Het College van Bestuur schrijft
aan Veerman de volgende redenering, om de analyse van zijn
commissie over de teokomst van de OU van repliek te dienen:
Wij hebben uw advies met belangstelling gelezen en
onderschrijven ten volle uw drie aanbevelingen specifiek voor de
hoger onderwijsinstellingen, namelijk: Kies een profiel,
Geef onderwijs als kerntaak meer aandacht, en
Investeer in kwalificaties van personeel. Het is namelijk
ook deze trits die bij de ontwikkeling van de Open Universiteit
vanaf haar start in 1984 tot aan de dag van vandaag als drager van
de instelling heeft gewerkt. Dat werd ook vorig jaar
gememoreerd in de lustrumdiesrede 'Leven-lang-leren 25 jaar
(in) het hart van de Open Universiteit'.
De Open Universiteit was en is een zeer vitale
instelling, die weliswaar continu veranderingen initieert of
adopteert, maar waar alle ontwikkelingen ook een constante
'onderstroom' kennen. Er zijn vijf profielkenmerken:
1 De onderwijzende universiteit:
van cursusontwikkelaar naar veertiende universiteit in
Nederland.
De OU heeft een zeer divers en modulair aanbod van afzonderlijke
cursussen, korte programma's en volledige universitaire bachelor-
en masteropleidingen (inclusief een 'open' bachelor). Na enige
jaren van voorbereiding breiden we momenteel dit arsenaal uit met
de derde Bologna-cyclus (PhD-trajecten voor 'buiten'promovendi)
maar ook met hbo-bacheloropleidingen (uitgewerkt in een geheel
nieuw concept, de Netwerk Open Hogeschool).
2 Leven-lang-lerenden als doelgroep:
van tweedekansonderwijs naar tweedewegonderwijs.
Dit betreft zowel 'tweedekans'-studenten die hun eerste studie of
het vervolg van een afgebroken studie combineren met werk of
zorgtaken (op - wat we noemen - de 'tweede leerweg' door het hoger
onderwijs) als personen die professioneel willen doorontwikkelen,
omscholen of aanvullende persoonlijke vorming zoeken (in vervolg op
die tweede leerweg, ook wel postinitieel onderwijs genoemd).
3 Open en flexibel leren op afstand als
onderwijsmodel: van content centraal naar student
centraal.
Dit onderwijsmodel werkt dankzij de kwaliteitsleermaterialen
ontwikkeld voor zelfstudie (die we steeds meer beschikbaar maken
als 'open educational resources', d.w.z. voor iedereen vrij
toegankelijk op het internet) en blijft werken vanwege de hierbij
ontworpen en passende leerdiensten voor onze studenten, zowel
face-to-face als online.
4 Multimediale aanpak van onderwijs:
van boeken, audio/video- en pc-applicaties naar digitaal,
online en virtueel.
De afgewogen multimediale aanpak maakt het onderwijs
aantrekkelijker en gevarieerder, en verrijkt het met functies die
niet beschikbaar zijn in schriftelijk materiaal of
contactonderwijs.
5 R&D-focus op
onderwijsinnovatie: van de ontwikkelaar naar de
onderzoeker op het pad van onderwijsvernieuwing.
Nieuwe concepten en instrumenten worden vanuit een
praktijkgedreven insteek geëxploreerd en ontwikkeld. Het
overkoepelende onderzoeksthema voor de instelling is 'Leren in
de kennissamenleving'.
Het profiel van de OU als onderwijs- en
onderzoeksinstelling is specifiek en onderscheidt zich duidelijk
van de profielen van de dertien collega-universiteiten. Deze keuze
is ook succesvol zoals onder meer blijkt uit de visitatierapporten
en de vaste top drie notering van de OU in de Keuzegids
Universiteiten.
Kortom: als er één instelling is die zijn profiel
heel bewust heeft bepaald en uitdraagt, dan is het wel de Open
Universiteit. Vanzelfsprekend toetst de OU dat profiel constant aan
de dynamiek in de samenleving, aan veranderingen in leerbehoeften
en -patronen en aan de technologische mogelijkheden. Het advies van
uw commissie om de positie van de OU in ons bestel aan een meer
principiële herbezinning te onderwerpen, is wat ons betreft dan
eigenlijk ook overbodig.
Anderszins willen we graag, met uw rapport in de
hand, onze opvattingen en wensen over de positie van de OU in het
onderwijsbestel delen met relevante partijen in/voor het hoger
onderwijs. Natuurlijk is het ministerie van OCW wat dit betreft een
belangrijke gesprekspartner.
