16 februari 2010 - “Nederland is precies goed voor de wetenschap. Niet te groot, voldoende universiteiten en onderzoekscentra die nauw samen kunnen werken en elkaar snel opzoeken, hoog ontwikkeld met veel internationale netwerken.” Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft ziet daarom veel kansen dankzij interuniversitaire netwerken van inspiratie als de onderzoeksscholen.
Op een seminar van Sodola, het verband van deze
promovendi-centra en netwerken, en het PNN onderstreepte 't Hooft
hoezeer de communicatie tussen wetenschappers in onze tijd een
volkomen nieuwe kwaliteit heeft gekregen. De samenwerking met
vooraanstaande vakgenoten en talenten kende nog 30 jaar geleden
heel andere patronen. "Als ik contact wilde opnemen met een collega
als Polyakov in Moskou moesten we een week van tevoren toestemming
krijgen om te mogen bellen met hen daar." Het effect was er dan ook
naar. "Na de val van de Muur gingen zulke mensen allemaal weg,
Polyakov zit nu in Princeton geloof ik. In Rusland is een woestenij achtergebleven, dat is
wetenschappelijk gezien eigenlijk erg jammer."
Doordat ons land de 'juiste omvang' voor kritische massa en
kritische expertise bundeling kent, is de kwaliteit van het
onderzoek en de onderlinge inspiratie duidelijk omhoog gegaan. Het
Rathenau Instituut en de commissie Van der
Vliet -in haar advies Samen Slimmer - onderschrijven die analyse, die ook
't Hooft in gesprek met ScienceGuide tijdens het seminar
maakte.
De onderzoeksscholen bieden blijkbaar een vorm, die deze
communicatie succesvol impulsen geeft. Minister Plasterk laat in
zijn antwoord aan de Kamer bij de behandeling van de nieuwe
accrediatieopzet eveneens blijken, dat hij de onderzoeksscholen en
hun eigen opzet van kwaliteitsevaluatie hoog heeft zitten. Ook reageert hij aanmoedigend op het
Rathenau-advies.
Professor Rafael Wittek (RUG) hield bij deze gelegenheid een
kritisch betoog over de ontwikkeling van de onderzoekscholen. Hij
gaf aan, dat de universiteiten in het kader van de ontwikkeling van
graduate schools soms ten onrechte ervan uitgaan, dat deze
als substituut voor de onderzoekscholen kunnen worden ingezet. Dat
zou de bestuurders meer 'greep' op hun eigen instelling geven. De
schade die dit doet aan het wetenschapsbedrijf gispte hij
nadrukkelijk.
De politici die in het seminar de discussie met de wetenschappers
opzochten, kregen daarin van allerlei disciplines state of the art
presentaties. Deze varieerden van fundamenteel deeltjes- en
energieonderzoek tot nieuw inzicht in radicaliseringtrends onder
jonge moslims, en van Oudgriekse taalontwikkeling en nieuwste
ontwikkeling in het tumorenonderzoek tot magnetisme in de IPod.
CDA-Kamerlid Cisca Joldersma zei na afloop: "Het soort inspiratie
dat ik zelf als jonge onderzoeker kreeg via zo'n
samenwerkingsverband kwam bij mij weer helemaal terug. Ik herkende
het steeds meer vanmiddag."