Studenten uit een groot gezin beëindigen vaker vroegtijdig hun
hbo-studie dan studenten uit een klein gezin.
Ook halen zij in hun studie minder punten. Dit
blijkt uit een onderzoek van Christiaan van Onzenoort
waarop hij deze maand promoveert aan de UvA.
Drie jaar lang volgde Van Onzenoort 1800 hbo-studenten uit twee
cohorten om te onderzoeken welke factoren van invloed zijn op het
afbreken van de studie. Hij verzamelde data over
achtergrondkenmerken van de student, de wijze waarop de keuze van
de student tot stand gekomen is, de mate van integratie in het
academische en sociale leven, en het commitment dat de
student heeft met de studie.
Van Onzenoort onderzocht daarbij de effecten van grote
gezinnen, verwachtingen rond de studie, en duur en status van de
studiekeuze. Hij concludeert dat de integratie in het hbo-leven en
de opleiding van de ouders slechts een beperkte rol spelen bij
studie-uitval. Uit het onderzoek kwam wel voort dat studenten
die van het mbo, uit een gezin met gescheiden ouders of uit een
groot gezin komen, een verhoogde kans hebben op studie-uitval op
hbo-niveau.
Uit het onderzoek blijkt ook dat het niet uitmaakt of een student
thuis de oudste of de jongste is. Onder een 'groot gezin' verstaat
het onderzoek een gezin met drie of meer kinderen.
Van alle studenten die aan een hbo-opleiding beginnen, staakt meer
dan 30 procent de studie al binnen een jaar. Van Onzenoort
acht dit een argument om in het kader van de vernieuwing van het
hbo-onderwijs te pleiten voor een breed propedeusejaar. Daarin
zouden meer en verwante opleidingen aan bod moeten kunnen
komen.
"Studenten kunnen dan makkelijker van opleiding switchen, zonder
studievertraging op te lopen. Dit moet dan gepaard gaan met een
goede loopbaanbegeleiding voor de studenten in het eerste jaar. Zo
komt de student zo snel mogelijk op de juiste plek zonder het
gevoel ergens te hebben gefaald," vertelt de Amsterdamse
onderzoeker aan Folia.