• A
  • A
  • Jacques Delors: ‘Was ik maar minister van onderwijs geweest’

    - In de zaal waar Louis XIV in 1678 zijn verlies nam, sprak ScienceGuide Jacques Delors, de eerste laureaat van de Vrede van Nijmegen penning. De ‘sterke man’ in Brussel, zonder wie noch de euro, noch de Duitse eenwording, noch het Erasmus-programma met succes waren bekroond, bekent zijn liefde voor het onderwijsbeleid.

    Delors is nog even scherp en alert als hij was in zijn decennium als leidende Europeaan. En hoezeer hij die leidende staatsman was, blijkt wel uit deze even pikante als vermakelijke omschrijving die hem werd voorgehouden in Nijmegen in de laudatio door Maxime Verhagen.

    "What can I say to the man whom Helmut Kohl referred to as 'the Soul of Europe'? What can I say to the man who described himself as an 'orphan of French politics' but who, as the President of the European Commission, was just as well-known around the world as François Mitterrand? What can I say to the man who Margaret Thatcher said was 'one of the cleverest people in European politics'? And you know that coming from her, we can definitely take that as a compliment."

    Voordat hij zo in het zonnetje werd gezet, ging hij met ScienceGuide de diepte in over het kennisbeleid van de Unie en de 'agora' van de Europese politiek. 'L'union fait la force!'

    Een wet op LevenLangLeren

    U heeft als president van de Europese Commissie ongeveer alles meegemaakt. Scherpe conflicten over Europese samenwerking -met bijvoorbeeld premier Margaret Thatcher- waren aan de orde van de dag. Dat in tijden van de instorting van de Sovjet-Unie, de val van de Berlijnse muur en de hereniging van Duitsland, de fundamentele stap op weg naar de Eurozone, crises in het Midden-Oosten en de eerste Golfoorlog. Dwars daar doorheen heeft u zich voortdurend sterk gemaakt voor een hoog profiel van het onderwijs- en kennisbeleid in de Europese Unie. Wat was hiervoor uw drijfveer?

    "Het onderwijs heb ik altijd van fundamenteel belang gevonden. Door onderwijs leren mensen over zichzelf, leren zij zich ontwikkelen in de wereld om hen heen. En niet in het minst met het oog op hun positie op de arbeidsmarkt. Ik heb mij juist ook als Frans minister van Economische Zaken en Financiën altijd met het onderwijs beziggehouden. Daar moest veel aan gebeuren, want de ongelijkheid van kansen op ontwikkeling is een wezenlijke oorzaak voor de ongelijkheid onder burgers als zij volwassenen zijn, zowel wat betreft hun werk als wat betreft hun culturele ontplooiing.

    Eén van de eerste wetten die ik heb kunnen doorvoeren in Frankrijk was die van het recht op de financiering van levenlangleren-activiteiten zoals omscholing en bijscholing, gedurende het werkzaam leven van volwassenen. Dit was een onderwerp dat mij zeer aan het hart ging. Weet u, ik denk vaak: 'Was ik maar minister van onderwijs geweest!' Dat had ik echt graag gedaan ooit."

    De voorbije 20 jaar heeft Europa op het gebied van kennisbeleid en hoger onderwijs een grote vlucht gemaakt. Er is een European Research Area en een 'hoger onderwijs ruimte', dankzij het zogeheten Bologna proces. Bent u over die ontwikkeling tevreden, of wilt u meer?

    "Ik ben allereerst heel blij met wat de universiteiten zelf hebben ondernomen. Men heeft in onderlinge samenwerking een veel meer afgestemd hoger onderwijsstelsel tot stand gebracht met drie heldere cycli. Daar doen inmiddels veel landen aan mee. Ongetwijfeld is er op allerlei punten nog allerlei discussie, maar ik onderstreep dat ik er heel erg voor ben dat we in Europa ons hoger onderwijs goed structureren en afstemmen. Ik vind dat een goede zaak. 'Je suis pour!'

    We hebben trouwens in 2007 nog de twintigste verjaardag van het Erasmus-programma gevierd. Ik heb dit destijds met kracht doorgezet en gebruikte daarvoor het initiatiefrecht van de commissie bij de wetgeving in Europa. Dit programma is een groot succes geworden, want met de massificatie van het hoger onderwijs is het nu voor miljoenen jongeren mogelijk en ook meer vanzelfsprekend geworden om bij universiteiten en hogescholen in andere landen te studeren. Deze ontwikkeling naar massale deelname juich ik daarom eens te meer toe."

    Nu echt doorzetten bij R&D

    Een vergelijkbare ontwikkeling is nu merkbaar op het terrein van het R&D-beleid. De Europese Research Council is bijvoorbeeld in werking. Is dat de volgende stap die wij als Europese kennissector moeten zetten? 

    "Dat de ERC nu een feit is, dat is prima. Want een onafhankelijke visie op het Europees beleid op dit terrein is van belang. Maar dan moet het wel concreet in de praktijk gaan werken. Ik vind dat men dit nu echt moet doorzetten. Dat is nodig omdat wij zo het onderzoek op Europees niveau rond de grote vragen van de wetenschap en samenleving veel beter kunnen faciliteren en zo 'pôles d'excellence' te creëren.

    Dat betreft de inhoudelijke, wetenschappelijke kant maar ook vragen van de ethiek en de verantwoorde toepassing van kennis en technologie. Op die terreinen is veel meer uitwisseling en wederzijdse inspiratie nodig tussen Europese wetenschappers.

