Broodjes aap
De onderzoeker en columnist Ronald Plasterk begon met groot élan
en een opmerkelijke scheut populisme. Hij leek de betogen van Beter
Onderwijs Nederland van harte te omarmen en zichzelf te
positioneren als de ware tolk van het ongenoegen tegen 'managers'
en ander leed in het onderwijs. Zijn onaangekondigde werkbezoek aan
de Hogeschool Rotterdam daags na zijn aantreden zette de toon. Twee
studentes klaagden in de Telegraaf dat ze geen lesuren kregen en de
minister ging daarop persoonlijk poolshoogte nemen. Check vooraf op
de feiten werd niet echt gedaan. "Broodje aap verhalen zijn wel
signalen", zei hij daarnaar gevraagd door ScienceGuide enkele weken later. De
camera's smulden, maar het hbo was ontzet. Het vertrouwen aldaar in
Plasterk is eigenlijk nimmer hersteld.
Het wo kwam van een koude kermis thuis, toen minister
Plasterk aankondigde te gaan schuiven met hun onderzoeksgeld. Van
een zeer forse reallocatie via NWO - en dus weg uit de handen van
CvB's en faculteiten - kwam feitelijk weinig terecht. Maar de €100
mln schuifoperatie die over bleef heeft de relatie van de minister
met de universiteiten blijvend verziekt. Een dure kras in een
cruciale vertrouwensrelatie.
In politiek Den Haag en 'polderland' was een ander moment
doorslaggevend voor de kijk op de nieuwe minister: de presentatie
van het rapport Rinnooy Kan over het leraarschap. De ochtend van
die dag werd beheerst door Plasterk, doch niet met de inhoud en
kwaliteit van het onderwijs. Hij had de mening verkondigd dat Mein
Kampf gewoon in de boekhandel verkocht zou mogen worden. Collega
Ernst Hirsch Ballin moest de zaak snelstens recht zetten. Heel de
pers was dan ook bij de onthulling van Rinnooy Kans advies, maar
niemand was erg belangstellend voor de leraar van de toekomst. De
Oostenrijkse politicus en zijn onleesbare boek waren wat de media
trok.
Kil beleefd
Toen maakte Plasterk bij die presentatie ook nog een klassieke
politieke beginnersfout. Hij meldde: "Ik voer dit advies uit."
Oogstte hij dankbaarheid van Rinnooy Kan en de zijnen voor deze
ongeremde omhelzing? Uiteraard niet.
Zij begrepen dat een OCW-bewindsman met zo'n rapport - waarin de
eis van ruim 1 miljard meer voor de docenten zat- de zaak tot een
brede, nationale opdracht en missie moet uitbouwen. Plasterk maakte
het echter tot een probleem van de OCW-begroting an sich. De
salarisverhoging van de leraren kreeg daardoor twee kenmerken;
- zij werd niet gebonden aan een reeks heldere
kwaliteitsverhogingen bij en door de docenten zelf, in het kader
van hun professionalisering en LevenLangLeren;
- zij werd betaald door de studenten meer collegegeld te laten
betalen en enkele potjes voor salarisreserves op te souperen.
De trots op de kwaliteit van de leraar verdween zo schielijk als
een nieuwe Nederlandse missie. Jo Ritzen noemt deze aanpak van zijn
opvolger "puur slecht".
De verstandhouding van Plasterk met de 'polder' in de SER is
nooit echt hersteld van dit fiasco. Het SER-advies over de
hoofdlijnen van het HO-beleid sprak in dat opzicht boekdelen: het was ongevraagd en het was kil
beleefd.
Minister Plasterk kon niettemin veel goeds doen, dankzij de
meevallers uit de hoogconjunctuur die Balkenende II in 2006 had
nagelaten. Zo spande hij zich in om investeringen te realiseren in
grote thema's als het studiesucces van allochtonen in het hbo (+20
mln), excellentie als motiverend aspect via Sirius en Orion
programma's (+50 mln), extra gelden uit de aardgasmeevallers voor
R&D. Zijn begroting werd ondanks zulke plussen wel gedurig
ondermijnd doordat de kinderopvang daarin was ondergebracht. Deze
explodeerde budgettair door de belofte van VVD en PvdA dat deze
'gratis' zou worden. Kennisinvesteringen werden zo steeds bedreigd
door tegenvallers bij de vergoedingen voor oppasoma's en andere
nieuwe marketeers in de zorg, die honderden miljoenen
opslokten.
