• A
  • A
  • Rouvoet vice-premier op OCW

    - ChristenUnie-leider en minister voor Jeugd en Gezin, André Rouvoet, stapt over naar OCW. En dit vlak nadat hij online 'het grote opvoeddebat' had geopend.

    Divers in het onderwijs

    De vice-premier van Balkenende IV zal die positie ook in een nieuwe constructie van het kabinet behouden. Zijn ervaring in en met het onderwijs is divers. Naast zijn wijsgerig-theoretische studie in de rechten en staatsfilosofie aan de VU heeft hij gewerkt als medewerker bij een koepel voor speciaal onderwijs en jeugdgezondheidszorg. Tevens was hij docent in het hbo: politicologie en staatsinrichting bij de Evangelische School voor Journalistiek in Amersfoort.

    In het kabinet Balkenende IV kreeg hij een geheel nieuwe ministerspost, een soort thematische portefeuille zonder eigen departementale organisatie. Op OCW zal hij volgens goed staatsrechtelijk gebruik met staatssecretaris Van Bijsterveldt (CDA) tot een portefeuilleverdeling moeten komen.

    Deze is interessant: gelet op de ervaring van de nieuwe minister ligt voor de hand dat hij terreinen als de kinderopvang van de vertrokken bewindsvrouwe Sharon Dijksma zal overnemen. Of Van Bijsterveldt dan het HO-beleid op zich neemt in nu nog niet helder. Over het beleid op onderwijs liet hij zich enige tijd geleden uit en toen bleek zijn bijzondere hart voor het speciaal onderwijs nog eens, een deel van de portefeuille van oud-staatssecretaris Dijksma.

    Rouvoet toen onder meer: "Ik ben een warm voorstander van integratie in het reguliere onderwijs. Tegelijkertijd vind ik dat we niet zonder speciaal onderwijs kunnen. Sommige kinderen krijgen in het reguliere onderwijs niet voldoende aandacht. Dit is geen tekortkoming van de leerkrachten, maar heeft te maken met de aard van de beperking van het kind. … Daarom vind ik dat er meer geld geïnvesteerd moet worden in het speciaal onderwijs. Hierdoor kunnen wachtlijsten worden weggewerkt en de klassen zo nodig nog kleiner worden."

    Steun en sturing

    Voor zijn nieuwe functie is in elk geval het grote opvoeddebat dat hij heeft gestart relevant. Dat gebeurde doordat Rouvoet in het Museum van Communicatie in Den Haag als eerste online reageerde op de stelling 'Pubers hebben tot hun 25e steun en sturing nodig'. Hij gaf als reply: 'Opvoeders hebben meer invloed op het gedrag van pubers dan dat ze zelf denken. Ook geven jongeren zelf aan behoefte te hebben aan steun en sturing'.

    Dit online debat maakt deel uit van het opvoeddebat, dat Rouvoet vorig jaar in gang gezet heeft. Hij hoopt zo opvoeding bespreekbaar te maken, onder meer door ouders en andere opvoeders rondom een aantal thema's naar hun mening te vragen. Uit de tientallen opvoeddebatten die overal in het land zijn gehouden, blijkt dat veel opvoeders behoefte hebben om ervaringen over de opvoeding uit wisselen met elkaar en professionals.

    In het online debat, dat via http://www.opvoeddebat.nl/ tot oktober gevoerd zal worden, kunnen opvoeders, professionals en publiek reageren op stellingen over thema's als: op voeding van pubers, opvoeden in de buurt, vaders en opvoeding en school en opvoeding.

    Over het beleid op onderwijs liet hij zich enige tijd geleden uit en toen bleek zijn bijzondere hart voor het speciaal onderwijs nog eens, een deel van de portefeuille van oud-staatssecretaris Dijksma: "Ik ben een warm voorstander van integratie in het reguliere onderwijs. Tegelijkertijd vind ik dat we niet zonder speciaal onderwijs kunnen. Sommige kinderen krijgen in het reguliere onderwijs niet voldoende aandacht. Dit is geen tekortkoming van de leerkrachten, maar heeft te maken met de aard van de beperking van het kind. … Daarom vind ik dat er meer geld geïnvesteerd moet worden in het speciaal onderwijs. Hierdoor kunnen wachtlijsten worden weggewerkt en de klassen zo nodig nog kleiner worden."

    'En dit nog maar het begin'

    Bij het zeer recente 10-jarig jubileum van zijn partij gaf Rouvoet aan deze fusiebeweging ook in een komende electorale strijdte zullen leiden. Over die fusie vertelde hij onder meer: "Toen de fracties van GPV en RPF in de Tweede Kamer na de fusie van de partijen nog vóór de verkiezingen wilden samengaan in één fractie, bleek het Reglement van Orde daar niet in te voorzien. Er was wel een procedure voor splitsing van een fractie, maar niet voor eenwording van fracties!

    Zo beschouwd is het jubileum van de ChristenUnie een teken van hoop. Voor de samenleving, voor christelijk Nederland in het bijzonder. Wanneer christenen hun gemeenschappelijke roeping centraal stellen in plaats van hun verschillen, dan worden  problemen opeens heel overzichtelijk. Als christenen elkaar herkennen in de roeping om de samenleving te dienen vanuit het perspectief dat God geeft op hoe het anders kan; als ze zich richten op Gods eer, op zijn Naam, op zijn beloften: dan stelt dat al het andere - onze organisaties en procedures, personen en belangen - in de schaduw. Ja, de ChristenUnie was en is een zaak van geloof."

    Over het beleid ten aanzien van onderwijs en jeugd zei Rouvoet daarbij tevens: "We boeken veel resultaten op ons speerpunt: jeugd en gezin. In het hele land worden Centra voor Jeugd en Gezin geopend. Er loopt een nationaal debat over opvoeding. Gezinnen worden dankzij het kindgebonden budget beter financieel ondersteund.

    Onder dit kabinet met de ChristenUnie is er een kentering gekomen in het drugs- en alcoholbeleid, met name met het oog op de bescherming van de gezondheid van jongeren. Kortom: jeugd en gezin staat op de kaart! En mensen, dit is nog maar het begin. Nu is het de hoogste tijd om door te pakken en het ingezette beleid lokaal door te vertalen." 

    Tegen populisten en libertijnen

    Een crisis vond Rouvoet bij dat jubileum al een onding. Met een ferme principiele toon zette hij zich af tegen populisme en 'libertijns noodweer'. Over de heroverwegngen was zijn boodschap ook onversneden: saneren moet.

    "De politieke barometers staan afwisselend op een populistische wervelstorm, een gure liberale vrieskou of libertijns noodweer. Die onzekere politieke weersvoorspellingen sterken ons in de overtuiging dat een politieke crisis het laatste is wat het land kan gebruiken.

    Dan is er de heroverwegingsoperatie die op stapel staat. Aan de ChristenUnie zal het daarbij niet liggen: pijnlijke ingrepen zullen we niet uit de weg gaan, de heroverwegingen bieden een uitgelezen kans om zaken die scheef gegroeid zijn recht te zetten. Saneren betekent letterlijk: gezond maken. Dat is waaraan de ChristenUnie wil bijdragen: gezonde overheidsfinanciën, een duurzame economie en een bloeiende samenleving. Maar dan moeten de sterkste schouders wel de zwaarste lasten dragen, en de overheid een schild voor de zwakken zijn. Dat is wat wij bedoelen met christelijk-sociaal."