Tot nu toe hebben in hoge mate de colleges van bestuur van de
hogescholen bepaald wat voor lectoraten er in Nederland kwamen.
Daarbij werden verschillende en soms tegenstrijdige redeneringen
gevolgd. Sommige hogescholen keken sterk naar de behoefte van het
mkb of andere economische partners in hun regio. Andere hogescholen
zochten sterk aansluiting bij de vakken die de hogeschool aanbiedt
of de internationale ambities van hun instelling ten aanzien van
praktijkonderzoek en relatienetwerken daarbij.
NAVO-generaals strikken
Bestuurder Klaas-Wybo van der Hoek van Stenden vertelde
ScienceGuide bij de recrutering van lectoren mensgericht te werk te
gaan: "Eerst zochten we mensen bij vacatures. Dat bleek soms erg
lastig. Daarom hebben we de volgorde omgekeerd: komen we een
interessante persoonlijkheid tegen, dan creëren we een lectoraat
voor hem of haar." Zo werd naar verluidt onder meer NAVO-generaal
Ton Strik binnengehaald voor een lectoraat Humanitarian Aid
Assistance.
Maar met zulke idiosyncratische redeneringen van
hogeschoolbesturen zit het hbo nu wel in een situatie van 'Laat
duizend bloemen bloeien, laat honderd scholen wedijveren.' Die
campagne van Mao liep niet goed af en leidde tot repressie van de
meningsvrijheid. Collegelid Hein Dijkstra van de Christelijke
Hogeschool Windesheim vindt het langzamerhand tijd voor meer
coherentie. "Veerman zegt dat we ons als hogescholen moeten
profileren. Voor wat betreft de lectoraten zouden we dat bij
uitstek kunnen doen. Waarom maken we als hogescholen in het
noordoosten van het land geen afspraken over wie wat doet?"
Eenzijdigheden
Op die manier kan een einde gemaakt worden aan 'navelstaarderij',
waarin benoemingen slechts gebaseerd lijken op de behoefte van de
hogeschool zelf. In het landelijke aanbod is er daardoor geen
gebrek aan pedagogisch georienteerde en MKB-achtige lectoraten,
maar andere vakgebieden worden inhoudelijk en regionaal gezien veel
minder goed bediend. Met een goede afstemming zou dus verbreding en
verdieping van het aanbod bereikt kunnen worden.
Dijkstra ziet dan wel de noodzaak tot flexibilisering: het moet
mogelijk worden docenten of jonge onderzoekers van de ene
hogeschool in te zetten bij de kenniskring van een andere
hogeschool. Hem lijkt dat juist aantrekkelijk. "Wat is er mooier
dan dat docenten van Hanze en Stenden meedraaien in onze
kenniskringen en omgekeerd?"
Windesheim volgt die redenering nu al voor wat betreft de
lerarenopleidingen. Samen met de educatieve faculteiten van HU,
HvA, INHolland en HAN wordt een viertal lectoraten opgezet die deze
hogescholen in gezamenlijkheid moeten dienen, waarbij ook sprake is
van gezamenlijke onderzoeksprogramma's. Die opzet zou in de
redenering van Dijkstra dus ook naar andere vakgebieden kunnen
worden uitgebreid.