Wij hebben net zoals u het idee dat in het Nederlandse
onderwijsbestel te weinig gebruik gemaakt wordt van de kwaliteiten
en mogelijkheden van de OU. Bij het verbeteren van de
toegankelijkheid, de kwaliteit en de doelmatigheid van het hoger
onderwijs in Nederland zou de Open Universiteit een grotere rol
moeten en kunnen spelen, zeker waar dit het brede terrein van
leven-lang-leren (LLL) betreft.
Wij constateren dat de commissie onze zorgen over de stand van
zaken rond LLL en het hoger onderwijs deelt. Wij hebben reeds in
2004 hierover in Nederland aan de alarmbel getrokken. Zo hebben we
samen met SURF, Teleac en Kennisnet het Nationaal Initiatief 'Lang
Leve Leren!' gestart, waarin we alle onderwijskoepels en sociale
partners op dit thema verenigden onder voorzitterschap van de
SER-voorzitter. Voortdurend hebben wij ons in de lobby voor LLL
geroerd, bijvoorbeeld in de voorbereiding van de Scholingstop in
februari 2008, het ontwikkelen van een Argumentenkaart LLL, het
meedraaien in de KIA-werkgroep LLL, enzovoort.
Wij zagen en zien immers dat de aantallen
leven-lang-lerenden in het HO al jaren daalt (in zowel
deeltijdonderwijs als afstandsonderwijs) en ook dat de private
aanbieders die daling onvoldoende opvangen. Wij geven u graag
desgewenst inzicht in de bij ons bekende oorzaken van die
daling: in het algemeen bijvoorbeeld het beperken van de
belastingaftrek studiekosten en specifiek bij de OU onder meer het
verminderen van de overheidsbijdrage voor onderwijs (met 25 %) en
het verlies van de zendmachtiging voor radio en televisie.
Graag wil de OU bijdragen aan de ideeënvorming over
hoe het aantal leven-lang-lerenden kan worden vergroot. Voor een
deel kan dat door het instrumentarium van de OU te gebruiken voor
andere dan de huidige doelgroepen. Meest in het oog springend zijn
de hbo-tweedekansers, die in nieuwe samenwerkingsverbanden van OU
en hogescholen kunnen worden bereikt.
Dat is in wezen geen nieuwe positie voor de OU. Hij staat al sinds
1984 in de wet. Maar wel een die in het verleden moeilijk ingevuld
kon worden en die nu met een vernieuwende aanpak (de eerder
genoemde Netwerk Open Hogeschool) wel succesvol kan zijn.
Terecht dat de commissie de OU roemt voor haar rol bij de
vernieuwing van het hoger onderwijs. In dat verband wijzen wij
graag op een ingrijpende ontwikkeling: de introductie van 'open
educational resources' (OER). Voor de toekomstige discussie zouden
wij willen aanbevelen om de impact hiervan voor het publiek/private
bestel niet te onderschatten. De OU heeft in Nederland met OER in
2006 een start gemaakt met het OpenER-project en vervult momenteel
een voortrekkersrol, ook internationaal. Zoals
bekend heeft het ministerie van OCW in 2009 een ambitieus nationaal
OER programma voor alle onderwijssectoren gelanceerd onder de naam
Wikiwijs, dat wordt getrokken door Kennisnet en de OU.
Wij realiseren ons terdege dat het profiel van de OU in het
bestaande binaire systeem een vreemde eend in de bijt lijkt. Maar
dit profiel zorgt ervoor dat de OU juist een sterke speler is bij
de verdere ontwikkeling van initiatieven in het kader van
leven-lang-leren, zoals ook uw commissie constateert. De OU wordt
terecht gezien als een soort nationale infrastructuur voor flexibel
open hoger onderwijs.
Die infrastructuur kan echter ook prima hulp bieden voor problemen
bij de toegankelijkheid van het traditionele ho (open toelating),
wegwerken van deficiënties, opvangen van uitvallers, schakelen
tussen mbo-4 en hbo, tussen hbo en wo, bedienen van
buitenpromovendi, bedienen van speciale doelgroepen zoals mensen
met een functiebeperking, allochtonen (de nieuwe tweedekanser?) of
hoogbegaafden. Bovendien blijft de OU in de unieke positie om
vernieuwingen in onderwijsconcepten en -instrumenten te exploreren,
zowel ondersteund door fundamenteel onderzoek als getoetst aan de
praktijk.
Graag neemt de OU deel aan het verdere debat over uw
ideeën. Daarbij nemen wij uw erkenning van de belangrijke positie
van de OU als vertrekpunt, maar realiseren wij ons tegelijk dat die
positie er altijd een zal blijven van een universiteit in
verbinding met andere instellingen van hoger onderwijs, zoals
verwoord in onze missie.