Triomf in Leuven
Grote verdienste van Ronald Plasterk is in elk geval zijn rol
bij de Europese topconferentie over het HO in Leuven. Hij volgde
daarin zijn Vlaamse collega en partijgenoot Frank Vandenbroucke,
die als een intellectueel leider van de onderwijsministers in
Europa deze top voorzat. 46 landen volgden hun voorzet, alle
kennisnaties in de wereld deden actief mee, van Brazilië tot China.
Op wezenlijke punten werden doorbraken bereikt, onder meer rond de
classificatie van het HO.
Dit is daarom zo opmerkelijk omdat Plasterks benoeming tot
minister eerder een bewijs was dat de PvdA een meer volkse, anti-EU
koers zou gaan volgen. Hij had in 2005 immers zijn eigen partij en
partijleider Bos geschoffeerd en met de SP, ChristenUnie en Wilders
campagne tegen Europa gevoerd bij het referendum. Plasterks
Europese collega's ervoeren dat dan ook. Brussel gonsde van de
verhalen over de Nederlandse denigratie van het Europees
overleg.
Vandenbroucke en de zijnen werden dan ook zeer bezorgd in de
aanloop naar de Leuven-top. Deze zou alleen slagen als gastlanden
Nederland en Vlaanderen één lijn trokken. Dat lukte nog heel aardig
toen het zo ver was en de staf van Vandenbroucke smeekte
ScienceGuide dan ook bij de analyse van hun Leuvense
triomf toch vooral ook Plasterk te roemen waar mogelijk. (Lees hier het interview met Frank Vandenbroucke
tijdens de Leuven-top)
Quo Vadis Veerman?
Opvallend zuinig was daarentegen het internationale beleid dat
de minister voerde op het terrein van de stimulering van talent.
Hier werd in 2009 fors op bezuinigd. En dat terwijl het
Innovatieplatform Robbert Dijkgraaf opgedragen had 1000 extra PhD's
naar Nederland te trekken. Meest opvallend internationaal aspect in
Plasterks beleid was zijn lancering van California als streefmodel
voor het HO in ons land. Dit leidde tot de Commissie Veerman, nadat
Navo-chef De Hoop Scheffer bedankte voor de eer. (Wist die toen al iets
over Plasterks partij en de SG van het Atlantisch bondgenootschap
wat wij toen nog niet bevroedden?)
ScienceGuide heeft vernomen dat deze commissie op 23
maart zal melden dat het Californische model eigenlijk een
misverstand inhoudt. Nederland zou helemaal geen stelseldiscussie
dienen te voeren, maar binnen het huidige bestel van hbo en wo
vooral de mensen die meer flexibiliteit en diversiteit van
leertrajecten willen ontwikkelen de kans moeten geven. Men zei
tegen ScienceGuide dat de recente speech van prof Van der Wende (AUC en
IMHE-OECD) een prima samenvatting lijkt te bieden van de lijn van
'Veerman'.
BON ontgoocheld
De eigenlijk passieve natuur van Plasterks beleid ontgoochelde
zijn grootste fans uit de maanden na zijn aantreden: Beter
Onderwijs Nederland. Ad Verbrugge en de zijnen dachten in Plasterk
een intellectuele bondgenoot te hebben ontvangen en dat op de beste
plek om het onderwijs te veranderen. Maar Plasterk bleek geen
Netelenbos die van bovenaf wilde sturen en interveniëren. Hij
geloofde écht wat BON bepleitte: je moet de kwaliteit en de
autonomie laten bij de individuele onderzoeker en docent. En dus
drukte hij geen BON-beleid door met beleidsmatige middelen die BON
zegt te verafschuwen. Deze bestuurlijke integriteit van de minister
leverde hem geen waardering op van Verbrugge. Recent zei deze zo
teleurgesteld te zijn in Plasterk, dat hem een PVV-bewind niet eens
zo tegen zou staan.
Om eenzelfde reden stelde Plasterk nog een groep teleur: de
aanhangers van de OESO-review van het hoger onderwijs. De experts
uit Parijs bepleitten in 2006 een krachtig en actief kennisbeleid
waarin OCW de leiding moest willen nemen. In plaats daarvan,
stelden zij vast dat het ministerie een soort actionisme vertoonde
dat de indruk moest wekken van stevig beleid, maar vooral bestond
uit losse initiatieven en potjes. Men wees op de successen van
landen als Finland, waar een heldere strategie en volharding in de
uitwerking daarvan een nieuwe bloei als kennisnatie mogelijk hadden
gemaakt.
Dit werd nog helderder toen de economische crisis losbarstte.
