• A
  • A
  • Lectoraten moeten beter gespreid

    - Als het gaat om de benoeming van lectoren, doet iedere hogeschool wat goed is in eigen ogen. Dat gebrek aan coherentie is Hein Dijkstra (bestuurder Windesheim) een doorn in het oog. “We hebben nu geloof ik 15 lectoren onderwijspedagogiek in Nederland. Met steeds een iets andere titel, maar het komt allemaal op hetzelfde neer.”

    Tot nu toe hebben in hoge mate de colleges van bestuur van de hogescholen bepaald wat voor lectoraten er in Nederland kwamen. Daarbij werden verschillende en soms tegenstrijdige redeneringen gevolgd. Sommige hogescholen keken sterk naar de behoefte van het mkb of andere economische partners in hun regio. Andere hogescholen zochten sterk aansluiting bij de vakken die de hogeschool aanbiedt of de internationale ambities van hun instelling ten aanzien van praktijkonderzoek en relatienetwerken daarbij.

    NAVO-generaals strikken

    Bestuurder Klaas-Wybo van der Hoek van Stenden vertelde ScienceGuide bij de recrutering van lectoren mensgericht te werk te gaan: "Eerst zochten we mensen bij vacatures. Dat bleek soms erg lastig. Daarom hebben we de volgorde omgekeerd: komen we een interessante persoonlijkheid tegen, dan creëren we een lectoraat voor hem of haar." Zo werd naar verluidt onder meer NAVO-generaal Ton Strik binnengehaald voor een lectoraat Humanitarian Aid Assistance.

    Maar met zulke idiosyncratische redeneringen van hogeschoolbesturen zit het hbo nu wel in een situatie van 'Laat duizend bloemen bloeien, laat honderd scholen wedijveren.' Die campagne van Mao liep niet goed af en leidde tot repressie van de meningsvrijheid. Collegelid Hein Dijkstra van de Christelijke Hogeschool Windesheim vindt het langzamerhand tijd voor meer coherentie. "Veerman zegt dat we ons als hogescholen moeten profileren. Voor wat betreft de lectoraten zouden we dat bij uitstek kunnen doen. Waarom maken we als hogescholen in het noordoosten van het land geen afspraken over wie wat doet?"

    Eenzijdigheden

    Op die manier kan een einde gemaakt worden aan 'navelstaarderij', waarin benoemingen slechts gebaseerd lijken op de behoefte van de hogeschool zelf. In het landelijke aanbod is er daardoor geen gebrek aan pedagogisch georienteerde en MKB-achtige lectoraten, maar andere vakgebieden worden inhoudelijk en regionaal gezien veel minder goed bediend. Met een goede afstemming zou dus verbreding en verdieping van het aanbod bereikt kunnen worden.

    Dijkstra ziet dan wel de noodzaak tot flexibilisering: het moet mogelijk worden docenten of jonge onderzoekers van de ene hogeschool in te zetten bij de kenniskring van een andere hogeschool. Hem lijkt dat juist aantrekkelijk. "Wat is er mooier dan dat docenten van Hanze en Stenden meedraaien in onze kenniskringen en omgekeerd?"

    Windesheim volgt die redenering nu al voor wat betreft de lerarenopleidingen. Samen met de educatieve faculteiten van HU, HvA, INHolland en HAN wordt een viertal lectoraten opgezet die deze hogescholen in gezamenlijkheid moeten dienen, waarbij ook sprake is van gezamenlijke onderzoeksprogramma's. Die opzet zou in de redenering van Dijkstra dus ook naar andere vakgebieden kunnen worden uitgebreid.