Hand aan de pols

    Alles bij elkaar lijkt een grote groep met ernstige onvoldoendes bij één studie toch niet gelijk tot massale uitval te leiden. Dat wil zeker niet zeggen dat het niet beter kan. Hogescholen hebben inmiddels veel mogelijkheden geboden om de instroom met deficiënties op te vangen. Bijvoorbeeld het invoeren van matchingsgesprekken tussen de hogescholen en aankomende studenten zijn mogelijk een goed instrument te zijn maar deze aanpak is nog te recent om daar onderbouwde uitspraken over te kunnen doen. Het Sprintteam spreekt regelmatig met instellingen hoe dat nog verbeterd kan worden, en baseert zich dan op cijfers. Graag hadden we daarom wat concrete informatie gekregen over de opleiding waar het om ging, maar dat werd ons, ondanks ons herhaalde verzoek daarom, niet doorgegeven.

    Rebecca Hamer (coördinator onderzoek Platform Bèta Techniek)
    Annemarie Knottnerus (programmaregisseur Sprint)

    Het verhaal van Gilissen leest u hier.