Openlijk verzette Plasterk zich tegen pleidooien voor versnelde
investeringen in kennis om de klappen op te vangen. Het beleid van
Obama en Merkel - en analoge voorstellen van
PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer - noemde hij in een
interview met ScienceGuide "irrationaliteiten". Als lid
van de Zeshoek in het kabinet vond hij dat de tekorten niet te veel
mochten oplopen en een crisispakket beperkt moest blijven. Hij
wilde Wouter Bos niet voor de voeten lopen en ging daartoe desnoods
op de tenen van Hamer staan.
Geen gekkigheid
De fractievoorzitter trok hierop haar eigen lijn, treffend
geduid door de reeks lezingen die zij in het land houdt: "Mariëtte
Markeert." Eerst werd onder druk van haar inbreng in het
crisispakket van het kabinet opgenomen dat ons land zijn
kennisuitgaven zou opvoeren naar het niveau van 'de OECD-norm'.
Toen dit door Bos en Plasterk verkruimeld werd in een warrige
discussie over de benchmarking van deze norm, sloeg Hamer opnieuw
toe.
Bij de Algemene Beschouwingen na Prinsjesdag 2009 formuleerde
zij als beleidsdoel dat Nederland in 2020 in de top 5 van de
kennisnaties moet zitten. Premier Balkenende had zijn dag niet en
leek deze voorzet niet te vatten. Of hij deed alsof. Hamer
expliciteerde haar lijn toen in een motie en deze werd in de tweede
termijn hartstochtelijk omarmd door de premier. Hij zag nu in
dat die uitspraak niet tegen hem, maar vooral tegen haar
partijgenoten op OCW en Financiën gericht was. Het CDA kon toen
alleen nog maar voor de motie-Hamer stemmen, hoewel achter de hand
ontstemd gereageerd werd op het taboe dat hiermee afgekondigd werd
op bezuinigingen bij OCW. Ook D66 was kwaad. Deze partij zag met
lede ogen toe hoe haar pleidooien voor geld in het onderwijs de
loef werden afgestoken. Grommend stemden ook de links-liberalen
voor.
Dat Hamer deze beleidslijn serieus meende en wars was van
'irrationaliteiten' liet zij schijnbaar achteloos blijken in haar
nadere toelichting op de motie-Hamer. "Die is geen gekkigheid", zei
ze tegen ScienceGuide puntig. Plasterk is na
Hermans en Van der Hoeven de derde minister op rij die Hamer hier
voor uitdaagde, meldde zij. "Dat liep eerder dus niet erg. Ondanks
dat Plasterk veel heeft gedaan op dit punt, zoals voor de leraren
en hun positie en salarissen, heeft dat nog niet het karakter van
een lange termijn investeringsagenda. Nu hebben we met de motie dus
wel een heldere formulering van waar die zich op richten moet." En
daarmee was het echte doelwit van de kamerbreed gesteunde motie
door de indiener ervan gemarkeerd.
Na Cohen?
Op het terrein van de HO-wetgeving heeft Plasterk conserverend
gewerkt. Hij wilde vooral codificeren wat bestond en blokkeerde met
de Eerste Kamer zelfs de geringe bestuurlijke innovatie bij de
studentassessor in CvB's. Oud-minister Jo Ritzen (PvdA) zegt in
zijn gesprek met ScienceGuide dan ook dat Plasterk "gedaan
heeft wat hij beloofde. Namelijk erg weinig." Daarmee echoot hij -
onbewust? - de lof van VSNU-chef Willy van Lieshout voor
staatssecretaris Job Cohen bij diens afscheid in 1994: "Het beste
dat jij gedaan hebt, is dat je zo weinig gedaan hebt." Dat was ten
tijde van minister Ritzen van O&W.
Is het dan nog toeval dat in de PvdA het hardnekkige gerucht
gaat dat Plasterk favoriet is voor de opvolging van Job Cohen
in Amsterdam, als deze de overstap naar Den Haag maakt? Met zijn
joyeuze stijl en culturele passie, zijn enthousiasme voor
emancipatiebeleid en 'Canal Parades' en een bijkans 'Van Agtiaans'
genoegen in de parafernalia van het ambt zou Ronald Plasterk een
uitstekende en innemende burgemeester van de hoofdstad zijn. Moeten
D66 en GroenLinks in die stad natuurlijk niet zó veel winnen dat
zij straks een college met de VVD kunnen gaan vormen. Dan zou
burgemeester Plasterk de enige PvdA'er in B&W zijn en opnieuw
dansen moeten naar het pijpen van de LSVb: de melodie
die locoburgemeester Maarten van Poelgeest voorspeelt.