De TU/e zet zwaar in op deze onderzoeksprogramma's om zich
duidelijk te kunnen profileren op het gebied van het
wetenschappelijk onderzoek van de technische universiteit. De
programma's moeten een nationale en -waar mogelijk- internationale
positie gaan verwerven. Voor de TU/e zijn de High Potential
Research Programs ook een manier om vernieuwend en risicovol
multidisciplinair onderzoek te stimuleren van jonge hoogleraren en
hoofddocenten.
De volgende drie programma's krijgen van de
universiteit elk één miljoen euro, verspreid over vier
jaar:
Hart en hersenen beter in beeld
Het eerste gehonoreerde programma richt zich op geavanceerde
beeldvormingtechnieken om hart en hersenen van patiënten beter te
kunnen bekijken. Het onderzoek, onder leiding van prof.dr. Luc
Florack van de Wiskunde en Informatica faculteit, richt zich op
onderdelen van hart en hersenen die niet goed toegankelijk zijn met
conventionele technieken, maar wel van grote betekenis zijn voor de
gezondheidszorg. Florack wil een toonaangevende onderzoeksgroep
samenstellen die werkt op het snijvlak van beeldvorming, wiskundige
modellering, algoritmiek, visualisatie en biomedische
toepassingen.
Plasma's snappen
Het tweede project is gericht op plasma's voor kernfusie.
Voordat over enkele decennia de ITER-kernfusiereactor succesvol
energie kan opwekken, moeten wetenschappers nog veel kennis opdoen.
De TU/e wil daarin een leidende rol spelen. Dit project wil drie
belangrijke stappen zetten: de stromingen in een plasmareactor
beter in beeld brengen; hierdoor een beter begrip hebben van de
stromingen; om hiermee beter het brandende plasma te kunnen
beheersen. De programmaleider is prof.dr. Niek Lopes Cardozo,
hoogleraar op het gebied van kernfusie, aan de faculteit Technische
Natuurkunde.
Polymeren op alle schalen
Een multidisciplinair team van polymeeronderzoekers van
verschillende faculteiten gaat onderzoeken hoe het gedrag van
polymeren precies samenhangt met de structuur van materialen op
molecuulniveau. Lukt dit, dan is een volgend doel om polymeren zó
te ontwerpen dat ze precies het gewenste mechanische gedrag
vertonen. Het onderzoek wordt geleid door dr.ir. Leon Govaert,
universitair hoofddocent aan de faculteit Werktuigbouwkunde.