3 maart 2010 - Technisch is het nu al mogelijk om volledig duurzame steden te bouwen. Gebouwen moeten onderdeel worden van een omvattend energiesysteem. Wat nog ontbreekt, is de politieke wil om deze duurzame technieken in te voeren, aldus TU Delft-hoogleraar Andy van den Dobbelsteen.
Als steden echt duurzaam willen worden, zullen ze een
intelligent systeem moeten creëren waarin gebouwen onderling
diverse behoeften uitwisselen, net zoals een natuurlijk organisme.
Dat stelt prof. Andy van den Dobbelsteen hoogleraar Climate Design
and Sustainability aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Op
vrijdag 5 maart zal hij zijn intreerede aan de Delftse universiteit
hier aan wijden.
Volgens Van den Dobbelsteen zou geen enkel stadsgebouw als een
individu moeten functioneren. Gebouwen kunnen veel duurzamer en
zuiniger zijn als ze de unieke mogelijkheden die de stad biedt,
aangrijpen. Zo is het mogelijk om met behulp van slimme combinaties
van energiestromen en de uitwisseling daarvan (Energy Potential
Mapping) een wijk CO2-neutraal te maken.
Case: supermarkt
Van den Dobbelsteen verduidelijkt dit met een concreet
voorbeeld: de duurzame supermarkt. "Supermarkten gebruiken hun
energie voornamelijk voor koeling. Slechts een klein percentage
gaat op aan verlichting en verwarming. Aan de andere kant van de
airconditioner produceert de supermarkt een flinke hoeveelheid
warmte (die vrijkomt bij het energieverbruik voor de koeling). De
warmte gaat normaal gesproken gewoon de lucht, terwijl deze
warmtestroom zeer nuttig kan worden gebruikt door bijvoorbeeld
nabijgelegen winkels, huizen of sportfaciliteiten."
Een ander voorbeeld is een zwembad, dat continu moet worden
verwarmd. Dit zou slim kunnen worden gecombineerd met een ijsbaan,
die immers continu gekoeld moet worden.
"In de stad is ieder gebouw nu te zien als een ziekenhuispatiënt
die verbonden is met verschillende 'infusen': water, elektriciteit,
riolering, kabel-tv enzovoorts. Die situatie is niet noodzakelijk
slecht, maar er wordt onvoldoende onderkend dat het 'afval' van de
ene 'patiënt', van nut kan zijn voor een andere", aldus de Delftse
hoogleraar.
Geen politiek lef
In een EPM-studie voor de provincie Groningen concludeerde
Van den Dobbelsteen dat met maatregelen als aangepaste huizenbouw,
windparken en het aanplanten van groenzones, 50 procent van de
energievraag duurzaam kon worden geleverd. De techniek om zijn
ideeën in de praktijk toe te passen bestaan ook, maar worden nog
uiterst spaarzaam ingezet.
"Het is mogelijk om volledig duurzame steden te bouwen. Wat ons
tegenhoudt zijn twee zaken: Ten eerste het politieke lef om het
echt toe te passen en ten tweede de inrichting van onze financiële
systemen, die enkel kortetermijnoplossingen met slechts minimale
investeringen stimuleren."
Om het hergebruik van producten en energie te aan te moedigen,
stelt Van den Dobbelsteen voor een nieuwe indicator te gebruiken.
De BAW, de Bruto Afgenomen Waarde als tegenhanger van de bekende
Bruto Toegevoegde Waarde (BTW). "Ik vind dat we zouden moeten
betalen voor de kwaliteitsafname van producten (en energie, in de
zin van toegenomen entropie). Als een product alleen maar gedumpt
kan worden, is de overgebleven kwaliteit nul en de te betalen BAW
maximaal. Als alle onderdelen van een product kunnen worden
hergebruikt, is de BAW minimaal." Wie heeft het politieke lef om
dit in te voeren?