Het leraarschap moet veel meer leven van mobiliteit, van
variëteit. Je kunt alleen maar hetzelfde blijven doen als je zelf
verandert. Het is een andere tijd, er zijn andere leerlingen, daar
zul je zelf in moeten veranderen. Wat wil niet zeggen dat je
karakter en interesses voortdurend veranderen, je persoonlijkheid
neem je natuurlijk gewoon mee.
Tandartsen zijn in Nederland buitengewoon geneigd op cursus te
gaan, niet alleen om met soortgenoten bezig te zijn, maar ook om
nieuwe technieken te leren. Ik hoop voor scholen dat het kenmerkend
voor hen wordt is. De lerarenopleiding legt daar de basis voor,
niet een kant en klare Leraar die dertig jaar goed in zijn vak
blijft.
Wij hebben de afgelopen 2 jaar geprobeerd de universitaire
lerarenopleiding van een goed bewaard geheim tot overal bekend te
maken. De interactie tussen scholen en lerarenopleidingen is al
heel erg verbeterd. Ze hadden zich door hun specialisatie aan de
rand van de universiteit gemanoeuvreerd. Nu moeten ze weer
onderdeel worden van het geheel.
Ik heb zelf 2 jaar lesgegeven aan een lyceum in Hilversum. Dat was
buitengewoon leerzaam, vooral omdat het geen groot succes was. Het
was omdat ik leerde wat het was om docent te zijn was en wat dat
vroeg. Toen ik daarna les ging geven aan de universiteit, was ik
daarop voorbereid. Daarom is mobiliteit zo belangrijk.
In welke volgorde je dingen doet, maakt niet veel uit, als het maar
een volgorde is, als je ze zelf maar als morsetekens plaatst en een
doorgaande lijn trekt. Een doorgaande lijn is niet goed, dan stopt
je ontwikkeling. Als je een aantal keren verandert, zal het
ongetwijfeld wel eens voorkomen dat je zegt: waarom heb ik dit niet
eerder gedaan?
Dat is niet erg, want dat geeft aan dat je erop
reflecteert. Ga maar eens een paar jaar in het klooster en kom
er dan maar weer uit.
Lees hier het essay van Marco Snoek, lector aan de HvA: "Ook
leraren moeten blijven leren."