Niet alleen de USA, maar ook de Britse overheid ondersteunt de
ontwikkeling van Open Course Ware (OCW) al enige jaren met forse
subsidies. Gevolg daarvan is dat de Open Universiteit UK nu een van
de wereldleiders is op dit terrein: miljoenen mensen uit binnen- en
buitenland maken gebruik van hun digitale onderwijsmateriaal.
Amerika en het Verenigd Koninkrijk bevestigen hun koploperspositie.
Nederland ook?
OCW is het wereldwijd digitaal en gratis beschikbaar stellen van
onderwijsmateriaal in de vorm van complete cursussen. Meestal gaat
het om materiaal voor hoger onderwijs, zoals een eerstejaarsvak
economie, een mastervak nanoscience, Engels voor internationale
studenten of wiskunde voor VWO-studenten die naar de universiteit
gaan. Studenten maken er gebruik van en het inspireert docenten
voor hun colleges en cursusmateriaal. OCW ondersteunt
het reguliere onderwijs kan van alles bevatten: digitale
hoorcolleges, proeftentamens, labexperimenten en visueel materiaal
als filmpjes, grafieken en readers.
MIT, een van de Amerikaanse topuniversiteiten, begon bijna 10
jaar geleden met OCW. De TU Delft volgde als een van de eerste in
Europa, samen met de Open Universiteit. Tegenwoordig zijn
er zo'n 200 universiteiten die OCW-materiaal publiceren: tientallen
in de VS, Japan, China, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
Weinig overheden hebben tot dusver interesse getoond voor
OCW. Dat is jammer, zeker voor Nederland, want voor het Nederlandse
onderwijsbeleid zou OCW goed kunnen worden ingezet. Hoe?
Betaalbaar houden van hoger onderwijs: Een van
de belangrijkste punten in het vorige maand gepubliceerde rapport
Veerman is de groei van deelname aan hoger onderwijs. Tussen
2007-2020 zal het hoger onderwijs een verdere groei doormaken van
zo'n 25% in het HBO en 40% in het WO (CBS, 2010). Hoeveel er ook in
het onderwijs geïnvesteerd zal worden, de verwachting is niet dat
investeringen gelijke tred zullen houden met deze groei. Minder
geld voor meer studenten betekent dat er creatiever met onderwijs
moet worden omgegaan, bijvoorbeeld door het inzetten van digitale
leermiddelen. In Delft doen we dat al en dat wordt met enthousiasme
ontvangen. Onlangs pleitten onze studenten al voor het vervangen
van hoorcolleges door videocolleges en een veel grotere mix van
live en digitaal onderwijs.
Life Long Learning: De commissie Veerman stelt
ook vast dat Leven Lang Leren niet leeft in Nederland. Het aantal
deelnemers van de Open Universiteit is drastisch afgenomen en
bijscholende werknemers gaan ook niet naar andere instellingen.
Eerste ervaringen van de TU Delft geven aan dat deze groep wel
degelijk kan worden bereikt met OCW. In Delft is het
OCW-programma op het gebied van Water Management een van de meest
succesvolle. Een van de redenen van dit succes is dat medewerkers
van waterbedrijven het materiaal graag gebruiken om up to date te
blijven.
Studiesucces: De uitval in het Nederlandse
hoger onderwijs is hoog. Een van de oorzaken is dat studenten een
verkeerd beeld hebben van de opleiding die ze kiezen. Voor het
faciliteren van de juiste studiekeuze zijn de huidige
voorlichtingsactiviteiten onvoldoende gebleken. De TU Delft gaat
experimenteren met andere vormen en wil eerstejaars vakken online
zetten voor potentiële studenten. Via OCW krijgen zij dan een zo
reëel mogelijk beeld van de inhoud en het niveau van de opleiding
van hun keuze en kunnen zij beter beslissen of die ook echt bij hen
past.
Internationale positie: Veerman geeft verder
aan dat Europa, bedrijven en hoger onderwijs, veel harder aan de
slag moeten om de internationale positie te bevechten. De grootste
economische groei vindt op dit moment plaats in Azië, waar landen
als India en China nu de omslag naar een kenniseconomie maken. In
de concurrentie om talent neemt Nederland maar een zeer gemiddelde
plaats in. Nederland zou een veel actiever beleid kunnen voeren om
talent te trekken. Onder de vorige regering is een vriendelijker
visumbeleid voor kenniswerkers ingevoerd. Ook zijn voorzichtige
stappen gezet om Nederland te profileren als aantrekkelijk
vestigingland voor kenniswerkers en kennisindustrie:
Engelssprekend, centraal in Europa, relatief veilig.
Vanzelfsprekend hoort daarbij dat de kwaliteit van het onderwijs
zelf veel beter op de kaart wordt gezet en natuurlijk moet dat
digitaal.
Tenslotte, een kennisland moet experimenteren:
Digitalisering zal de komende jaren exponentieel groeien. Dat zal
ook voor het onderwijs grote gevolgen hebben. Welke dat zijn weten
we niet exact, maar de eerste stappen zijn er al. Waar het 20 jaar
geleden weken kostte om literatuur voor een scriptie te verzamelen,
krijgt een student nu 200.000 hits in 1 seconde. Nu al kan een
student een deel van zijn of haar opleiding bij elkaar googelen.
Nederland is een van de meest digitale landen ter
wereld. Vrijwel iedereen heeft toegang tot internet. SURF
heeft daarbij gezorgd voor een uitstekende digitale ontsluiting van
het hoger onderwijs. Dat geeft ons land een potentiële
voorsprong als het gaat om het inzetten van ICT in het onderwijs,
het combineren van digitaal en live onderwijs en het experimenteren
met nieuwe onderwijsvormen, om het Verenigd Koninkrijk en ook
Spanje in te halen en China en India voor te blijven.
Kortom: voldoende redenen voor de Nederlandse overheid om actief
open leermiddelen te stimuleren.
Anka Mulder is directeur onderwijs- & studentenzaken bij
de TU Delft en Board Member van het internationale OCW
Consortium
Karel Luyben is rector magnificus van de TU
Delft