• A
  • A
  • Maatschappelijke impact onderzoek nu meetbaar

    - Prof. Theo Mulder kan er nog altijd smakelijk om lachen. “Die onzin die vroeger opgeschreven werd om de maatschappelijke impact van onderzoek aan te tonen. We keken elkaar wel eens zuchtend aan: hoe krijgen we die 5 pagina’s vol? Met Eric is dat nu voorbij.”

    Bij de meting van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek in Nederland vormen citatiescores nog altijd de belangrijkste graadmeter. Er zijn wetenschappen waar dat niet goed werkt, zoals constructiewetenschappen. In de architectuur is het eindproduct van vernieuwend onderzoek een gebouw, niet een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift.

    Is waarde meetbaar?

    Ook wordt in toenemende mate naar de maatschappelijke relevantie van wetenschappelijk onderzoek gevraagd. Er was daarom genoeg aanleiding om de evaluatiemethoden van wetenschappelijk onderzoek onder de loep te nemen. Want, "wie niet meet wat waardevol is, waardeert wat gemeten wordt", aldus VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda.

    8 maart presenteerde het Rathenau-Instituut in de Schouwburg van Den Haag een handreiking voor de evaluatie van de maatschappelijke relevantie van wetenschappelijk onderzoek. De handreiking werd positief ontvangen door bestuurders uit wetenschap en hoger onderwijs.

    Het meten van reputaties

    "In het hbo is onderzoek een kakelverse traditie", zo merkte HBO-raad voorzitter Doekle Terpstra op. "De toegevoegde waarde van Eric is dat instellingen zich hieraan kunnen spiegelen, zodat ze niet allemaal zelf het wiel hoeven uitvinden." Voorzitter Jos Engelen (NWO) roemde Eric als aanvulling op het standaard evaluatie protocol (SEP). "Het hiermee uitgebreide SEP gaat ook reputatie meten en dat is erg belangrijk".

    Directeur-generaal Renk Roborgh wees erop dat gegevens over maatschappelijke impact van wetenschappelijk onderzoek op macroniveau wel bekend zijn, maar op meso- en microniveau veelal ontbreken, terwijl die gegevens wel hard nodig zijn. "Het gebrek aan ex ante-­gegevens over de maatschappelijke impact van onderzoek speelt ons bij aanvragen nog wel eens parten."

    Volgens Sijbolt Noorda is deze evaluatiemethode niet alleen nuttig voor verantwoording, maar ook voor het zelfbeeld van wetenschappers. "Een brede manier van laten zien wat je wetenschappelijk waard doet je ook inzien dat je werk meer waard is dan wat in een enge definitie wordt gemeten."

    Maatschappelijke impact vooraf formuleren

    Eric staat voor 'evaluating research in context.' Nieuw in Eric is vooral dat onderzoeksgroepen van tevoren gevraagd wordt hun missie en maatschappelijke relevantie te beschrijven en indicatoren voor maatschappelijke relevantie te formuleren die in hun discipline aan de orde zijn en passen bij hun missie.

    Visitatiecommissies kunnen dan achteraf beoordelen in hoeverre voldaan is aan die criteria en of hoe reëel missie en criteria waren. Maatschappelijke impact wordt zo controleerbaar en het creëren ervan een professioneel onderdeel van het wetenschappelijke werk.   

    Geen neutrale werkelijkheid

    KNAW-directeur Theo Mulder, zelf gezondheidswetenschapper, wees er bij de presentatie op dat je wel moet oppassen welke maatschappelijke impact je van onderzoekers vraagt. "De titel van mijn oratie was 'De zinloosheid van toegepast onderzoek'. Dat had te maken met zaken waar ik zelf keihard tegenaan gelopen was. U moet weten: resultaten van wetenschappelijk onderzoek landen niet in een neutrale werkelijkheid.

    Ik was ooit te gast bij Hans Wiegel van de zorgverzekeraars. Die gaf me om 11 uur 's ochtends een sigaar - waar krijg je die nog? Vervolgens zei hij tegen mij: Theo, je maakt een grondfout. Jij redeneert vanuit de inhoud. Maar zorgverzekeraars zijn alleen maar geïnteresseerd in kostenbeheersing en daar ga jij niet over."

    Mulder concludeerde daarom dat je onderzoeksgroepen niet verantwoordelijk moet maken voor dingen waarvoor ze geen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Niet iedere maatschappelijke impact is realiseerbaar of wenselijk. Hij miste de benoeming van dergelijke vraagstukken in de handreiking van Eric.


    De impact van detachering

    Decaan Ton Backx van de faculteit Electrical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven vertelde dat het denken over maatschappelijke impact op zijn faculteit tot een andere werkwijze had geleid. "Voorheen probeerden we maatschappelijke impact te bereiken door toelichtingen te geven bij wetenschappelijke artikelen of proefschriften. We merken dat dat nog maar heel weinig impact heeft.

    De afgelopen jaren heeft de faculteit daarom een wetenschapper bij een hightech bedrijf in de Eindhovense regio gestationeerd voor een deel van zijn werktijd. Die samenwerking heeft inmiddels geleid tot de productie van nieuwe machines die over 2 à 3 jaar op de markt worden gebracht. "Het functiegebouw van de universiteit laat dit nauwelijks toe, want normaal gesproken krijgt een medewerker nauwelijks credit voor dit soort werkzaamheden als je dat niet goed regelt. Maar het is wel heel nodig dat het gebeurt."

    Bureaucratisch?

    In het buitenland wordt Eric nog niet overal positief ontvangen. In een onderzoek van denktank RAND Europe voor de Higher Education Funding Council for England wordt Eric als 'te bureaucratisch' weggezet. Rand stelt dat de Australische methode RQF (Research Quality and Accessibility Framework) de beste basis biedt voor het ontwikkelen van een impactmeting die aan de HEFCE-criteria voldoet.

    Maar onderzoeksleider Peter van den Besselaar (Rathenau) zei na afloop van de presentatie tegen ScienceGuide dat het bewuste onderzoek van Rand is gebaseerd op een voorganger van Eric, namelijk sci_Quest, zoals onder meer op de Hogeschool Utrecht gebruikt. "Die methode was inderdaad bewerkelijk. De nieuwe versie van Eric bewust veel dunner gemaakt, waardoor hun kritiek niet meer opgaat."