    Hier speelt bovendien het vraagstuk van de efficiency. Dit soort lange termijn gerichte investeringen kan Europees veel meer opleveren. Je kunt beter samen Europees €10,- steken in een wetenschappelijk vraagstuk, dan dat elk land €1,- vrijmaakt. 'L'Europe peut multiplier les investissements beaucoup  plus efficaces'. Het EIT van president Barroso is wat dat betreft inderdaad een goed voorbeeld. De echte lange termijn projecten zullen we zo moeten aanpakken. €1,- geïnvesteerd via Europa is bij dit soort vraagstukken vaak doeltreffender in te zetten dan €2,- nationaal."

    Grote thema's als klimaat, duurzaamheid en energie vergen natuurlijk grote programma's en investeringen, die we nationaal feitelijk niet meer kunnen opzetten en financieren.

    "Neem nu energie. Je ziet dat ieder land op zich gesprekken wil voeren met Medvedev en met Poetin. Wat ontbreekt is een 'energiegemeenschap' in Europa. Je moet zien te komen tot een samenhangend beleid, want 'nous sommes les démandeurs!'

    Tegelijkertijd zouden wij als Europa veel kunnen inbrengen in het wereldwijde energiebeleid vanwege de kennis die bij ons aanwezig is op het gebied van CO2-reductie en opslag, klimaatvraagstukken en efficiënt  energieverbruik. Je staat veel sterker als je zo met Poetin praat. 'L'union fait la force'."

    Vrede van Nijmegen

    (De Vrede van Nijmegen penning uit 1679 waarop Frankrijk en de Republiek elkaar symbolisch weer de hand reiken)

    Classificatie 'très important'

    Voor dit soort kennissamenwerking moeten de universiteiten en hogescholen niet alleen Europees samenwerken rond het stelsel, maar ook hun sterke punten en profiel onderling vergelijken en daarop gaan samenwerken. Het U-Map project zet de eerste stappen in de richting van zulke classificatie. Wat vindt u daarvan?

    "Ik vind het zeer terecht dat ze dat doen. Zij moeten elkaar inhoudelijk opzoeken en op hun verwante kennisambities en thema's en hun wetenschappelijke oriëntaties over de grenzen heen de meest belovende partners leren vinden. Het is 'très important' om universiteiten en hogescholen op hetzelfde kwaliteitsniveau met elkaar te kunnen vergelijken."

    Toen wij begin 2007 met president Barroso spraken, zei hij dat Europa van een 'bruine' economie naar een 'brains' economie, van koeien naar kennis moest gaan. Deelt u die opvatting?

    "Nou nee. Het landbouwbeleid kun je zeker verbeteren, maar de samenwerking op dit terrein hoort bij ons 'contrat de mariage' als Unie. Je moet dit beleidsterrein niet misprijzen. Het is heel belangrijk om drie redenen. Ten eerste de voedselveiligheid en de gezondheid van de burgers. Ten tweede om de blijvende en wezenlijke rol van de boeren en hun bedrijven in de rurale ontwikkeling en het natuurbehoud. En ten derde is de export van landbouwproducten voor Europa van vitaal economisch belang.

    Ik vind overigens wel dat de investeringen in R&D in Europa omhoog moeten. Maar het is niet verstandig dat ten koste te doen gaan van de landbouwsector. Dat moet door extra middelen en dat kan ook best. Europese investeringen vergen nu zo'n 1% van het BBP van de Unie en dan zou er geen ruimte zijn voor extra investeringen in kennis? 'Ridicule!'

    Malcontent over borstklopperij

    U heeft als Commissiepresident een zwaar accent in uw beleid gezet op het laten ontstaan en opbloeien van een Europees burgerschap. Bent u nu, vijftien jaar later, tevreden met het hier bereikte?

    "Non. Je ne suis pas content.' Ik heb overal in Europa dat betoog gehouden voor het 'Europa van de burger.' Wat echter niet lukte is de omgeving waarin het politiek discours in Europa wordt gehouden te verplaatsen van een strikt nationale naar een Europese 'agora', zoals de Oude Grieken gezegd zouden hebben. De nationale politiek wilde dat gewoon niet.

    Kijkt u maar hoe het gaat na afloop van iedere Europese top: elke regeringsleider verschijnt voor de nationale pers en klopt zich op de borst: 'J'ai gagné!' En zo denken we dan een Europese familie te kunnen worden? Wat is dat voor familie, waarin de ene broer voor alles, alleen maar wil winnen van de andere? De burger begrijpt hier natuurlijk niets van, 'ceci est une pédagogie mauvaise'."

    Nu we het toch over pedagogiek hebben…..Jean Monnet zou ooit in een terugblik op zijn uitzonderlijke werk bij het 'bedenken' van de Europese samenwerking gezegd hebben: 'Maar als ik Europa opnieuw zou mogen bouwen, zou ik beginnen met het onderwijs.'

    "Monnet zei inderdaad zoiets tegen zijn dochter, maar ik begrijp dat hij meer precies gezegd zou hebben: "je recommencerais avec la culture". Weet u, Monnet heeft heel zijn leven spijt gehad dat hij geen 'éducation supérieure' heeft mogen genieten. Zijn vader haalde hem toen hij achttien werd van school, omdat hij moest werken in het familiebedrijf. In de cognacexport, inderdaad.

    Monnet hechtte daarom altijd een bijzondere waarde aan de kansen op doorstuderen. Hem was die onthouden en dat had hij werkelijk gemist. Vandaar die verzuchting laat in zijn leven. Het bewijst nog eens dat 'l'éducation est le passeport à la dignité et autonomie humaine."

    Delors en PG

    (Jacques Delors en Pieter Gerrit Kroeger)