• A
  • A
  • Dronkers: 'Ik vind niks, ik reken uit'

    - 15-jarigen op scholen met grote etnische diversiteit presteren minder goed dan zulke jongeren in homogenere scholen. Zowel allochtone als autochtone leerlingen. En prof. Jaap Dronkers' onderzoek laat nog iet zien: het maakt echt uit waar medeleerlingen vandaan komen. Aziaten in de klas stimuleren de schoolprestaties.

    Daarnaast speelt het aantal en de herkomst van allochtone leerlingen een belangrijke rol. Een hoger aandeel leerlingen uit islamitische landen op een school beïnvloedt de prestaties van alle leerlingen negatief, terwijl een hoger aandeel van leerlingen uit Zuid- en Oost Azië een positief effect heeft op de schoolprestaties van leerlingen. Tot deze conclusie komt de nieuwe UM-hoogleraar Jaap Dronkers in zijn oratie, na empirisch onderzoek met internationale PISA data.

    Een hoger aandeel allochtone leerlingen op een school bevordert de onderwijsprestaties van allochtone leerlingen alleen dan, wanneer die allochtone medeleerlingen uit dezelfde regio komen. Dit geldt met name voor allochtone leerlingen uit islamitische landen en uit Zuid- en Oost Azië.

    Geen eenzijdig gehamer

    Dit positieve effect van etnische homogeniteit in scholen kan de aantrekkingskracht van bijvoorbeeld islamitische, witte en joodse scholen verklaren. "Ik ben een socioloog die onderwijs bestudeert", zegt Jaap Dronkers. "De kern van wat ik doe, is: onderwijs en ongelijkheid bestuderen. Op de eerste plaats ben ik een empiricus. Ik vind niks, ik reken uit."

    Zijn rol noemt hij "het goed doorrekenen van aannames en veronderstellingen die mensen hebben over hoe de dingen in elkaar zitten. Dus als men zegt, zoals onlangs Nederland Kiest Kleur deed, 'de onderwijsachterstand van migrantenkinderen komt door het slechte milieu waar ze uit komen', dan zeg ik: dat wil ik graag narekenen." 

    En dan blijkt bijvoorbeeld uit zijn werk dat die achterstanden veel complexer zijn. "Die achterstand kan niet door de sociaal-economische achtergrond, schoolkenmerken of onderwijsstelsel verklaard worden. Het eenzijdig hameren op de sociaal-economische achterstand of kenmerken van scholen of onderwijsstelsels heeft dus geen empirische basis."

    PISA-data

    De data die Dronkers heeft gebruikt zijn afkomstig uit de 2006-versie van het Program for International Student Assessment (PISA). Sinds 2000 wordt deze test om de drie jaar afgenomen bij 15-jarige leerlingen woonachtig in een groot aantal OECD-lidstaten. Het doel van de test is het in kaart brengen van de wiskunde-, natuurkunde- en leesvaardigheden aan het eind van de periode van verplicht onderwijs.

    De analyse is gebaseerd op 9.279 immigrantenleerlingen (afkomstig uit 35 verschillende herkomstlanden en woonachtig in 15 Westerse landen) en alle 76.569 autochtone leerlingen van deze 15 landen. De Nederlandse data maken alleen onderscheid tussen geboren binnen en buiten Europa en zijn daardoor onbruikbaar, maar Dronkers gaat ervan uit dat het Nederlandse onderwijs niet veel zal afwijken van de onderzochte landen.

    Lees de volledige oratietekst van Jaap Dronkers hier.