NWO-voorzitter Jos Engelen verklaarde tijdens het SURF-seminar
'Toegang tot de toekomst' dat zijn organisatie de geldpot ter
stimulering van Open Access heeft geopend. In eerste instantie
stelt NWO 2,5 miljoen euro beschikbaar, maar tevens houdt ze 2.5
miljoen achter de hand voor onvoorziene gebeurtenissen.
Onderzoekers kunnen per project 5000 euro aanvragen voor hun Open
access-publicaties.
Om aanspraak te maken op de subsidie dient de onderzoeker de
DOI, het nummer van het NWO-project en het bedrag dat de publicatie
hem kost, op te geven bij NWO. Engelen meldde dat het voorlopig
alleen gaat om tijdschriftpublicaties. "We zijn ons nog aan het
bezinnen op data en boeken, maar ook daar is in principe geld voor
gereserveerd."
Publiek toegankelijk onderzoek
Engelen gaf aan dat er dwingende redenen bestaan om het huidige
publicatiesysteem te veranderen en het model van Open
Acces-publishing te stimuleren. "Ten eerste moet publiek
gefinancierde research ook publiek toegankelijk zijn. Dit zorgt er
bijvoorbeeld voor dat ministeries straks gemakkelijker op zoek
kunnen naar antwoorden op hun kennisvragen. Maar Open
Acces-publishing voorkomt ook dat abonnementskosten voor de
instellingen ongelimiteerd stijgen en maakt tevens intelligente,
gespecialiseerde 'zoekmachines' mogelijk die stimulerend kunnen
zijn bij multi- en interdisciplinair onderzoek."
NWO streeft bij het wegnemen van de barrières in de
toegang tot wetenschappelijke resultaten naar de zogenaamde Golden
Road. Dat betekent volgens Engelen 'rechtstreeks Open Access
publiceren'. "Maar als dat niet kan, dan gaan we voor de Green
Road. Het deponeren van prepublicaties in databases. En als de
Golden en de Green Road niet bestaan in een vakgebied, dan wil ik
actief beleid voeren. Dan moet u bijvoorbeeld denken aan het
bevorderen van de oprichting van Open Access journals. Uiteindelijk
zullen onderzoekers geen excuses meer hebben om niet Open Access te
publiceren."
Stappen in de goede richting
NWO kan zelf niet het gehele systeem veranderen, dat beseft
Engelen zich ook. "Als de hele keten meedoet, dan lukt het. Van
onderzoekers tot uitgevers en alles wat daartussen zit. De
universiteiten en hun bibliotheken kunnen ervoor zorgen dat de
'repositories' worden gevuld. De Koninklijke Bibliotheek doet al
fantastisch werk. Ze coördineert en zorgt voor de infrastructuur en
het e-depot."
Gisteren maakte de VSNU
bekend dat de Nederlandse universiteiten met de internationale
uitgever Springer hebben afgesproken dat alle artikelen die door
Nederlandse universitaire onderzoekers in tijdschriften van deze
uitgever worden gepubliceerd, beschikbaar worden gemaakt, mits de
auteur daarmee instemt. Dit tot tevredenheid van Engelen.
"Complimenten voor Springer. Zij hebben het hybride model. Dat is
een stap in de goede richting. En met de universiteiten heeft
Springer een contract dat regelt dat elke Nederlandse publicatie in
Springer Open Access kan. Nu Elsevier nog!"
De VU heeft zich al achter het beleid van NWO geschaard. Binnen
tien jaar wil de universiteit 90% van al haar gepubliceerde
artikelen in Open Access aanbieden. Net zoals Engelen geeft
VU-Rector Magnificus Lex Bouter aan dat de belangrijkste
beweegreden hiervoor is dat "het onderzoek dat mede met publiek
geld is gefinancierd voor het publiek open toegankelijk dient te
zijn."
De impactfactor van artikelen
Nu Uitgeverij Springer heeft aangegeven zich te willen aanpassen
aan de opkomst van Open Access, is het de vraag hoe andere
uitgevers zich zullen positioneren. Volgens Engelen kunnen de
traditionele uitgevers ook met Open Access-publishing hun 'impact
factor' houden, maar dan moeten ze wel hun business model moeten
wijzigen. "Als de uitgevers hier niet aan mee willen werken, dan
moeten er nieuwe Open Access tijdschriften komen."
"We zullen er dan voor moeten zorgen dat de Open
Access-tijdschriften een hoge impactfactor krijgen. Bij CERN hadden
we daar een mooie list voor bedacht. We hebben de artikelen over de
constructie van de LHC en de experimentele opstellingen bewust Open
Access gepubliceerd. Dat was in het tijdschrift JINST, Journal of
Instrumentation. Alle volgende artikelen over de LHC moeten wel
verwijzen naar dat eerste Open Access artikel. Zo stuwen we Journal
of Instrumentation in een mum van tijd naar een hoge impactfactor,
zo is de verwachting."
Een succesvolle overgang naar Open Access is ook afhankelijk van
de internationale context, zeker waneer het gaat om de
impactfactoren van artikelen. "We kunnen de kwaliteit van een
instelling of een onderzoeker anders meten. Maar ja, dan moet de
rest van de wereld niet met de Shanghai-index blijven werken."
Engelen verwacht niet dat dit het geval zal zijn in Europa. Hij
ziet in Europees verband bewegingen die parallel lopen aan wat NWO
voorstaat. "De tijd zal binnenkort rijp zijn om gezamenlijk toe te
slaan. We moeten ons in elk geval niet laten paralyseren door al te
star vast te houden aan het hanteren van de 'gevestigde'
impactfactoren."
De handschoen oppakken
Ter afsluiting hield Engelen een pleidooi waarin duidelijk zijn
ambitie naar voren kwam om het Open Access-project succesvol te
integreren binnen de wetenschap. "Ik besef dat we van systeem
moeten veranderen. Ik besef ook dat dat tijd en geld kost. NWO, als
financier, gaat Open Access stimuleren. Ik roep de universiteiten
op om het zelfde te doen. Maar ik ben ook ongeduldig. Als de
bewustwording en stimulering bij onderzoekers niet helpt, wil ik
een stap verder gaan. Dan wil ik NWO-onderzoekers verplichten om
Open Access te publiceren. Ik ga er van uit dat dergelijke
maatregelen niet nodig zijn. Ik ga er van uit dat de onderzoekers
de handschoen oppakken. En ik ga er van uit dat uitgevers hun koers
wijzigen."
"Zo maken we samen van Nederland een 'Open Access'-land."