De discussie met de stampvolle zaal kende een leuk patroon.
Bijna elke vragensteller begon als volgt: "Ik vind uw advies echt
heel goed/inspirerend/positief, maar…" En dan volgde een cruciaal
punt waaruit bleek dat er nog wel het een en ander ontbrak aan het
rapport. Niettemin weersprak niemand nog de opvatting van
VSNU-voorman Sijbolt Noorda, dat het advies-Veerman "de eerste
samenhangende visie is op het hoger onderwijs beleid en de toekomst
daarvan sinds 15 jaar."
Daar konden de ministers Ritzen, Hermans, Van der Hoeven, Plasterk
en de HO-bewindslieden Nijs en Rutte het mee doen. Tussen Deetman
en Van Bijsterveldt is het HO-beleid kortom een woestenij geweest,
een 'tohuwabohu' zoals bijbelwetenschappers als Noorda zouden
zeggen.
Veermans applauslijn over zijn eigen advies is dat alles draait om
kwaliteit en profiel en daar het geld heen moet. 'Wie kan daar
nu tegen zijn?' was in de kern dan ook het antwoord dat hij op elke
vraag gaf. De discussie werd hier inhoudelijk wat monotoon
van, maar Veermans kleurrijke betoogstijl voorkwam dat dit ging
opvallen. Interessante aspecten voor het vervolg van de discussie
kwamen er niettemin genoeg op tafel.
Ten eerste willen de universiteiten
'academischer' worden en daarmee ook kleiner van
omvang. Deze denklijn werd al eerder geponeerd in het VSNU Café,
door de LSVb nota bene.
Die WO-wens is natuurlijk niet bedoeld als een aanbod om te komen
tot besparingen. Integendeel, de profielkeuze moet gekoppeld worden
aan vormen van selectiviteit en een beloning daarvoor in financiële
zin. 'More bang for a buck by less bang for a buck' als
het ware. Noorda onderstreepte zelfs dat het WO zijn
profielkeuzes pas vastlegt na strategische afspraken met de
overheid, om verzekerd te zijn dat zij echt wat opleveren. Dat
staat dus los van het maatschappelijk convenant dat men na
'Veerman' zou willen sluiten met alle betrokkenen.
Ten tweede is in de Veerman-analyses de
rol van het HBO merkwaardig. Het moet groeien door
meer LLL-deelnemers, minder doorstroom naar het WO, de opvang van
de daar voor de profilering niet adequate vwo'ers en dit bovenop de
al verwachte expansie door de mbo- en havo-instroom. Maar beloning
hiervoor komt niet door een krachtige studentgebonden financiering:
ook het HBO moet streven naar meer 'missiebekostiging'. In het VSNU
Café werd het bewustzijn van dit dilemma hoorbaar. Vanuit INHolland
klonk de begrijpelijke vraag hoe de grote 'randstadhogescholen' in
dit pakket hun enorme maatschappelijke taak nog kunnen vervullen
tegen een redelijke bekostiging. Zij dreigen het gelag te betalen
voor het 'klein maar fijn' elders.
Veermans antwoord hierop was: er zijn ook in Amerika
universiteiten die heel goed zijn voor de minder presterende
student, A-instelling zijn voor B-instroom zou toch ook een sterk
profiel kunnen zijn? HU-voorzitter Geri Bonhof keek in het vervolg
van de discussie dan ook wat onthutst naar haar vooruitzicht om
voortaan vooral bekend te staan als leverancier -met het mbo- van
AD's en als afvalbak voor een meer academisch krimpende UU.
Profilering is voor het HBO attractief bij de niche-hogescholen
van NHTV tot ArtEZ. Deze presteren in dat opzicht dan ook al lang
veel overtuigender dan welke universiteit ook, op die te Kampen na.
Maar voor de grote, regionale instellingen kon Veermans
profielsuggestie van 'A-merk voor B-publiek' zowel een (onbedoeld)
affront als een inhoudelijke 'Sackgasse' blijken te zijn.
