Het afgelopen half jaar heeft de ambtelijke leiding van het
onderwijsministerie indringende gesprekken gevoerd met VSNU en
HBO-raad over de hoofdlijnen van het beleid in de komende
jaren. Men was al ruim een jaar doende het tijdperk na Ronald
Plasterk voor te bereiden, onder meer door besloten
werkconferenties met sprekers als Alexander Rinnooy Kan, Karl
Dittrich en Jan Veldhuis.
Forse verbeterslagen
Uitgangspunt daarbij vormden verschillende sector- en
investeringsplannen waarbij universiteiten en hogescholen in de
komende jaren tot forse verbeterslagen hopen te komen. Het gaat
onder meer om grote investeringen in de grootschalige
onderzoeksinfrastructuur zoals beschreven door de commissie-Van
Velzen, het studiesucces en de centres of expertise voor technische
hbo-opleidingen waar de commissie-De Boer voor pleit. Het totale
bedrag dat met deze noodzakelijk geachte extra investeringen
gepaard gaat, is anderhalf miljard euro, aldus topambtenaar
Roborgh.
Tijdens een voordracht bij het Rathenau Instituut waarschuwde
directeur-generaal HO Renk Roborgh, dat dergelijke claims in een
tijd van bezuinigingen wel heel goed gemotiveerd moeten worden. "In
beleidsverhalen kom je niet meer weg met alleen ronkende quotes. Je
moet een sense of urgency creëren. Je moet laten zien waar
dat allemaal toe leidt. We moeten ons realiseren dat er forse
bezuinigingen op ons afkomen, dus ons investeringsplan moet echt
kloppen."
Dat met het Eric-project nu een nieuw concept voor de
maatschappelijke validering van de impact van R&D positief is
ontvangen in de wereld van de wetenschap, juicht Roborgh dan ook
toe. Want daarmee is het mogelijk om steviger onderbouwd zo'n
sense of urgency te versterken en te adstrueren.
HBO weinig gelukkig
Voorzitter Doekle Terpstra van de HBO-raad toonde zich na afloop
weinig gelukkig met de onthullingen van Roborgh. "Het is waar dat
ook wij een investeringsplan hebben gemaakt. We laten dat momenteel
narekenen door Henriëtte Maassen van den Brink op maatschappelijke
relevantie. Ook hebben HBO-raad en VSNU los van elkaar gesprekken
met ambtelijk OCW in Des Indes gehad."
Tactisch vindt Terpstra de uitlating vanuit OCW niet handig. "Ik
ben er niet gelukkig mee dat Roborgh nu direct een claim van
anderhalf miljard op tafel legt. Ook in het huidige
maatschappelijke debat lijkt me dat niet goed. Uitgangspunt is dat
we een aantal dingen willen verbeteren en dat willen we duidelijk
maken. Uiteraard is daar vervolgens ook geld voor nodig." De
HBO-raad komt eind deze maand met zijn investeringsplan.
Winnen door onderzoek
Overigens zei KNSB-voorzitter Doekle Terpstra tegen
ScienceGuide, dat hij - ter illustratie van het belang van
de maatschappelijke impact van R&D - de uitkomsten van het
onderzoek naar de klapschaats door de HvA een half jaar eerder had
willen weten.
Het had eraan kunnen bijdragen, dat Nederlandse schaatsers in de
recente Olympiade beter hadden gereden, in het bijzonder bij de
1000 meter voor dames - verschil van 0,02 seconde bij het goud - en
bij het nemen van de juiste afslag onderweg op het ijs.