Delors is nog even scherp en alert als hij was in zijn decennium
als leidende Europeaan. En hoezeer hij die leidende staatsman was,
blijkt wel uit deze even pikante als vermakelijke omschrijving die
hem werd voorgehouden in Nijmegen in de laudatio door Maxime Verhagen.
"What can I say to the man whom Helmut Kohl referred to as 'the
Soul of Europe'? What can I say to the man who described himself as
an 'orphan of French politics' but who, as the President of the
European Commission, was just as well-known around the world as
François Mitterrand? What can I say to the man who Margaret
Thatcher said was 'one of the cleverest people in European
politics'? And you know that coming from her, we can definitely
take that as a compliment."
Voordat hij zo in het zonnetje werd gezet, ging hij met
ScienceGuide de diepte in over het kennisbeleid van de
Unie en de 'agora' van de Europese politiek. 'L'union fait la
force!'
Een wet op LevenLangLeren
U heeft als president van de Europese Commissie
ongeveer alles meegemaakt. Scherpe conflicten over Europese
samenwerking -met bijvoorbeeld premier Margaret Thatcher- waren aan
de orde van de dag. Dat in tijden van de instorting van de
Sovjet-Unie, de val van de Berlijnse muur en de hereniging van
Duitsland, de fundamentele stap op weg naar de Eurozone, crises in
het Midden-Oosten en de eerste Golfoorlog. Dwars daar doorheen
heeft u zich voortdurend sterk gemaakt voor een hoog profiel van
het onderwijs- en kennisbeleid in de Europese Unie. Wat was
hiervoor uw drijfveer?
"Het onderwijs heb ik altijd van fundamenteel belang gevonden.
Door onderwijs leren mensen over zichzelf, leren zij zich
ontwikkelen in de wereld om hen heen. En niet in het minst met het
oog op hun positie op de arbeidsmarkt. Ik heb mij juist ook als
Frans minister van Economische Zaken en Financiën altijd met het
onderwijs beziggehouden. Daar moest veel aan gebeuren, want de
ongelijkheid van kansen op ontwikkeling is een wezenlijke oorzaak
voor de ongelijkheid onder burgers als zij volwassenen zijn, zowel
wat betreft hun werk als wat betreft hun culturele
ontplooiing.
Eén van de eerste wetten die ik heb kunnen doorvoeren in Frankrijk
was die van het recht op de financiering van
levenlangleren-activiteiten zoals omscholing en bijscholing,
gedurende het werkzaam leven van volwassenen. Dit was een onderwerp
dat mij zeer aan het hart ging. Weet u, ik denk vaak: 'Was ik maar
minister van onderwijs geweest!' Dat had ik echt graag gedaan
ooit."
De voorbije 20 jaar heeft Europa op het gebied van kennisbeleid
en hoger onderwijs een grote vlucht gemaakt. Er is een European
Research Area en een 'hoger onderwijs ruimte', dankzij het
zogeheten Bologna proces. Bent u over die ontwikkeling tevreden, of
wilt u meer?
"Ik ben allereerst heel blij met wat de universiteiten zelf
hebben ondernomen. Men heeft in onderlinge samenwerking een veel
meer afgestemd hoger onderwijsstelsel tot stand gebracht met drie
heldere cycli. Daar doen inmiddels veel landen aan mee.
Ongetwijfeld is er op allerlei punten nog allerlei discussie, maar
ik onderstreep dat ik er heel erg voor ben dat we in Europa ons
hoger onderwijs goed structureren en afstemmen. Ik vind dat een
goede zaak. 'Je suis pour!'
We hebben trouwens in 2007 nog de twintigste verjaardag van
het Erasmus-programma gevierd. Ik heb dit destijds met kracht
doorgezet en gebruikte daarvoor het initiatiefrecht van de
commissie bij de wetgeving in Europa. Dit programma is een groot
succes geworden, want met de massificatie van het hoger onderwijs
is het nu voor miljoenen jongeren mogelijk en ook meer
vanzelfsprekend geworden om bij universiteiten en hogescholen in
andere landen te studeren. Deze ontwikkeling naar massale deelname
juich ik daarom eens te meer toe."
Nu echt doorzetten bij R&D
Een vergelijkbare ontwikkeling is nu merkbaar op het terrein
van het R&D-beleid. De Europese Research Council is
bijvoorbeeld in werking. Is dat de volgende stap die wij als
Europese kennissector moeten zetten?
"Dat de ERC nu een feit is, dat is prima. Want een
onafhankelijke visie op het Europees beleid op dit terrein is van
belang. Maar dan moet het wel concreet in de praktijk gaan werken.
Ik vind dat men dit nu echt moet doorzetten. Dat is nodig omdat wij
zo het onderzoek op Europees niveau rond de grote vragen van de
wetenschap en samenleving veel beter kunnen faciliteren en zo
'pôles d'excellence' te creëren.
Dat betreft de inhoudelijke, wetenschappelijke kant maar ook vragen
van de ethiek en de verantwoorde toepassing van kennis en
technologie. Op die terreinen is veel meer uitwisseling en
wederzijdse inspiratie nodig tussen Europese wetenschappers.
Hier speelt bovendien het vraagstuk van de efficiency. Dit soort
lange termijn gerichte investeringen kan Europees veel meer
opleveren. Je kunt beter samen Europees €10,- steken in een
wetenschappelijk vraagstuk, dan dat elk land €1,- vrijmaakt.