Ten derde werd in het VSNU Café de meest
opvallende inconsistentie in het advies niet
opgehelderd. Veerman ontkende expressis verbis dat de OU - enige
algemene universiteit met een glashelder profiel toch - slachtoffer
zou zijn van de analyse van zijn commissie. Vervolgens herhaalde
hij doodleuk, dat de positie van de OU principieel heroverwogen
moet worden. Dat hij dit niet zag "als zijn taak dat
nu te doen", zei natuurlijk weinig. Want dat was hem en zijn
commissie ook door niemand gevraagd te doen.
Ten vierde blijkt de veel geprezen
financiële claim van de commissie niet zo
verrassend, maar is de vraag in crisis- en verkiezingstijd wel
relevant of zij sterk onderbouwd mag heten. Andere sectoren hebben
immers ook relevante pleidooien om ontzien te worden of extra's te
verlangen; de zorg voor de sterk vergrijzende bevolking, de
bescherming tegen terreur en crimineel gedrag, het ecologisch
behoud van de aarde, de bestrijding van files, de Olympiade 2028 en
WK 2018 en andere miljardenprojecten.
Veerman maakte ook in het VSNU Café een punt van de analyse dat
HO-investeringen "zich op termijn ruim terugbetalen." De studie van
Andreas Schleicher van de OECD biedt daar volgens de commissie mooi materiaal voor. Die wijst echter vooral op
de waarde van zwaar, 'Fins' investeren in verhoging van de
PISA-scores, dus voor de 12-15-jarigen. Een voortreffelijke
gedachte, maar het geld zou dan naar PO, VO en MBO moeten
gaan. Dat is ook wat Job Cohen primair meldde te zullen doen met de
opbrengst van het 'sociaal leenstelsel' bij HO-studenten. Hier
zal het HO niet rijk van worden, dus.
De commissie meldt bovendien dat haar voorstellen "leiden tot
extra opbrengsten": matching en selectievormen leveren immers
minder rendementsverlies op; brede bachelors zijn goedkoper;
zwaartepuntvorming door profilering levert efficiency en zicht op
meer EU-geld voor R&D; alumnigeld leidt "tot een giftcultuur
die Nederland nu node mist."
Dit zal elke kabinetsinformateur met veel belangstelling lezen en
anders de minister van Financiën wel van elk denkbaar aanstaand
kabinet. Deze zal het HO hartelijk uitnodigen de bepleite
investeringen allereerst zelf te verdienen door die extra
Veerman-opbrengsten te genereren. En zal zelf zo'n 25 à 33 %
er van afromen om de staatschuld te helpen reduceren.
Solidariteit bij de nood van het land zal hij immers ook van het HO
vragen.
Ten vijfde maakte Sijbolt Noorda in het VSNU Café
bekend, dat de koepels nog voor de verkiezingen een soort
manifest voor het maatschappelijk convenant zullen
uitbrengen. Eén tip komt daar vast niet in: de anekdote van Cees
Veerman over zijn benoeming tot collegevoorzitter te Wageningen.
"De secretaris generaal van LNV zei tegen me: 'We brengen meteen
een bezuiniging aan van 10 miljoen. Dat helpt altijd. Je kunt dan
bij je aantreden meteen een paar dingen doorzetten die anders niet
mogelijk lijken.' En dat gebeurde toen ook zo."
Alle reden dus om na het VSNU Café de 'reflexiviteit' in het
uitdiepen van het advies-Veerman te versterken. Zoals Roel in't Veld,
auteur van die vorige samenhangende visie op het HO, de
HOAK-nota, zei: "Voordat iedereen toesnelt naar conclusies, is
het belangrijk dat de kennis van het rapport verrijkt wordt door de
wijsheid van gemeenschappen, zodat het beste eruit gehaald wordt.
Het zou onverstandig zijn meteen te zeggen: 'Dit rapport voeren we
uit'."