• A
  • A
  • Hoe scoort HBO op het web?

    - Hogescholen kunnen veel doen om hun ‘web-presentatie’ kwaliteit en toegankelijkheid te geven. Dat bleek op de Dag van Excellentie 2010. De ranking van Strategy on Demand en ScienceGuide laat zien waar best practice opvalt. En waar bepaald niet.

     

    De top in het HBO is:
    1) HU, vooral vanwege interactiviteit en inhoud
    2) HvA, vooral vanwege inhoud en technische kwaliteit
    3) NHL, vooral vanwege techniek
    4) INHolland, vooral vanwege bereikbaarheid.

    De top in het HBO is:

    1) HU, vooral vanwege interactiviteit en inhoud

    2) HvA, vooral vanwege inhoud en technische kwaliteit

    3) NHL, vooral vanwege techniek

    4) INHolland, vooral vanwege bereikbaarheid.


    De minst scorende hogescholen zijn:


    37) Gerrit Rietveld, Academie, vooral vanwege de vormgeving
    38) Hogeschool Marnix, vooral vanwege de technische kwaliteit
    39) Design Academy, vooral vanwege bereikbaarheid, inhoud en interactiviteit

    U vindt hier het volledige overzicht met alle hogescholen en hun scores per indicator. Het onderzoek is verricht door IT-experts en controlegroepen van studenten uit de doelgroep van de websites van de hogescholen. Elke site is beoordeeld op zijn technische kwaliteiten, inhoud, vormgeving, interactiviteit en de bereikbaarheid op het wereldwijde web. Alle  bekostigde hogescholen zijn zowel per criterium als generiek over het geheel van de web-presentatie en -kwaliteit gerankt. NHTV en Gereformeerde Hogeschool zijn nu nog buiten de ranking gelaten, omdat zij net hun site hadden vernieuwd.

    ScienceGuide en Strategy on Demand hebben de uitkomsten geanalyseerd en presenteerden deze, met aanbevelingen en best practices, op hun seminar bij de officiële bekendmaking in de Van Nelle Ontwerpfabriek te Rotterdam.

    De kernpunten die uit de ranking naar voren komen zijn:

    1) De meeste hogescholen scoren in een middelmatige categorie, tussen 60 en 70 punten van webkwaliteit. De drie zwaksten komen net boven 50 uit. De kopgroep komt op 74-76 punten.

    2) Bij de verschillende indicatoren zijn de verschillen soms fors. Bij vormgeving van de site scoort Codarts zelfs 90, terwijl collega kunsthogeschool Rietveld niet hoger dan 49 reikt. Bij de interactiviteit van de site is het écart tussen 83 voor de HU en 36 voor het Koninklijke conservatorium. Ten aan zien van de bereikbaarheid scoren respectievelijk INHolland 78 en Design Academy 39.

    3) De inhoud van de sites kent relatief het minste verschil in scores. Meestal is deze redelijk op orde. Top zijn met 80 de HvA en Hanze Hogeschool, zwakst zijn de Hotelschool Den Haag met 64 en de Design Academy met 63.

    4) Technisch valt er nog het nodige de doen. Veel HBO is nog wat meer '1.0' dan '2.0' en nog niet hoogwaardig actief door de integratie van social media als vorm van kenniscirculatie. Een soort 'twitter-beleid' lijkt op de meeste hogescholen te ontbreken. Sommigen blijken grotendeel afwezig in social media, aderen kennen een soort proliferatie van relatief ongerichte uitingen in de nieuwe webomgevingen.

    Het écart in de technische kwaliteit van de sites weerspiegelt dit. Hoogst scoren de NHL met 75 en HvA met 73 punten, daarna is het gat relatief groot naar een groep middelmatiger hogescholen als Stenden, Haagse Hogeschool, HAN, ArtEZ en de Hotelschool: rond 65 punten. Een grote groep hogescholen scoort hier zwak, zoals Windesheim, Zeeland, De Kempel, met scores onder 50. Echt ontoereikhand zijn de technische kwaliteitsscores bij Ipabo, Marnix en Edith Stein die tussen 40 en 35 punten krijgen.

    5) Ook hogescholen die in het generieke beeld goed scoren kennen opvallende zwakke plekken, die men met veel effect dan ook kan aanpakken. Fontys kent bijvoorbeeld een middelmatig scorende techniek, vormgeving en interactiviteit, terwijl men bij de inhoud en bereikbaarheid hoog scoort. Stenden scoort overal behoorlijk, maar de zwakke interactiviteit haalt de algemene kwaliteit omlaag. INHolland heeft een plek in de top maar is bij de techniek en bereikbaarheid nog middelmaatig. En zelf top-hogeschool HU komt bij de techniek niet hoger dan 60 punten. Was die net zo ontwikkeld als de rest naar haar web-kwaliteit dan kon de HU met kop en schouders boven de rest van het HBO gestaan.

