In zijn jaarrede gaf de president van de Akademie zijn visie op
'het klimaat voor de wetenschap' middenin de discussie over de
wetenschap rond het klimaat. "Kort samengevat is het een typisch
Hollands weerbericht: een gure wind, hier en daar een bui, maar met
een kans op opklaringen later op de dag."
Hij schetste hoe de wetenschap, het onderwijs en het 'grote
publiek' elkaar niet eenvoudig meer weten te vinden en dat dit ook
niet simpeler wordt naar mate hightech en andere kennisintensiteit
toenemen. "Het wordt steeds moeilijker deze complexe wereld te
leren kennen. Het onderwijs op school en universiteit houdt geen
gelijke tred met de groei van onze kennis. Gedeeltelijk ligt dat
besloten in de aard van onderzoek, dat per definitie steeds dieper
graaft, zodoende verder van de alledaagse wereld af raakt, en
steeds onzichtbaarder en ongenaakbaarder wordt. Het pad van het
allernieuwste onderzoek naar het grote publiek is lang en zit vol
haarspeldbochten. Men raakt eenvoudig de weg kwijt of snijdt voor
het gemak stiekem een stukje af.
Tegelijkertijd wordt de wetenschap steeds relevanter. Dankzij
innovatie en miniaturisatie zit kennis letterlijk in onze
bloedsomloop of onze binnenzak. De grens tussen wetenschap en
samenleving verandert van een heldere rechte lijn in een zich
eindeloos vertakkende fraktaal. Wetenschap raakt tegelijkertijd
oneindig ver weg en oneindig dichtbij, zoals de titel van de Wim
Wenders-film, In weiter Ferne, so nah!
Dilemma's en tegenwind
Deze toenemende verwevenheid roept nieuwe dilemma's op. De
wetenschap raakt meer blootgesteld aan de krachten van de markt,
waar iedereen bij zijn eigen kraampje om het hardst staat te
roepen. De algemene gaswet van het publieke debat zegt dat je
volume, en daarmee je impact, afhankelijk is van de opgebouwde
druk. En er wordt stevig teruggeduwd. Niet iedereen verwelkomt
kennis met open armen. Dat is een les van alle tijden, van het
proces tegen Galilei tot de jarenlange bittere gevechten tegen de
tabaksindustrie en milieuvervuiling. Een les te kostbaar om te
vergeten.
Op zich is tegenwind geen onbekend verschijnsel binnen het
onderzoek. Wetenschap werkt met het meest weerbarstige
basismateriaal: de feiten, de waarheid. Ik heb nog wel een
suggestie voor een bumpersticker: Wetenschappers vragen om
problemen."
"Kennis lijkt voorop te lopen in de wedloop van verkiezingen via
kabinetsformatie naar regeerakkoord. Politieke partijen hebben
onderwijs, onderzoek en innovatie hoog in het vaandel en worden
daarin gesteund door een brede coalitie van maatschappelijke
groeperingen, inclusief vakbeweging en werkgevers. Kennis kan bij
uitstek het verbindend element van een nieuw kabinet worden- het is
een van de weinige onderwerpen die zowel van links als van rechts
aantrekkelijk ogen, of je er nu ontplooiing van talent of nieuwe
banen in ziet.
Terug naar de top
Niet dat het gemakkelijk is de top-5 ambitie te verwezenlijken.
Een toppositie in onderzoek en onderwijs leek lange tijd een
Nederlands geboorterecht, maar vanaf het eind van de jaren tachtig
is ons land in een vrije val op de wereldranglijsten geraakt. Deze
terugval heeft plaatsgevonden in economisch hoogtij en laagtij,
onder centrumlinkse, centrumrechtse en paarse coalities. De vele
stimuleringsmaatregelen die in die jaren zijn genomen waren
hoogstens genoeg om het bloeden te stoppen, om de nul vast te
houden, de nul van nul-komma-nul procent groei.
Welke maatregelen moet een nieuw kabinet nemen? Naast
uitbreiding van investeringen is het ook nodig de beschikbare
middelen efficiënter te besteden en beter te coördineren. De
overheid heeft maar een beperkt zicht op haar totale
kennisinspanningen. Het stroomdiagram van subsidies is het
spreekwoordelijke bord spaghetti. Niet alleen moeten onderwijs,
onderzoek en innovatie meer in samenhang worden bezien, er is een
bredere regie nodig. Immers, geen departement meer dat niet over
kennis gaat, of het nu landbouw, gezondheid, water, veiligheid, of
ontwikkelingssamenwerking betreft."
Kennis en Innovatieraad
Een nieuw kabinet moet dan heel goed nadenken en beslissen hoe
men dit gaat doen, want Dijkgraaf wijst er op dat "er niet zo veel
knoppen en handels in de cockpit van het regeringstoestel zitten
waar een nieuw kabinet aan kan draaien, maar het percentage van de
aardgasbaten dat in de kennisinfrastructuur gaat, is er één van.
Misschien moet er wel een eigen fonds voor komen. Hoe moeten we dit
geheel aansturen? De overheid mag de regie voeren over processen,
maar niet over uitkomsten. Het idee van een Kennis en
Innovatieraad, een variant van het Innovatieplatform met budget
naar Aziatisch model dat nu in Den Haag rondzingt, kan een uitkomst
zijn."
U leest hier hoe dat rondzingt, bijvoorbeeld in het
interview van Innovatieplatform-voorzitter Balkenende met
ScienceGuide. "Dit idee komt nu niet voor niets. Er zijn
leden van het IP, mensen uit de wetenschap, die met deze gedachte
zijn gekomen. Zij zien hoe we met goede ideeën veel sneller tot
concrete investeringen en impact kunnen komen. En wat mij hierbij
sterk inspireerde was wat wij elders in de wereld tegenkwamen aan
goede aanpakken."