• A
  • A
  • Jongleren op het grensvlak van twee werelden

    - De identiteit van (v)mbo-docenten is opgebouwd uit twee werelden. Die van de (vak)docent én die van het beoogde werkveld. Wat vraagt deze context van docenten, en wanneer is hij of zij ‘een goeie’? En hoe bereidt de lerarenopleiding die docent voor op lesgeven in het beroepsonderwijs? Zou dat beter kunnen? Lector Elly de Bruijn (HU) analyseert en komt met suggesties.

    Van oudsher is de lerarenopleiding, ook die aan het hbo, gericht geweest op voorbereiding van het leraarschap in het algemeen voortgezet onderwijs. De laatste tien jaar is daar verandering in gekomen. Het besef is ontstaan dat veel van de studenten les gaan geven in (v)mbo. De mate waarin de opleidingspraktijk daadwerkelijk toewerkt naar verwerving van de eerder in deze notitie uitgewerkte rollen en begeleidingsmethodieken in de context van het beroepsonderwijs, is echter vaak nog beperkt. 

    Ik durf de stelling aan dat de lerarenopleiding (nog) niet in staat is de aankomende (v)mbodocenten de wereld in te leiden van de kennis, zienswijzen, vaardigheid, opvattingen en houdingen die horen bij de beroepspraktijk van hun toekomstige leerlingen, en zorg te dragen voor de verwerving van een startpositie van die leerlingen daarbinnen.

    Te weinig geschikte docenten

    Ik heb het dan uitdrukkelijk over de docent in de bovenbouw van het vmbo en in het mbo. Tekenend in dit verband is dat een beweging als het Vakcollege aangeeft dat er feitelijk geen opleidingsroute bestaat voor de docenten die het Vakcollege nodig heeft. Ook vmbo-scholen die de gemengde en/of theoretische leerweg meer beroepsvoorbereidend willen invullen, ervaren het probleem van te weinig geschikte docenten. Voor het mbo speelt het probleem ook in een aantal opleidingsrichtingen. Bovendien kent men daar het bijkomende professionaliseringsvraagstuk voor docenten van opleidingen op niveau vier (die toegang geven tot het hbo) van wie juist in die combinatie van pedagoog en vakexpert hoogstaande kwaliteit in kennis en kunde wordt verwacht.

    De hbo-lerarenopleidingen zullen zich sterker dienen te richten op toeleiding naar leraarschap in het beroepsonderwijs. Daarbij gaat het onder andere om inkleuring van de landelijke bekwaamheidseisen vanuit de eerder onderscheiden rollen en begeleidingsmethodieken van een docent beroepsonderwijs. Dat is misschien nog niet zo moeilijk. Lastiger wordt het om de kennisbasissen die ontwikkeld zijn en worden voor de verschillende vakken uit te werken naar de beroepsdomeinen waartoe het beroepsonderwijs opleidt. Dan hebben we het bij de talen bijvoorbeeld over vaktaal en bij aardrijkskunde over aard van de bedrijvigheid in relatie tot geografische kenmerken, bevolking en bodem, et cetera. Het gaat hier om meer dan het werken met voorbeelden en contexten. Het gaat om de synthese van de schoolvakdiscipline met de beroepsdomeinkennis.

    Bekwaamheid van de lerarenopleider zelf

    Onderliggend aan die inkleuring en die verbinding aan het denken, weten en handelen in beroepsdomeinen, ligt nog een heel cruciale kwestie. Dat is de organisatie van het opleiden en de bekwaamheid en het profiel van de lerarenopleider zelf. In een deel van de lerarenopleidingen is daar - van oudsher - een adequate manier van werken op gevonden; voor een aantal andere lerarenopleidingen moet daarop nog een flinke slag gemaakt worden.

    Gezien de gecombineerde identiteit van de docent beroepsonderwijs dient de lerarenopleiding identificatiemogelijkheden te ontwikkelen voor de aankomende docenten beroepsonderwijs. Dat wil zeggen: een proces van beroepsvorming op gang te brengen, gericht op het ontwikkelen van de habitus van de docent beroepsonderwijs. Als de docent beroepsonderwijs inderdaad moet kunnen opereren op het snijvlak van pedagoog en (vak)expert vanuit het perspectief van een specifieke beroepspraktijk, moeten zij tijdens hun opleiding ingeleid worden in die wereld door te leren en oefenen met voldoende rolmodellen voorhanden. Leerarrangementen dienen daarmee ook gebaseerd te zijn op de primaire beroepspraktijk, zowel door actuele settings in het bedrijfsleven/werkveld in te bouwen als door sterke verbintenissen aan te gaan met de domeingerichte opleidingen (de niet-educatieve opleidingen aan een hogeschool).

    Daarbij wil ik hier niet in discussie gaan over de vraag of er een apart bekwaamheidsprofiel docent beroepsonderwijs zou moeten komen; eerder heeft het ministerie al besloten dat dat er niet komt. Wat mij betreft is er binnen de huidige kaders nog veel meer mogelijk dan nu gebeurt.

    Beroepspraktijk moet ingebracht

    Als laatste element van die cruciale onderliggende kwestie: wat voor de docent beroepsonderwijs geldt, geldt ook voor de lerarenopleiders. Ook die moeten op het snijvlak van verschillende werelden opereren; ze moeten de geur, kleur, smaak van de zorg en verpleging inbrengen, van het administratiekantoor, van de bank en boekhouder, van de kapsters en de modeboetieks, van de procestechniek en de garage. Als dat niet het geval is, wordt de primaire beroepspraktijk - waartoe de leerlingen van (bovenbouw) vmbo en mbo worden opgeleid - alleen maar in afgeleide en artificiële zin ingebracht. Dat doet afbreuk aan de kwaliteit die de docent in het beroepsonderwijs dient in te brengen, en dat kan het beroepsonderwijs niet hebben. Juist daar geldt verstand van zaken, uitdaging brengen en grenzen verleggen als motor van leren - en alleen dat verdient het respect van de leerling".

    Prof. dr. Elly de Bruijn (1960) is sinds 2007 lector Beroepsonderwijs bij de faculteit Educatie, Hogeschool Utrecht. Daarnaast is ze in 2005 aan de Universiteit Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar op het terrein van de pedagogisch-didactische vormgeving van beroepsonderwijs, volwasseneneducatie en leven lang leren. Ze werkt in beide functies nauw samen met het landelijke expertisecentrum beroepsonderwijs (fusie van CINOP Expertisecentrum & Max Goote Kenniscentrum). Verder is ze sinds eind 2006 lid van de Raad van Toezicht van het (ROC) Horizoncollege.

    Dit is een ingekorte versie van het artikel De docent beroepsonderwijs: jongleren op het grensvlak twee werelden. In: De identiteit van de hbo-professional. (Hogeschool Utrecht, 2009). Het complete artikel vindt u hier.