• A
  • A
  • Onwennige productiviteit

    - Over productiviteit moet je niet alleen maar met onderwijseconomen praten, vindt Freddy Weima van SBO. Het draait volgens hem immers om de kwaliteit van de docent. “Het is lastig om daarover te discussiëren, want wat is een goede docent?"


    Aanleiding voor het debat was het onderzoek 'Onderwijs en productiviteit' dat TIER uitvoerde in opdracht van het SBO om meer inzicht te krijgen in wat productiviteit in het onderwijs is en hoe dit gemeten kan worden. SBO ging het debat over arbeidsproductiviteit aan zonder de 'usual suspects' erbij te betrekken. 

    "Debatten over arbeidsproductiviteit hadden altijd een economische invalshoek", meent Freddy Weima. "Maar onderwijs gaat niet alleen om economie en financieel gewin, het gaat om de maatschappij in haar geheel en de sociale cohesie daarbinnen. Daarom wilden we een keer een debat over productiviteit dat niet louter door economen werd gevoerd, maar juist door docenten en onderwijskundigen."

    Dat zorgde er wel voor dat het debat nog wat onwennig verliep. De meningen over wat deze productiviteit precies inhoudt en welke factoren eraan bijdragen, waren zo verschillend dat een inhoudelijke discussie eerst nog moeizaam van de grond kwam, al werd deze door de veelheid aan visies niet minder interessant.

    Geen diplomafabriek

    Volgens Freddy Weima draait arbeidsproductiviteit voornamelijk om de kwaliteit van de docent. "Deze kwaliteit is het belangrijkste aspect van productiviteit in het onderwijs, maar ik hoor het nog te weinig terug in het publieke discours en in het debat vandaag. Al begrijp ik dat het lastig is om erover te discussiëren, want wat is nou een goede docent? Dat weten we vaak zelf wel, maar we kunnen het niet met gegevens algemeen vaststellen. Daarom is het ook zo moeilijk vast te stellen wat nu precies arbeidsproductiviteit behelst."

    De aanwezigen waren het er wel over eens dat niet slechts naar diploma's gekeken moet worden. Het onderwijs is geen diplomafabriek. Bij het productiviteitsaspect van het onderwijs horen bijvoorbeeld ook socialisatiefactoren benoemd te worden. Dit wekt vervolgens wel een nieuw probleem, want hoe maak je deze meetbaar? Een docente merkte op de tevredenheid van ouders en kinderen als maatstaf te willen nemen, maar de subjectiviteit daarvan leek de aanwezigen een te groot struikelpunt.

    Dresschers nuance

    Het betoog van AOb-voorzitter Walter Dresscher bleek na afloop het voornaamste onderwerp van gesprek. "Een goed, genuanceerd verhaal", vond ook Freddy Weima. "Dresscher maakt duidelijk dat het goed gaat in het Nederlandse onderwijs, maar het natuurlijk ook beter kan en moet. Het kan ook productiever. Hij stelde overtuigend dat de aandacht hierbij uit moet gaan naar de kwaliteit van onze docenten."

    Hoe dat precies moet, wordt ongetwijfeld een volgende keer door SBO besproken. Weima: "Het debat over de arbeidsproductiviteit in het onderwijs begint nu pas, dit is nog lang niet afgelopen. We zullen hier mee bezig blijven."

    De rede van Walter Dresscher leest u hier.