In de provincies Groningen, Friesland en Drenthe leeft al enige
tijd het besef dat de regionale kenniseconomie flink wat impulsen
kan gebruiken. De bevolking is in bepaalde regio's nu al aan het
krimpen. De bevolking heeft een laag opleidingsniveau. Het
ambitieniveau is er laag: voor zover mensen nog naar deze
provincies verhuizen, is het voornamelijk om te
'Drenthenieren'.
De noordelijke hogescholen hebben een plan gemaakt met concrete
doelen die over 5 jaar bereikt moeten zijn. Zo moet de uitval in de
bachelorfase gehalveerd zijn. Het onderwijs moet in de hele keten
geïntensiveerd worden. Ook het niveau van de docenten moet worden
opgekrikt. Er moeten lectoraten komen ter ondersteuning van deze
nieuwe, integrale educatieve aanpak, alsmede lectoraten om die
sectoren te ondersteunen waar het noorden des lands goed in is. De
kosten worden geraamd op een slordige 130 miljoen euro, waarvan 80
miljoen door de overheid betaald zou moeten worden.
Stel dat het kabinet in verband met de aangekondigde
bezuinigingen het extra geld niet beschikbaar stelt. Wat
dan?
Veenstra: "We hebben duidelijk tegen elkaar gezegd dat we ons al
vier hogescholen echt committeren aan dit plan. Als er geen euro
van de landelijke overheid komt, dan zullen we moeten herijken.
Misschien moeten we dan temporiseren, focus aanbrengen of elders
fondsen zoeken.
Maar de winst die we nu al hebben gemaakt, is dat de onderlinge
verhoudingen in het noorden heel goed zijn. Daardoor kunnen we ons
samen gaan richten op het onderhouden van diverse
investeringsagenda's, niet alleen de noordelijke
ontwikkelingsagenda's, maar ook nationaal en Europees, bijvoorbeeld
ten aanzien van het percentage gewenste hoog opgeleiden.
Stenden heeft overal ter wereld vestigingen. Heeft u zich
bij het opstellen van het plan ook laten inspireren door
buitenlandse regio's?
"Zeker. Voor ons is het internationaal werken een bron van
voortdurende inspiratie. Onze start in Qatar was een uitkomst van
de ambitie van de overheid om in verband met het groeiende toerisme
daar, te voorzien in meer hoger opgeleid personeel in die branche.
Ze vond dit nodig om tot de gewenste economische ontwikkeling
van het toerisme in Qatar te komen. In gezamenlijkheid met de
Qatari overheid hebben wij daar toen een opleiding hospitality
gestart, waarmee we dus ook nadrukkelijk ondersteunend zijn aan de
ontwikkeling van de kenniseconomie. Ook in het noorden van
Nederland willen we als hogescholen die sectoren ondersteunen die
voor de regio van belang zijn, zoals toerisme, life science,
energie en healthy ageing."
Doelen 2010-2015
Het plan van de vier hogescholen wil in de periode 2010-2015 het
volgende bereiken:
- Sterke zwaartepunten van hoogwaardige kennisproductie en
valorisatie op innoverende thema's voor de regio waarin de
hogescholen samenwerken;
- Een pool van hoogopgeleide, getalenteerde afgestudeerde
kenniswerkers met ondernemingszin die innovatieve kennisbedrijven
willen starten;
- Regio Noord positioneren als kennis- en onderwijsregio in de
techniek en (nieuwe) technologie door de samenwerking tussen de
hogescholen op alle niveaus.
- Een geheel van krachtige, doorlopende leerlijnen op voor de
regionale kennissamenleving en kenniseconomie relevante gebieden
waarin de Hogescholen structureel met elkaar samenwerken, lopend
van het pre-HBOtraject tot en met in de toekomst het professionele
promotietraject;
- Een krachtig en flexibel gezamenlijk onderwijsaanbod voor
(oudere) studenten
die zich willen op-, om- of bijscholen.
Drie programmalijnen
In het plan ontvouwen de vier hogescholen drie
programmalijnen:
1. Naar
een hoog niveau van kennis en beroepsuitoefening;
2. Van
jong tot oud. Een hoger opleidingsniveau voor de hele
bevolking;
3. Praktijkonderzoek,
innovatie en kennisvalorisatie voor Noord-Nederland.
Onder de eerste programmalijn vallen
thema's als: kwaliteit van het onderwijs, intensieve begeleiding
van studenten, maatwerk, het versterken en vernieuwen van bestaande
opleidingen, vergroting van de instroom van buitenlandse studenten
en samenwerking daarbij. De hogescholen besteden substantieel
aandacht aan de ontwikkeling van een innoverende en ondernemende
houding in de opleidingen. Ze richten daarvoor een kenniscentrum
Ondernemerschap in.
Voor deze programmalijn is 46 miljoen euro geraamd.
De tweede programmalijn richt zich op
een hoger opleidingsniveau voor de hele bevolking
Daarin zijn drie onderdelen te onderscheiden:
1. De
aanpak van de onderwijsachterstand Regio Noord Nederland
2. Hoger
Onderwijs voor Volwassenen, Leven Lang Leren. In overleg met
werkgevers en lerenden ontwikkelen de hogescholen een flexibel
aanbod van leer/werktrajecten. De Hanzehogeschool Groningen richt
een competentiecentrum in.
3. Er
komt een Expertisecentrum Educatie voor de hele onderwijskolom van
voorschoolse educatie tot hoger onderwijs voor volwassenen. Dit is
een gezamenlijk opleidings- en onderzoeksinstituut voor alle
onderwijsberoepen van docent voorschools- en basisonderwijs tot
HBO-docent, en van schoolleider tot schoolbestuurder.
De kosten voor de tweede programmalijn bedragen 21 miljoen
euro.
De derde programmalijn richt zich op de
versterking van regionale speerpunten en sleutelgebieden.
Noord-Nederland heeft een brede waaier aan economische sectoren
zoals energie, healthy ageing en zorg, water, sensortechnologie,
agribusiness, life sciences en toerisme, chemie en
scheepsbouw/maritiem. De vernieuwing van de Noord-Nederlandse
economie en de transitie naar een kenniseconomie vraagt om
strategische combinaties van kennisontwikkeling en praktische
toepassing in deze gebieden. De transitie naar een kenniseconomie
moet er bovendien voor zorgen dat er een slag naar de vermarkting
van kennis (kennisvalorisatie) gemaakt wordt en in het MKB
innovatieve spin-off bedrijven ontstaan. De vier hogescholen gaan
intensief aan de slag op de kansrijke gebieden met
praktijkonderzoek door nieuwe lectoren, met onderzoeksgericht
onderwijs, met innovatie en kennisvalorisatie. Hiermee is in totaal
41 miljoen gemoeid.