"We hebben een fantastisch uitgangspunt, bijvoorbeeld in
natuurkunde en scheikunde. Nu is het zaak dat vast te houden, want
in de komende 10 jaar wordt toch beslist hoe we de komende 50 jaar
ons brood verdienen. In de wetenschap is het toch tit for
tat, dus als de Chinezen veel in R&D investeren, staan wij
voor de keus of we daarin meegaan.
Er zijn de laatste tijd verschillende rapporten verschenen, van
het Innovatieplatform, van Veerman, van de AWT. Die rapporten
komen neer op een grote schreeuw dat er meer geïnvesteerd moet
worden om de Nederlandse kennisinfrastructuur op peil te houden en
dat dat niet alleen lukt met investeringen vanuit de private
sector.
Ik zeg niet: plemp er maar wat bij. Het gaat om het internationale
spel. Duitsland, dat echt niet zo activistisch is, is toch ook met
de Exzellenzinitiative gekomen, waardoor dat land er in
een jaar de potentie van 3 technische universiteiten heeft bij
gekregen. In Nederland is dat te merken: iedere universiteit kent
wel wetenschappers die vertrokken zijn. Als we in Nederland
die investeringen laten versloffen, dan zijn de Nederlandse
universiteiten over tien jaar achterop geraakt. We moeten onze
huidige voorsprong dus niet als vanzelfsprekend beschouwen. Dat is
bankieren zonder visie."
Om internationaal mee te komen, zullen we ook meer moeten letten
op het nationale belang in plaats van het belang van regio's en
individuele universiteiten.
"In Nederland letten we er altijd erg op dat we iedereen tevreden
houden. Keuzes maken vinden we lastig. De 3 technische
universiteiten hebben voorgesteld een Deens-Zwitsers model in te
voeren waarbij grote technologische instituten (GTI's) en
technische universiteiten bij elkaar in een budgettaire envelop
komen, net als in Zwitserland. Het budget staat dan voor 5 jaar
vast, dat is heel belangrijk, want wetenschap duurt te lang voor de
politieke cyclus van 4 jaar.
Zwitserland is daar erg succesvol in. Onze collega's in Zürich en
Lausanne kunnen dat spel heel goed spelen. Zij staan steeds hoger
in de ranking omdat daar ruimte is om te investeren in heel goede
samenwerking met de industrie. In Denemarken zijn technologische
universiteiten ofwel gefuseerd ofwel veel dichterbij elkaar
geplaatst. Dat lijkt ons aantrekkelijker dan de bestuurlijke
lintbebouwing in Nederland."
Van den Berg is zich ervan bewust dat zo'n technologieraad er niet
vanzelf komt. De reacties bij de GTI's zijn tot nu gereserveerd,
mensen vragen zich af wat zo'n technologieraad nu precies betekent.
Maar als het samengevoegd wordt met de innovatieraad waarover nu in
Den Haag gepraat wordt, dan kan het een 'Innovatieplatform met
tanden' worden, zo denkt Van den Berg.
"Ik vind het heel belangrijk dat het Innovatieplatform de aandacht
heeft kunnen vestigen op een aantal thema's. Het is lastig gebleken
om ze tot activiteiten te brengen. Ik kan me daarom me goed
voorstellen dat je een technologieraad instelt zoals je het
Innovatieplatform hebt ingesteld. Daar zijn allemaal modellen voor.
Het zou goed zijn als die technologieraad voorgezeten wordt door de
minister verantwoordelijk voor de hele innovatiekolom. Dat is dan
bij voorkeur het ministerie van EZ, dat dan ook leiding geeft aan
de wetenschap, misschien ook aan het onderwijs."
Maar wat schiet dat op? Van den Berg heeft wel wat praktische
kwesties in zijn hoofd: "Leuk voorbeeld: de Technische Universiteit
Delft doet mee aan een consortium voor windenergie ver in zee. Dat
doen we met partners uit innovatiekolom, zoals netwerkbeheerders
maar ook producenten.
Wat je nu ziet is dat EZ erg enthousiast is over dat plan, maar
door inrichting van verantwoordelijkheden maar op stukjes kan
insteken. Maar op die manier kun je wel een efficiëntieslag
maken. Zo vond ik dat er de laatste jaren bij de verdeling van
FES-gelden wel heel veel ministeries een rol speelden, waardoor het
vaak onhelder was wat er gebeurde, en nu druk ik me netjes
uit."