Hoe komen Nederlandse masters in de wereldtop? De concurrentie
in de masterfase is groot en neemt alleen maar toe. Tijdens de
VSNU-conferentie 'Masterschap is Meesterschap' werd dit krachtig
verwoord door keynote speaker George Yip (decaan Rotterdam School
of Management): "Eat lunch, or be lunch."
Hij stelt dat de Nederlandse masters als het gaat om
internationalisering veel van de MBA's kunnen leren. Nederlandse
universiteiten hebben volgens Yip geen sterke 'branding name' in
het buitenland. MBA's zijn veel sterker in het uitdragen van hun
naam, mede omdat de concurrentie op MBA-gebied altijd groot is
geweest. Nu ook de concurrentie toeneemt bij de 'reguliere' masters
is het voor universiteiten noodzakelijk om zich een helder profiel
aan te meten.
Angelsaksische 'roots'
De Graduate School is één van de organisatievormen waarmee
Nederlandse universiteiten zich een helderder profiel proberen aan
te meten. In dit organisatiemodel, overgewaaid uit de VS, worden
masters en PhD's, ofwel 'graduate programmes', gezamenlijk
aangeboden. Sinds de introductie van de bachelor-master structuur
in Europa is het aantal Graduate Schools explosief gegroeid. In
Nederland wordt door discussies rondom de 'harde knip' tussen
bachelor en master de 'graduate fase' steeds zichtbaarder.
De Europese Universiteitenvereniging (EUA) definieert een Graduate
School als "an organisational structure that includes doctoral
candidates and often also master students. It provides
administrative, development and transferable skills development
support, organizes admission, courses and seminars, and takes
responsibility for quality assurance".
De voordelen van Graduate Schools worden als volgt geduid:
- Provide a stimulating research environment and promote
cooperation across disciplines;
- Offering a clear profile and status for doctoral
candidates;
- Organize admission with transparent rules and regulations;
- Guarantee quality assurance and monitoring;
- Enhance opportunities for mobility, international collaboration
and inter-institutional cooperation.
Ook Nederlandse universiteiten lijken deze voordelen te
onderkennen, getuige het groeiende aantal Graduatie Schools. De
uitwerking van het concept Graduate School kent echter nogal een
'couleur locale', zo bleek op de VSNU-conferentie tijdens
een workshop.
Breed of smal?
De Leiden University Graduate School of Archaeology
is in 2006 van start gegaan met het verbeteren van de structuur van
het master- en het promovendionderwijs. De Graduate School heeft
verschillende taken. De eerste is om onderwijs te organiseren in de
vorm van workshops met internationale gasten, tweewekelijkse
onderzoeksbijeenkomsten en onderzoeksdagen waarop promovendi en
research masterstudenten hun onderzoeksopzet presenteren.
De tweede taak is het opzetten van de curricula en de
kwaliteitscontrole daarvan. Ten derde, het organiseren van
onderwijs voor en door promovendi en het bewaken van hun
studievoortgang.
De instellingsbrede Twente Graduate School (TGS) van
de Universiteit Twente biedt geïntegreerde master en PhD
opleidingen aan voor excellente studenten die een loopbaan in het
wetenschappelijk onderzoek ambiëren. Het doel is om met kwalitatief
hoogwaardige programma's al in een vroeg stadium getalenteerde
studenten aan te trekken. De programma's bieden niet alleen
verdieping in het specifieke onderzoeksgebied, maar ook verbreding
op gebieden als ethiek, wetenschapsfilosofie, ondernemerschap en
valorisatie.
Vragen en Van der Vliet
Deze twee voorbeelden illustreren dat er grote verschillen
bestaan in de implementatie van de Schools. In Leiden heeft de
Graduate School de rol van de faculteit min of meer overgenomen
voor wat betreft het opleidingsaanbod op master- en PhD-niveau. In
Twente kenmerkt de Graduate School zich door
interdisciplinariteit en mogen alleen excellente studenten en
opleidingen deelnemen. En dan zijn er nog tal van andere varianten
te vinden aan de Nederlandse universiteiten.
De VSNU worstelt nu met de vraag of er een centrale afspraak moet
komen over de implementatie van Graduate Schools. Blijft dit een
kwestie van institutionele autonomie of worden hierover in
VSNU-verband afspraken gemaakt? Een tweede vraagstuk betreft de
inbedding van de Graduate School in de universitaire organisatie.
En daarmee is er een directe verbiding met het rapport Van der
Vliet over de onderzoeksopleidingen. De analyse daarvan leest u hier,
Bron: Reader VSNU-conferentie 'Masterschap is
Meesterschap' en masterscriptie 'Europeanisation or
Americanisation in Higher Education'.