• A
  • A
  • Kritische massa als succesfactor

    - “Nederland is precies goed voor de wetenschap. Niet te groot, voldoende universiteiten en onderzoekscentra die nauw samen kunnen werken en elkaar snel opzoeken, hoog ontwikkeld met veel internationale netwerken.” Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft ziet daarom veel kansen dankzij interuniversitaire netwerken van inspiratie als de onderzoeksscholen.

    Op een seminar van Sodola, het verband van deze promovendi-centra en netwerken, en het PNN onderstreepte 't Hooft hoezeer de communicatie tussen wetenschappers in onze tijd een volkomen nieuwe kwaliteit heeft gekregen. De samenwerking met vooraanstaande vakgenoten en talenten kende nog 30 jaar geleden heel andere patronen. "Als ik contact wilde opnemen met een collega als Polyakov in Moskou moesten we een week van tevoren toestemming krijgen om te mogen bellen met hen daar." Het effect was er dan ook naar. "Na de val van de Muur gingen zulke mensen allemaal weg, Polyakov zit nu in Princeton geloof ik. In Rusland is een woestenij achtergebleven, dat is wetenschappelijk gezien eigenlijk erg jammer."

    Doordat ons land de 'juiste omvang' voor kritische massa en kritische expertise bundeling kent, is de kwaliteit van het onderzoek en de onderlinge inspiratie duidelijk omhoog gegaan. Het Rathenau Instituut en de commissie Van der Vliet -in haar advies Samen Slimmer - onderschrijven die analyse, die ook 't Hooft in gesprek met ScienceGuide tijdens het seminar maakte.

    De onderzoeksscholen bieden blijkbaar een vorm, die deze communicatie succesvol impulsen geeft. Minister Plasterk laat in zijn antwoord aan de Kamer bij de behandeling van de nieuwe accrediatieopzet eveneens blijken, dat hij de onderzoeksscholen en hun eigen opzet van kwaliteitsevaluatie hoog heeft zitten. Ook reageert hij aanmoedigend op het Rathenau-advies.

    Professor Rafael Wittek (RUG) hield bij deze gelegenheid een kritisch betoog over de ontwikkeling van de onderzoekscholen. Hij gaf aan, dat de universiteiten in het kader van de ontwikkeling van graduate schools soms ten onrechte ervan uitgaan, dat deze als substituut voor de onderzoekscholen kunnen worden ingezet. Dat zou de bestuurders meer 'greep' op hun eigen instelling geven. De schade die dit doet aan het wetenschapsbedrijf gispte hij nadrukkelijk. 

    De politici die in het seminar de discussie met de wetenschappers opzochten, kregen daarin van allerlei disciplines state of the art presentaties. Deze varieerden van fundamenteel deeltjes- en energieonderzoek tot nieuw inzicht in radicaliseringtrends onder jonge moslims, en van Oudgriekse taalontwikkeling en nieuwste ontwikkeling in het tumorenonderzoek tot magnetisme in de IPod. CDA-Kamerlid Cisca Joldersma zei na afloop: "Het soort inspiratie dat ik zelf als jonge onderzoeker kreeg via zo'n samenwerkingsverband kwam bij mij weer helemaal terug. Ik herkende het steeds meer vanmiddag."