KNAW, NWO en VSNU komen met de Werkgroep-Van der Vliet tot een
subtiele benadering van de toekomst van de interuniversitaire
samenwerking bij de opleiding van onderzoekstalent. De
werkgroep wijst erop dat de onderzoekscholen zowel de
internationale netwerken als de opleidingsfuncties voor promovendi
bijeen brengen en daarbij voortdurend voorbij de grenzen van de
specifieke universiteit kunnen kijken. Zo ontstaat 'kritische massa
en kritische expertise', stelt de werkgroep vast, die nodig is om
de toppositie van Nederland in het wetenschapsbedrijf te behouden
en te versterken.
Dit sluit aan op de analyse van het Rathenau Instituut over de
succesfactoren van het Nederlands onderzoekssysteem. De werkgroep
van KNAW, NWO en VSNU vindt tegen deze achtergrond "dat lokale
graduate schools en interuniversitaire onderzoekscholen zondermeer
naast elkaar kunnen bestaan." Ze kunnen juist zorgen voor de steun
en versterking van hun onderscheiden functies.
De onderzoekscholen onderstrepen tegenover ScienceGuide dat zij
het liefst op deze manier verder willen bloeien. "Wij willen ons
niet ingraven. Nederland moet zorgen voor een stelsel van
hoogwaardige opleidingen voor jonge onderzoekers, voor promovendi.
Dat moet ingebed zijn in een context van toponderzoek dat zowel
internationaal als multidisciplinair weet te functioneren."
Juist deze benadering van de onderzoekscholen biedt wat minister
Plasterk nastreeft met de graduate schools, zo blijkt uit de
rapportage. Hun netwerkvorming biedt het jong talent de ontmoeting
met de topinstituten wereldwijd die een graduate school bij een
enkele instelling niet zal leveren. De samenhang die daarmee in de
top van de wetenschapsbeoefening mogelijk wordt, levert tevens de
'gemeenschap van jonge onderzoekers' op, die de minister nastreeft.
Met als bijzonder accent de sterke, kwalitatieve context die hier
noodzakelijk gedacht wordt.
Voorzitter van de branchefederatie van de onderzoekscholen, Tom
Zwart, mensenrechtendeskundige, zegt daarom dat de graduate school
geen 'substituut' moet willen zijn voor wat met onderzoekscholen is
gegroeid. "Complementariteit werkt, daar is de graduate school zeer
zinvol. Er zijn allerlei collega's onder onze leden die uitstekend
samen werken binnen graduate schools en onderzoekscholen daarnaast,
met elk hun eigen taak en focus. Onderzoekscholen zijn als het ware
de winterbanden voor de speciale situaties waar ons onderzoek
meedraait met de echte top. Het is dan erg gevaarlijk om van
bovenaf de gewone banden voor te schrijven, zoals de graduate
schools die heel goed kunnen gaan leveren."
Het rapport Samen slimmer van de commissie-Van der
Vliet leest u hier.