Van Bijsterveldt wil de naam universiteit reserveren voor
instellingen die erkend zijn op grond van de Nederlandse wet, zo
maakte OCW gisteren bekend. Titels en graden mogen dan alleen
worden afgegeven door opleidingen die zijn geaccrediteerd door de
NVAO. Op het moment staat een instelling nog vrij om de naam
universiteit, hogeschool of university (of applied science) te
voeren en ook bachelor- en mastergraden en titels te vergeven.
Consumentenmisleiding
De onduidelijkheid en consumentenmisleiding die hierdoor kan
ontstaan, kwam vorig jaar aan het licht toen de Via Vinci
University beweerde geaccrediteerde masters aan te bieden,
doctorstitels te verlenen en een universiteit te zijn. Hoewel
de WHW de mogelijkheid biedt om aanwijzing als universiteit of
hogeschool bij de minister van OCW aan te vragen, had de Via Vinci
dat niet gedaan. Ook de opleidingen die de 'university' op haar
site aanbood, waren niet door de NVAO geaccrediteerd. Minister Plasterk dreigde destijds naar de rechter te
stappen als Via Vinci de onjuiste informatie niet zou
verwijderen.
Naar aanleiding van een motie van Jan Jacob van Dijk (CDA) werd
vervolgens een onderzoek ingesteld naar een mogelijke wettelijke
bescherming van instellingsnamen en titels. Inmiddels is het
onderzoek voltooid en is geconcludeerd dat een verbod op het dragen
van de naam universiteit door een instelling die deze naam niet
verdient, goed mogelijk is. In diverse gebieden die zijn bestudeerd
(Vlaanderen, Baden-Württemberg, Noordrijn-Westfalen, Oostenrijk,
Verenigd Koninkrijk en Australië) gebeurt dit al.
Strafrechtelijke verbodsbepaling
Het rapport 'De universiteit': Onderzoek naar de bescherming
van instellingsbenamingen, graden en titels stelt dat
'erkenning en bescherming van een instelling als "universiteit",
naast de eis van accreditatie van haar activiteiten, kan gelden als
een extra waarborg dat het met de maatschappelijke betrouwbaarheid
van die instelling goed zit. Als uitgangspunt zou kunnen gelden dat
aan de wettelijk genoemde instellingen automatisch bescherming
toekomt. Bij nieuwe toetreders zou het aanbod, hun organisatie en
personele samenstelling kunnen worden getoetst op maatstaven van
kwaliteit, continuïteit en consistentie waarna - bij het met goed
gevolg hebben doorstaan van die toets - ook aan hen bescherming zou
kunnen toekomen, conform de bestaande aanwijzingsprocedure.'
'De bescherming van een instelling als 'universiteit' zou
uiteindelijk door middel van een strafrechtelijke verbodsbepaling
gestalte dienen te krijgen: het verbod om zonder verkregen
erkenning, accreditatie of toestemming van de zijde van de overheid
de naam "universiteit" te voeren.'