    6) Kwaliteit hangt niet samen met omvang, althans dat hoeft niet. Monosectorale hogescholen hebben echter blijkbaar wel last van het nichekarakter van hun instelling. Hun web-presentatie is vaak zwak.

    Dat dit niet nodig is blijk uit de hoge scores die sommigen toch weten te bereiken. De HKU staat met 72 punten zelfs hoog, dankzij een toppositie bij bereikbaarheid en een hoge score bij vormgeving. Alleen de technische kwaliteit (58 punten) is hier - vreemd genoeg gelet op de faam van de instelling - relatief zwak. Ook Codarts scoort op rang 11, vooral door de droomscore van 90 bij vormgeving en 76 punten bij inhoud. De AHK (op 12) scoort over de hele linie zeer behoorlijk, zonder uitschieters. Dat is toch duidelijk hoger dan veel omvangrijker multisectorale hogescholen als Saxion en Rotterdam.

    Grote regionale hogescholen hebben gelet op deze ranking sowieso huiswerk voor deze zomer. In de discussie na de presentatie kwamen daar allerlei boeiende signalen al van naar voren. Windesheim met 60 punten op plaats 32 moet bijvoorbeeld kritisch kijken naar de aspecten bereikbaarheid, vormgeving, interactiviteit en techniek. Alleen bij de inhoud van de site is zij adequaat te noemen. Avans komt op 35 in de onderste regionen, hetgeen te wijten is aan lage scores bij bereikbaarheid en interactiviteit. Bij vormgeving scoort Avans bovendien 1 punt hoger slechts dan de zwakste score in de ranking.

    7) Daarmee raakt de web-ranking een gevoelig, generiek punt. Zij laat zien wat advies van de commissie Dijkgraaf over het kunstonderwijs ook al aanstipt: een zekere neiging tot introvertie van de kunstopleidingen en behoefte aan intensivering van de verbondenheid met de kunstpraktijk van de creatieve industrie en technologische ontwikkelingen. Het valt namelijk niet te ontkennen, dat hogescholen met een ruime ervaring en soms ook grote naam in de design en beeldende kunsten lamentabel scoren.  

    Het valt al op, dat de Rotterdamse kunsthogeschool met alleen muziek en dans opleidingen, Codarts, het hoogst scoort bij de sitevormgeving: 90 punten. Maar dat de Rietveld Academie met 49 het laagste staat verblufte de onderzoekers toch wel. De 50 punten van Avans -met Academie Sint Joost in de gelederen- zijn ook geen eremetaal. Wat te denken van de 55 punen van ArtEZ, trouwens?

    Andere hogescholen met designopleidingen doen het hier beter, maar ook niet glorieus. De Design Academy komt bij vormgeving op 70 punten, maar komt helemaal onderaan door slechte scores bij interactiviteit en bereikbaarheid van de site -beide 39 punten- en slechts 45 punten bij de technische kwaliteit. De KABK in Den Haag komt ook op 70 bij vormgeving;  lager dan collega-instituut Koninklijk Conservatorium binnen dezelfde hogeschool. Maar ook hier drukken zwakke scores bij bereikbaarheid en interactiviteit het geheel omlaag.

    8) Een vergelijkbare analyse is te maken bij de technische kwaliteit. Hogescholen met de naam uitstekende HTNO-secties in huis te hebben, blijken niet altijd hoog te scoren op dat punt in de site-ranking. De kopgroep van NHL en HvA (75 en 73 punten) staat duidelijk boven technisch goed aangeschreven hogescholen als Leiden (59) en Hanze (56). Matig scoren ook regionale hogescholen als Avans (60), Windesheim (47), Zeeland (46) en Fontys (61).

    9) Succesvolle en minder sterke HBO-regio's zijn in de ranking helder aan te wijzen. Het noorden van het land scoort goed met de NHL, Stenden en Hanze bij de eerste 10. Brabant daarentegen blijkt opmerkelijk zwak: HAS Den Bosch en Avans zitten onderin, de Design Academy in Eindhoven staat helemaal onderaan. Fontys op 7 redt de eer van het zuiden.

    10) Beste 'webstad' in het HBO is Utrecht. De HU staat op 1 de HKU op 5 en daarmee passeert de Domstad ook Amsterdam; de HvA op 2 en de AHK op 12. Omdat onderin zowel de Gerrit Rietveld Academie uit de hoofdstad (op 37) als de Marnix Academie uit Utrecht (op 38) staat, verandert dit het eindbeeld van die twee steden verder niet.