• A
  • A
  • Universitaire kunst?

    - Moet de kunst naar de universiteit? Deze doos van Pandora opende Ronald Plasterk onverhoeds tijdens het ‘borreldebat’ van de LSVb. Volgens hem "voelt het kunstvakonderwijs “wo-achtig aan”. Maar klopt dat wel? En gaat hij wel over zo’n ingrijpende stelselwijziging?

    De oud-minister wijst er op dat kunstacademies en conservatoria in veel andere landen onderdeel vormen van kunstfaculteiten bij universiteiten. Dat is waar, maar dat hangt ook sterk samen met het gegeven dat in veel landen het hbo als een eigenstandige professionele HO-stroom niet of nauwelijks bestaat. In ons land hebben deze instellingen tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw zelfstandig voortbestaan, los van de universiteiten.

    In die jaren zijn zij opgenomen in het hbo, aangezien zij opleidingen aanbieden voor zeer specifieke en selectieve beroepsprofielen, inclusief een aanzienlijke stroom van lerarenopleidingen voor primair en voortgezet onderwijs, als ook de buitenschoolse kunsteducatie. Dat zijn typen opleidingen die in het wo in ons land niet of nauwelijks voorkomen, ook omdat daar selectie aan de poort geen usance is. "Het streven naar excellentie is inherent aan de cultuur binnen de sector. Het is dan ook geen toeval dat Nederland juist met kunstvakopleidingen als bijvoorbeeld architectuur, mode, design en conservatoria tot de wereldtop behoort," schrijft de HBO-raad daarover.

    Nog pikanter is, dat de toekomst van het kunstonderwijs momenteel indringend onderzocht wordt door de Commissie Dijkgraaf, voorgezeten door de Rietveld Academie alumnus en KNAW-President Robbert Dijkgraaf. Minister Plasterk had de HBO-raad gevraagd een sectorplan  te maken voor de toekomst van deze opleidingen.

    De hogescholenkoepel heeft daarop Dijkgraaf en een groep experts uit kunst en onderwijs en creatieve industrie gevraagd een advies op te stellen dat als basis voor zo'n plan zou kunnen dienen. De Commissie Dijkgraaf zal "daarom ingaan op de vraag hoe kunstopleidingen optimaal kunnen aansluiten op de arbeidsmarkt van de toekomst, op artistieke ontwikkelingen en op internationale ontwikkelingen in het hoger onderwijs. Deze oriëntatie op het sleutelgebied 'creative industries', zoals ook het Innovatieplatform dit al heeft aangewezen, kan de noodzakelijke bijdrage van het kunstonderwijs aan de innovatiekracht van Nederland vergroten."

    De opmerking van Plasterk is in dat denkproces dan ook een onverwachte en opmerkelijke bijdrage. Of zij 'dijsselbloemproof' is, is daarbij nog een separaat punt van overweging.