'L'Europe peut multiplier les investissements beaucoup
plus efficaces'. Het
EIT van president Barroso is wat dat betreft inderdaad een goed
voorbeeld. De echte lange termijn projecten zullen we zo moeten
aanpakken. €1,- geïnvesteerd via Europa is bij dit soort
vraagstukken vaak doeltreffender in te zetten dan €2,-
nationaal."
Grote thema's als klimaat, duurzaamheid en energie vergen
natuurlijk grote programma's en investeringen, die we nationaal
feitelijk niet meer kunnen opzetten en financieren.
"Neem nu energie. Je ziet dat ieder land op zich gesprekken
wil voeren met Medvedev en met Poetin. Wat ontbreekt is een
'energiegemeenschap' in Europa. Je moet zien te komen tot een
samenhangend beleid, want 'nous sommes les
démandeurs!'
Tegelijkertijd zouden wij als Europa veel kunnen inbrengen in het
wereldwijde energiebeleid vanwege de kennis die bij ons aanwezig is
op het gebied van CO2-reductie en opslag, klimaatvraagstukken en
efficiënt energieverbruik. Je staat veel sterker als je zo
met Poetin praat. 'L'union fait la force'."

(De Vrede van Nijmegen penning uit 1679 waarop
Frankrijk en de Republiek elkaar symbolisch weer de hand
reiken)
Classificatie 'très important'
Voor dit soort kennissamenwerking moeten de universiteiten en
hogescholen niet alleen Europees samenwerken rond het stelsel, maar
ook hun sterke punten en profiel onderling vergelijken en daarop
gaan samenwerken. Het
U-Map project zet de eerste stappen in de richting
van zulke classificatie. Wat vindt u daarvan?
"Ik vind het zeer terecht dat ze dat doen. Zij moeten elkaar
inhoudelijk opzoeken en op hun verwante kennisambities en
thema's en hun wetenschappelijke oriëntaties over de grenzen
heen de meest belovende partners leren vinden. Het is 'très
important' om universiteiten en hogescholen op hetzelfde
kwaliteitsniveau met elkaar te kunnen vergelijken."
Toen wij begin 2007 met president
Barroso spraken, zei hij dat Europa van een
'bruine' economie naar een 'brains' economie, van koeien naar
kennis moest gaan. Deelt u die opvatting?
"Nou nee. Het landbouwbeleid kun je zeker verbeteren, maar de
samenwerking op dit terrein hoort bij ons 'contrat de
mariage' als Unie. Je moet dit beleidsterrein niet misprijzen.
Het is heel belangrijk om drie redenen. Ten eerste de
voedselveiligheid en de gezondheid van de burgers. Ten tweede om de
blijvende en wezenlijke rol van de boeren en hun bedrijven in de
rurale ontwikkeling en het natuurbehoud. En ten derde is de export
van landbouwproducten voor Europa van vitaal economisch
belang.
Ik vind overigens wel dat de investeringen in R&D in Europa
omhoog moeten. Maar het is niet verstandig dat ten koste te doen
gaan van de landbouwsector. Dat moet door extra middelen en dat kan
ook best. Europese investeringen vergen nu zo'n 1% van het BBP van
de Unie en dan zou er geen ruimte zijn voor extra investeringen in
kennis? 'Ridicule!'
Malcontent over borstklopperij
U heeft als Commissiepresident een zwaar accent in uw beleid
gezet op het laten ontstaan en opbloeien van een Europees
burgerschap. Bent u nu, vijftien jaar later, tevreden met het hier
bereikte?
"Non. Je ne suis pas content.' Ik heb overal in
Europa dat betoog gehouden voor het 'Europa van de burger.' Wat
echter niet lukte is de omgeving waarin het politiek discours
in Europa wordt gehouden te verplaatsen van een strikt nationale
naar een Europese 'agora', zoals de Oude Grieken gezegd zouden
hebben. De nationale politiek wilde dat gewoon niet.
Kijkt u maar hoe het gaat na afloop van iedere Europese top: elke
regeringsleider verschijnt voor de nationale pers en klopt zich op
de borst: 'J'ai gagné!' En zo denken we dan een Europese
familie te kunnen worden? Wat is dat voor familie, waarin de ene
broer voor alles, alleen maar wil winnen van de andere? De
burger begrijpt hier natuurlijk niets van, 'ceci est une
pédagogie mauvaise'."
Nu we het toch over pedagogiek hebben…..Jean Monnet
zou ooit in een terugblik op zijn uitzonderlijke werk bij het
'bedenken' van de Europese samenwerking gezegd hebben: 'Maar als ik
Europa opnieuw zou mogen bouwen, zou ik beginnen met het
onderwijs.'
"Monnet zei inderdaad zoiets tegen zijn dochter, maar ik
begrijp dat hij meer precies gezegd zou hebben: "je
recommencerais avec la culture". Weet u, Monnet heeft heel
zijn leven spijt gehad dat hij geen 'éducation supérieure'
heeft mogen genieten. Zijn vader haalde hem toen hij achttien
werd van school, omdat hij moest werken in het familiebedrijf.
In de cognacexport, inderdaad.
Monnet hechtte daarom altijd een bijzondere waarde aan de kansen op
doorstuderen. Hem was die onthouden en dat had hij werkelijk
gemist. Vandaar die verzuchting laat in zijn leven. Het bewijst nog
eens dat 'l'éducation est le passeport à la dignité et
autonomie humaine."

(Jacques Delors en Pieter Gerrit Kroeger)