Daarnaast speelt het aantal en de herkomst van allochtone
leerlingen een belangrijke rol. Een hoger aandeel leerlingen uit
islamitische landen op een school beïnvloedt de prestaties van alle
leerlingen negatief, terwijl een hoger aandeel van leerlingen uit
Zuid- en Oost Azië een positief effect heeft op de schoolprestaties
van leerlingen. Tot deze conclusie komt de nieuwe UM-hoogleraar
Jaap Dronkers in zijn oratie, na empirisch onderzoek met
internationale PISA data.
Een hoger aandeel allochtone leerlingen op een school bevordert de
onderwijsprestaties van allochtone leerlingen alleen dan, wanneer
die allochtone medeleerlingen uit dezelfde regio komen. Dit geldt
met name voor allochtone leerlingen uit islamitische landen en uit
Zuid- en Oost Azië.
Geen eenzijdig gehamer
Dit positieve effect van etnische homogeniteit in scholen kan de
aantrekkingskracht van bijvoorbeeld islamitische, witte en joodse
scholen verklaren. "Ik ben een socioloog die onderwijs bestudeert",
zegt Jaap Dronkers. "De kern van wat ik doe, is: onderwijs en
ongelijkheid bestuderen. Op de eerste plaats ben ik een empiricus.
Ik vind niks, ik reken uit."
Zijn rol noemt hij "het goed doorrekenen van aannames en
veronderstellingen die mensen hebben over hoe de dingen in elkaar
zitten. Dus als men zegt, zoals onlangs Nederland Kiest Kleur deed,
'de onderwijsachterstand van migrantenkinderen komt door het
slechte milieu waar ze uit komen', dan zeg ik: dat wil ik graag
narekenen."
En dan blijkt bijvoorbeeld uit zijn werk dat die achterstanden
veel complexer zijn. "Die achterstand kan niet door de
sociaal-economische achtergrond, schoolkenmerken of
onderwijsstelsel verklaard worden. Het eenzijdig hameren op de
sociaal-economische achterstand of kenmerken van scholen of
onderwijsstelsels heeft dus geen empirische basis."
PISA-data
De data die Dronkers heeft gebruikt zijn afkomstig uit de
2006-versie van het Program for International Student Assessment
(PISA). Sinds 2000 wordt deze test om de drie jaar afgenomen bij
15-jarige leerlingen woonachtig in een groot aantal OECD-lidstaten.
Het doel van de test is het in kaart brengen van de wiskunde-,
natuurkunde- en leesvaardigheden aan het eind van de periode van
verplicht onderwijs.
De analyse is gebaseerd op 9.279 immigrantenleerlingen (afkomstig
uit 35 verschillende herkomstlanden en woonachtig in 15 Westerse
landen) en alle 76.569 autochtone leerlingen van deze 15 landen. De
Nederlandse data maken alleen onderscheid tussen geboren binnen en
buiten Europa en zijn daardoor onbruikbaar, maar Dronkers gaat
ervan uit dat het Nederlandse onderwijs niet veel zal afwijken van
de onderzochte landen.
Lees de volledige oratietekst van Jaap Dronkers hier.