Het is niet de eerste keer dat Erik-Jan Bos een onbekende brief
van Descartes heeft gevonden, meldt het Descartes Centre.
In 2003 ontdekte hij al een epistel van de Franse filosoof en
wiskundige in de Berlijnse Staatsbibliotheek. Ditmaal kwam Bos de
brief op het spoor toen hij er een verwijzing naar aan trof in een
beknopte beschrijving van een handschriftenverzameling van de
bibliotheek van Haverford College in Pennsylvania (VS). Dankzij de
medewerking van John Anderies, Head of Special Collections of
Haverford College, werd al snel duidelijk dat het ging om een
authentieke en onbekend schrijven van Descartes.
Meditationes
De brief, die op kasteel Endegeest bij Leiden op 27 mei 1641
geschreven werd, is gericht aan Marin Mersenne, een Franse
wiskundige, theoloog en filosoof, aan wie Descartes het drukken van
Meditationes had toevertrouwd. De ingrijpende verandering
in opzet van dit werk blijkt uit het slot van de brief. Descartes
verzoekt Mersenne drie teksten te verwijderen, namelijk een
Latijnse vertaling van het vierde deel van zijn Discours de la
méthode (1637) die voorin afgedrukt zou worden, het voorwoord
op de Meditationes zelf, en een inleiding op de eerste
tegenwerpingen die hij ontving. Ter vervanging stuurt Descartes een
nieuw voorwoord mee, en dat is het voorwoord van de
Meditationes zoals we het nu kennen. Ook blijkt uit de
brief de reden voor deze ingrijpende maatregelen: De Franse
ingenieur Pierre Petit had zich uiterst kritisch uitgelaten over
het vierde deel van het Discours de la méthode. Descartes
diende Petit daarop in het oorspronkelijke voorwoord openlijk en
heftig van repliek. Een bezoeker van Descartes uit Frankrijk wist
zijn misnoegen tegenover Petit dusdanig te verzachten, dat
Descartes hier van af zag.
Descartes en Gassendi
De brief werpt ook een nieuw licht op de relatie tussen
Descartes en de bekende filosoof Pierre Gassendi. Ook Gassendi
schreef tegenwerpingen op de Meditationes waarover
Descartes zich in reeds bekende brieven laatdunkend uitliet. In de
nu ontdekte brief, waaruit blijkt dat Descartes de tegenwerpingen
voor het eerst zag, laat hij echter een ander geluid horen: de
stijl en inhoud van de tegenwerpingen van Gassendi zouden het
toekomstig lezerspubliek behagen, en Descartes in staat stellen
zijn eigen ideeën nog beter te verwoorden. Waarom Descartes in
latere brieven zo vijandig op Gassendi reageert, is nog
onduidelijk.
De Italiaanse dief
Oorspronkelijk behoorde de brief toe aan de bibliotheek van het
Institut de France te Parijs. In de eerste helft van de negentiende
eeuw werd de brief, samen met een groot aantal andere brieven van
Descartes, gestolen door Guglielmo Libri, een Italiaanse geleerde
in Franse dienst. Deze bibliofiel en aartsdief van zeldzame
manuscripten en boeken verkocht de brieven van Descartes en werd in
1850 voor deze diefstallen bij verstek veroordeeld. Hoewel vele
brieven van Descartes in de loop van de tijd hun weg terug naar
Parijs vonden, bleven verschillende brieven vooralsnog spoorloos.
De nu gevonden brief kwam ten slotte terecht in de collectie van de
brievenverzamelaar Charles Roberts, wiens weduwe in 1902 de
collectie schonk aan Haverford College. Omdat dat de brief
uiteindelijk geroofd bezit bleek, heeft het Haverford College nu
besloten de brief van de Franse filosoof terug te schenken aan het
Institut de France. Uit waardering voor het meer dan een eeuw
zorgvuldig bewaren van de brief krijgt het Haverford College in
juni 2010 een prijs van het Institut de France.
De publicatie van de brief later dit jaar in Archiv für
Geschichte der Philosophie is in voorbereiding. Daarnaast werkt
Erik-Jan Bos aan een nieuwe kritische uitgave van de gehele
briefwisseling van Descartes, in het kader van het project
'Descartes and his Network', geleid door prof. Theo Verbeek. Dit
onderzoek, dat plaatsvindt binnen het ZENO Instituut voor de
Wijsbegeerte en haar Toepassingen, wordt gefinancierd door NWO.